COLUMNMEREL VAN VROONHOVEN

1,5 meter-onderwijs en het risico van ongestilde huidhonger

Merel van VroonhovenBeeld .

Beste Arie,

Het lijkt eeuwen geleden, in plaats van vijf weken, dat jullie als kabinet besloten de scholen te sluiten. Ook mijn school ging dicht, waar ik anderhalve maand eerder met veel plezier aan mijn tweede stage was begonnen. Gelukkig voor de leerlingen was thuisonderwijs in mum van tijd geregeld. Met jou ben ik enorm trots op mijn onderwijscollega’s die dit voor elkaar hebben gekregen.

In één klap kwam voor mij – en voor tienduizenden medestudenten – een einde aan mijn stage. Dus vul ik mijn dagen achter mijn laptop, met studeren en videobellen. Bijvoorbeeld met de 14-jarige Ayub, voor wie ik study buddy ben. Samen met 17 miljoen landgenoten raak ik beetje bij beetje gewend aan de 1,5-metersamenleving en ben ik blij dat de coronacurve lijkt af te vlakken.

Toch raak ik met de dag meer bezorgd. Niet alleen over leerlingen die ‘kwijt’ zijn of zich thuis in onveilige situaties bevinden. Of over de toenemende kansen­ongelijkheid, nu de sluiting van de scholen langer duurt. Ik maak mij steeds meer zorgen over de sociaal emotionele consequenties van ‘1,5 meter afstand’ op ons allemaal. In het bijzonder op kinderen. Vorige week waarschuwde Mark al dat we ons moeten instellen op 1,5 meter afstand als het ‘nieuwe normaal’. Ook in het onderwijs. Geen arm over een schouder, geen lichamelijk contact. Maar hoelang kunnen we normaal leven zonder elkaar te voelen en aan te raken? Aanraken is immers een eerste levensbehoefte. Kinderen bij wie de huid onvoldoende wordt aangeraakt, groeien minder, zijn vaker ziek en leren slechter. Er is zelfs een term voor het sterke verlangen naar aanraking, dat ontstaat na langere tijd weinig lichamelijk contact: huidhonger.

Hoe moet het met ­Belgin uit mijn stageklas? Zij heeft een ontwikkelachterstand opgelopen door een zeldzame genetische aandoening, waarbij ze geregeld epileptische aanvallen krijgt. Zij beweegt langzaam en is moeilijk te verstaan. Op onze laatste schooldag voor ­‘corona’ hadden we net gegymd en de kinderen stonden te douchen. Ik hielp een van hen met afdrogen, toen Belgin vanuit de wc begon te gillen. Snel liep ik naar haar toe, bang voor een epileptische aanval. Gelukkig niet. Belgin had naast de wc geplast en wist niet wat te doen. Ze riep zichtbaar aangedaan: ‘bleehn, bleehn’ terwijl ze mijn hand naar haar benen trok. ‘Oh’, zei ik. ‘Zit het ook op je been?’ Snel maakte ik haar voeten en benen schoon. Opgelucht gaf ze me spontaan een dikke knuffel. Belgin kan zich niet goed verbaal uitdrukken, maar fysiek des te beter. Hoe moet het met haar, op 1,5 meter?

Ik denk ook aan Rafaël, met zijn angsten voor open ruimten. Hij houdt elke keer als we in de pauze naar buiten gaan mijn hand stevig vast. Of Sofie, die haar snottebel niet goed kan afvegen. Of Isam, die als stimulans om te leren regelmatig een high five nodig heeft.

Beste Arie, denk je bij alle scenario’s voor ‘een intelligente opening van scholen’ ook aan Belgin, Rafaël, ­Sofie en Isam? En neem alsjeblieft in je afwegingen ook de consequenties van ongestilde huidhonger voor onze samenleving mee.

Dank alvast, en blijf gezond!

Hartelijke groet,

Merel

Dit is de zestiende aflevering van de serie die Merel van Vroonhoven schrijft over haar overstap van topvrouw bij de Autoriteit Financiële Markten naar zij-instromer in het onderwijs. Lees hier de vorige aflevering.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden