Opinie

15 procent? Echt tevreden kunnen we pas zijn met een nog hogere winstbelasting

Het akkoord over een minimale winstbelasting van 15 procent voor multinationals is zeker een doorbraak. Maar de ambities moeten veel verder reiken om tot een overeenkomst te komen die werkt voor zowel rijke als arme landen, betoogt Europarlementariër Paul Tang.

Eurocommissaris voor Economische zaken Paolo Gentiloni, Eurogroep-voorzitter Pascal Donohoe, de baas van de Wereldbank David Malpass en de G7-ministers van Financiën poseren voor het Lancaster House in Londen. Beeld AFP
Eurocommissaris voor Economische zaken Paolo Gentiloni, Eurogroep-voorzitter Pascal Donohoe, de baas van de Wereldbank David Malpass en de G7-ministers van Financiën poseren voor het Lancaster House in Londen.Beeld AFP

Een ‘historisch akkoord’, zo citeerde de Volkskrant maandag de ministers van Financiën van de G7 na afloop van de tweedaagse top in Londen. De zeven grootste economieën bereikten een akkoord om een einde te maken aan belastingontwijking op industriële schaal. Historisch is het zeker te noemen dat landen zich voornemen de race naar de bodem te beëindigen. Nu is het zaak de coalitie uit te breiden met welwillende landen en een ambitieus akkoord met een hoog minimumtarief te sluiten, door tegenstribbelende landen links te laten liggen.

Na decennia van onmacht tegenover multinationals hebben de grootste economieën van de wereld eindelijk het heft in eigen handen genomen. Ze spraken zich uit voor een minimum effectief belastingtarief van ten minste 15 procent én voor een nieuwe verdeelsleutel voor de belastinginkomsten van ’s werelds grootste, meest winstgevende bedrijven.

Uit de eerste reactie van Facebook, Google en Amazon op het akkoord bleek tevredenheid. Ze vreesden vooral de veelvoud van unilaterale belastingen. Het zou volgens deze krant ook een teken kunnen zijn dat dat deze bedrijven denken voorlopig op de oude voet te kunnen doorgaan. Toch zal ook voor die bedrijven het nodige gaan veranderen.

Biden

Met de verkiezing van Joe Biden kregen de onderhandelingen over belastinghervorming een nieuwe impuls, doordat de Amerikaanse president plannen voor een wereldwijd minimum belastingtarief omarmde. Zo hoopt Biden de vennootschapsbelasting in eigen land terug te kunnen brengen, zonder dat opbrengsten naar belastingparadijzen weglekken, en kan hij investeren in de Amerikaanse economie.

Biden wil Europese en andere landen meekrijgen in een wereldwijde minimumbelasting. Ook wil hij dat nationale digitale dienstenbelastingen worden afgeschaft. Deze zijn ingevoerd door landen van India tot Engeland en Frankrijk om succesvolle, vaak Amerikaanse, bedrijven als Netflix en Amazon bij te laten dragen aan de schatkist. Om dit te bereiken ging Biden akkoord met een nieuwe vorm van belastingheffing voor de grootste multinationals. Door deze te belasten in het land waar omzet wordt behaald, kunnen ook Europese landen meeprofiteren van de massawinsten van Big Tech.

Maar er zitten haken en ogen aan deze ‘grand bargain’. India en andere ontwikkelingslanden vrezen dat de voorstellen vooral rijke economieën helpen. Tegelijkertijd hebben Ierland, Hongarije en Cyprus al aangegeven weinig tot niets in een minimumtarief te zien.

Terwijl Engeland en Frankrijk lijken te kunnen leven met het feit dat ook hun multinationals worden meegenomen in de nieuwe vorm van belastingheffing, ziet India de bui al hangen. Als belastingen worden herverdeeld op basis van verkoopcijfers, en niet op aantal werknemers of productielocatie, krijgt India als ontwikkelingsland maar een klein aandeel. Een eerlijke en toekomstbestendige herverdeling zal deze zorgen mee moeten nemen. Anders blijft het een westers, in plaats van wereldwijd, akkoord.

Gevoelig

Het minimumtarief ligt gevoelig om andere redenen. Veel landen gebruiken lage tarieven om bedrijven aan te trekken. Zo heeft Hongarije een formeel tarief van 9 procent en Ierland van 12,5 procent. Door allerhande voordelen valt de effectieve belastingdruk vaak lager uit. Denk aan Apple dat in Ierland een tarief van 0,005 procent wist te betalen. Ze vrezen dat ze door een wereldwijd effectief minimumtarief de honing verliezen waarmee ze bedrijven kunnen lokken. Maar de klaagzang van vooral Ierland is moeilijk te verteren. Ze zijn een van de rijkste Europese landen en kunnen prima bedrijven aantrekken zonder belastingcadeaus. Bovendien trekt Ierland vooral papieren investeringen aan, die weinig toevoegen aan hun economie.

Pascal Donohoe, de Ierse minister van Financiën en voorzitter van de Eurogroep, heeft zich groot gehouden tijdens de G7-bijeenkomst. Hij kon niet anders. Als grote landen, inclusief de Verenigde Staten, besluiten een minimumtarief af te dwingen door onbelaste winsten uit Ierland zelf terug te vorderen, is er voor bedrijven als Apple weinig meer te halen in Ierse belastingdeals. Ook binnen de EU, waar belastingwetgeving met unanimiteit moet worden aangenomen, is het goed mogelijk met een aantal landen voorop te lopen. Een minimumtarief wordt dan in eerste instantie door een groep van welwillende EU-landen toegepast. Omdat deze voorlopers ook onvoldoende-belaste winsten uit andere landen belasten, zal het snel duidelijk worden dat dwarsliggen niks oplevert.

Het is dus niet nodig de onderhandelingen te laten gijzelen door conservatieve belastingparadijzen. Dat maakt een ambitieus akkoord met een hoog minimumtarief mogelijk. Geschat wordt dat een minimumbelasting van 15 procent EU-landen jaarlijks 48 miljard euro oplevert. Nederland kan in dit scenario op 1 miljard euro extra rekenen. Met het herstel van de crisis voor de deur is dit natuurlijk meer dan welkom, maar nauwelijks genoeg. Een minimumtarief van 21 procent, het gemiddelde tarief in de EU en de oorspronkelijk inzet van Biden, zou EU-landen maar liefst 100 miljard euro opleveren. Nederland moet zich, met andere landen, hard maken voor dit hogere minimumtarief.

Cruciale maand

De komende maand is cruciaal om tot een wereldwijd akkoord te komen dat werkt voor zowel rijke als arme landen. Alle bedrijven, waaronder Amazon, Facebook en Google, moeten zich aan een minimumtarief houden en hun excessieve winsten worden belast in alle landen waar ze actief zijn, ook zonder hoofdkantoor. Een historische stap is dit weekend gezet, met een vervolg op de G-20 top begin juli. Echt tevreden kunnen we pas zijn met een zo groot mogelijke coalitie en een zo hoog mogelijk minimumtarief.

Paul Tang is lid van het Europees Parlement voor de PvdA.

Effect gaat veel verder dan louter belastingen

Diverse Europese dagbladen hebben stilgestaan bij het akkoord van de G7-ministers. Zo noemt de Britse krant The Guardian ‘het een stap in de goede richting’, al klinkt ook enige terughoudendheid: ‘Het venijn zit hem uiteindelijk in de details van de overeenkomst. Desalniettemin is er een belangrijk principe van samenwerking tussen staten vastgesteld, waardoor het gevoel van politieke controle over de manoeuvres van de mondiale zakenelite is hersteld. ’ Commentator Bart Brinckman van de Belgische krant De Standaard merkt op dat het akkoord ook de EU zou kunnen verenigen. ‘De 27 lidstaten zuchten onder het gewicht van de onderlinge concurrentie op belastingen en de noodzaak van unanimiteit heeft tot nu toe alle vooruitgang geblokkeerd. Nu hebben we het vooruitzicht op een eerlijker belasting- en distributie-stelsel.’ Voor commentator Francesco Guerrera van de Italiaanse krant La Repubblica heeft het akkoord een signaaleffect dat veel verder gaat dan louter belastingen: ‘De overeenkomst die de zeven grote spelers in de wereldeconomie hebben bereikt is een krachtige afwijzing van de populistische, egoïstische en hegemonische politiek die de internationale betrekkingen de afgelopen jaren heeft gekenmerkt.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden