Verslaggeverscolumn Rechts in linkse stad

‘Ze vinden allemaal dat ik mijn kop moet houden. En dat doe ik niet’

Waarom Michel hardrechts actievoert in een linkse stad.

Het is niet gemakkelijk om rechts te zijn in een linkse stad. Het is een eenzaam bedrijf. Michel verwacht dat ik een lelijk stukje over hem ga schrijven, als afgevaardigde van een linkse krant. ‘Je zult me wel in de hoek drukken zoals iedereen.’ Maar vooralsnog wandelen we vredelievend naast elkaar.

De wandeling gaat door een park, zijn Duitse herder tussen ons in. ‘Je ziet’, zegt Michel tenslotte, ‘ik ben een nazi’.

Dat is – voor de zekerheid – ironie.

Michel werkt in de bouw. Hij omschrijft zichzelf als ‘patriot’, een term populair in hardrechtse kringen. Zijn herder haalde hij uit een Duits asiel – hij is vrijwilliger bij de dierenambulance. Ook is hij vrijwilliger in een zorginstelling voor gehandicapten: hij kookt er elke week voor kinderen.

Michel en zijn herdershond. Foto Toine Heijmans

‘Patriottisme is meer dan tegen immigratie zijn,’ zegt hij. ‘Het is een levenswijze: zorgen voor de ander die het moeilijk heeft.’

Best links dus, zeg ik.

‘Ja, patriotten zijn heel sociaal. Maar links heeft alle sociale onderwerpen weggekaapt. Gelijkheid voor vrouwen en homo’s is voor mij belangrijk. Maar in de asielzoekerscentra heerst de sharia – dáár vechten we tegen.’

Onder de Waalbrug, het ijkpunt van de stad, is het oorlog tussen activistisch rechts en links. Op een brugpijler staat al jaren groot de slogan ‘refugees welcome’, en Nijmegen brengt die in praktijk. Extreemrechts heeft het woord ‘refugees’ nu doorgehaald met witte verf en sindsdien is het bonje. Een linkse picknick onder de brug werd zondag met geweld verstoord door rechts, dat vuurwerk en glazen gooide. Ze willen nu ‘vol=vol’ op een andere pijler kalken. Vanwege het evenwicht.

Het ijkpunt van de stad. Foto Toine Heijmans

Michel van den Bergh (zijn pseudoniem) blijft weg van de brug maar manifesteert zich met zijn actiegroep Nijmegen Rechtsaf, klein maar aanwezig. Ik wil weten wat hem bezielt, waarom hij polariseert in een tijd van polarisatie. En hij wil dat wel vertellen.

Nijmegen Rechtsaf hult zich in de vermomming van de bezorgde burger, schrijft onderzoeksgroep Kafka, maar schurkt in de kern tegen het neonazisme aan. Er zijn banden met Pegida, met Identitair Verzet en met de NVU – Michel ontkent het laatste. ‘Dat is wat links doet: je meteen tot xenofoob verklaren. Mijn penningmeester is donker. Ik weet niet eens uit welk land ze komt. Maakt mij niets uit.’

Bij het begin van vorig schooljaar stond hij met een bivakmuts over zijn hoofd op het dak van een islamitische basisschool in Amsterdam – onbegrijpelijk lomp, zeg ik, om schoolkinderen zo angst aan te jagen. Die school is een ‘terroristenfabriek’, werpt hij tegen, ‘dat wilde ik op de kaart zetten’. Bovendien was het de eerste schooldag en ‘dan komen er geen kinderen, dat hadden we uitgezocht’.

Met bivakmuts op een Islamitisch schooldak. Foto ANP

Ook de andere acties (patrouilleren bij pinautomaten, protestborden op de plek waar een moskee komt) moet ik zo zien: hard roepen om gehoord te worden. Want dat is Michels probleem: niemand luistert.

Alles komt voort uit ‘woede en frustratie’, zegt hij. ‘Ze vinden allemaal dat ik mijn kop moet houden. En dat doe ik niet.’

Het begon met een eenmansactie in 2014, toen Nijmegen massaal aangifte deed tegen Geert Wilders. Daar stond Michel: eenzaam met de Nederlandse vlag op de voorpagina van de krant, ‘de foto was natuurlijk zo genomen dat het leek alsof ik tegen buitenlanders schreeuwde, maar dat deed ik niet’.

Het begon eerder nog, op school, de dag na de terreur van 11 september. Michel was zestien, deed mbo. ‘We hielden twee minuten stilte en een groep klootzakjes stond ons uit te lachen. Ze hadden toen al een feestje gevierd. Ik vertelde het een leraar en die zei: nee hoor, we zien niks.’

Sindsdien laat het hem niet los, nooit. Op het werk ‘moet ik soms tegen mezelf zeggen: nu even over iets anders praten’.

Michel in het park. Foto Toine Heijmans

Want gehoord worden is wat anders.

Thuis heeft hij de koran op de wc liggen. ‘Ik lees er veel in, ik wil weten waar het over gaat.’ Hij leest boeken over geschiedenis en politiek. Schudt gebeurtenissen en jaartallen uit zijn mouw, ook over de Europese Unie: ‘als je studenten aan de universiteit vraagt wie de president van de Unie is, weten ze het niet’. Hij wel.

‘Wij zijn niet tegen de anderen’, zegt hij, ‘wij zijn voor onszelf. Dat mag toch wel? Waarom worden we dan weggezet als dom?’

Vanwege jullie manier van actievoeren, zeg ik. Het maakt mensen angstig en boos; de boodschap komt niet over.

‘Bij jou niet’, zegt Michel, ‘maar kom eens bij mij op de bouw’.

Michel rouwt nog steeds om Fortuyn. Daarna is alles waar hij in gelooft verdwenen. Door niemand meer voelt hij zich vertegenwoordigd, ook niet door Geert Wilders – ‘dat doet echt zeer, het oppervlakkige van de PVV’.

Wat nodig is, zegt Michel, ‘is dat we meer met elkaar praten. Zoals wij nu.’

Maar vooralsnog staat hij met rechtse handen in een linkse stad, en vraagt zich af waarom niemand luistert.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.