Column Ionica Smeets

200 levens redden of de kans op 200 levens redden?

Na een lezing over wetenschapscommunicatie had iemand in de zaal nog een vraag. Of eigenlijk was het meer een opmerking. Want wat ik daar op het podium beweerde over hoe je wetenschappelijke kennis over kunt brengen met metaforen, anekdotes en verhalende technieken was natuurlijk allemaal onzin. Wetenschappers moeten gewoon de feiten geven.

Nu laten het vaccinatiedebat en de klimaatdiscussie zien dat wetenschappers die ‘de feiten’ over mensen uitstrooien niet per se de meest effectieve vorm van communicatie gebruiken. Bovendien is het zeer naïef om te denken dat het niets uitmaakt hoe je feiten presenteert.

Een voorbeeld laat zien hoezeer keuzes afhangen van precieze formuleringen. Stel dat Nederland zich voorbereidt op de uitbraak van een nieuw virus, dat naar verwachting 600 levens zal eisen. Wetenschappers hebben twee verschillende programma’s ontwikkeld om de ziekte te bestrijden. Als programma A wordt uitgevoerd, zal dat 200 mensen redden. Bij programma B is er 1/3 kans om 600 mensen te redden en 2/3 kans om niemand te redden. Welke van deze strategieën zou u kiezen?

Deze vraag stelden psychologen Amos Tversky en Daniel Kahneman pakweg veertig jaar geleden aan tientallen proefpersonen. Een ruime meerderheid van 72 procent koos voor programma A, oftewel voor zeker weten dat je 200 mensen redt. Gemiddeld zal programma B ook 200 levens redden, maar ja, je kunt maar één keer een programma draaien en dan kiezen mensen blijkbaar liever voor zekerheid en vermijden ze risico’s.

Dat zou je zeggen, maar het onderzoek van Tversky en Kahneman ging helemaal niet over risicomijdend gedrag. Er was namelijk nog een tweede groep proefpersonen. Ook zij kregen te horen dat een nieuw virus naar verwachting 600 levens zal eisen en ook zij mochten kiezen uit twee programma’s. Als programma C wordt uitgevoerd, zullen er 400 mensen sterven. Bij programma D is er 1/3 kans dat niemand sterft en 2/3 kans dat 600 mensen sterven.

Nu vraagt u zich misschien af of programma C niet precies hetzelfde is als A. En D niet gewoon hetzelfde als B. Dat klopt. Maar bij de proefpersonen die deze versie kregen voorgelegd, koos slechts 22 procent voor de zekerheid van optie C. Dus als de uitkomst van de programma’s wordt geformuleerd in termen van mensen die sterven in plaats van in mensen die gered worden, dan willen mensen ineens wel een gok nemen met een alles-of-niets-strategie.

Dit is een beroemd voorbeeld van framing en hoe formuleringen invloed hebben op keuzen die we maken. Communicatie-experts kennen dit al jaren. Maar als ik spreek voor experts die allerlei belangrijke cijfers aan anderen moeten overbrengen, dan kent meestal niemand deze studie (zij vinden psychologie als vakgebied vaak ook maar onzin). En dat is jammer want als je mensen keuzen voorlegt op basis van cijfers die je moeizaam verzameld hebt, dan maakt het dus nogal uit hoe je de opties formuleert. Soms is het zelfs een kwestie van leven of dood.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden