Column Sarah Sluimer

‘Zo leuk, dat jouw kind gewoon vágina zegt’

Vorige week was het zover. Ik stond bij de crèche om mijn zoontje op te halen. Voor het eerst rende hij niet meer op me af, maar bleef, met een gezicht getekend door zandkorrels en triomfantelijkheid, in het binnentuintje met zijn vrienden spelen.

Ik moest dus nu met andere ouders en crècheleidsters praten. Ik keek naar de moeders om me heen, in bohemien kaftans en met lange blonde manen. Ze graaiden met loeisterke armen de kinderen uit de bosjes en praatten als koele amazones met elkaar over ontlastingscycli. Tot nu toe had ik mijn zoon als levend windscherm kunnen gebruiken en bij iedere ophaalbeurt achter zijn sprieterige haren ‘ging alles goed, ach, zo laat alweer, tot morgen!’ richting het matriarchaat geprutteld. Maar daar stond ik dan, naakt in de orkaan.

De plastic tas met flessen wijn en kazen uit het winkeltje om de hoek, die ik veel vaker bij me heb dan andere ouders, zielig achter mijn rug verborgen. Mijn wanhoop werd gecompleteerd door drie uit de kluiten gewassen testosteronpeuters die rondjes om me heen stepten en me toeschreeuwden dat ik een heks ben, wat ik niet durfde te beamen of te ontkennen. Ik keek wanhopig naar mijn kind, die in een begeesterd duw- en trekspel met zijn beste vriend was verwikkeld. Vanaf nu zou ik steeds minder nodig zijn.

En daar was ze, alsof ze uit de grond oprees. Een gezicht waar alle zachtheid van de wereld in besloten lag: de leidster van peutergroep paars.

‘Wat ik nu zo leuk vind’, zei ze tegen me. ‘Dat jouw kind gewoon vágina zegt.’ Ik keek haar aan. ‘Ja’, zei ze. ‘Al dat gedoe. Komen ze weer met spleetje aanzetten. Terwijl jouw zoon. Die zegt gewoon vágina. En de hele dag door hè. Vagina hier, vagina daar. Heerlijk.’ We keken samen naar onze zoon, die nu met vier anderen tegen een schutting stond te schreeuwen.

In me begon iets te gloeien. Noem het revanche. Ik zette de tas met wijn naast me op de grond en haalde diep adem.

‘Ja, nou’, zei ik. ‘Ik vind dat dus ook belachelijk. Want piemel noem je toch ook gewoon piemel?’ De leidster knikte goedkeurend. ‘En dan zijn het ook nog eens vróúwen hè, die hun eigen geslachtsdeel zo kleineren.’ Ik keek naar een moeder die wapperend aan kwam stevenen en duidelijk wilde interrumperen om iets over haar kleine voorbipsmirakel te komen melden. Mooi niet. ‘Ik bedoel’, zei ik nu harder, ‘flamoes, foef, punani, doosje of zelfs KUTJE. Ik bedoel: KUTJE. Dat is toch gewoon PORNO?’

Over het binnentuintje daalde een stilte neer. De moeder stond dramatisch stokstijf stil, de handen geheven. De kinderen staarden me angstig aan. De leidster deed een stapje opzij. Ik keek naar de grond. De tas was omgevallen. Ik pakte stumperig de hengsels en zette de flessen met veel gerammel overeind. Toen voelde ik opeens de armen van mijn kind om mijn been. ‘Míjn mama!’, riep hij. ‘Míjn mama, míjn vagina! Van mij!’ Ik tilde hem op, we liepen weg. Ik wist niet dat vernedering en hete trots precies hetzelfde konden zijn.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.