Column René Cuperus

‘Wie in Hilversum heeft ooit bedacht dat mensen alleen nog maar televisie willen kijken als daarin zichzelf feliciterende BN’ers figureren?’

Schokkende televisie vorige week. Onder jubelend hoongelach werd de NPO afgeschaft. De hele Nederlandse Publieke Omroep. Alle zenders weg. Alle omroepen foetsie. Met één pennestreek. Dat gebeurde bij het RTL-programma Jensen. Geert Wilders werd in dat programma als buitenaardse superster onthaald en bij die gelegenheid onthulde Wilders dat Robert Jensen in het kabinet Wilders-I staatssecretaris voor Mediazaken zal worden. Hij zou als eerste opdracht krijgen de publieke omroep af te schaffen. Want toch allemaal één pot natte politieke correctheid.

Over die scène valt veel te zeggen. Het was om te beginnen smakeloze, kritiekloze tv. Ook was het van een stuitende politieke domheid. Politici die eigenhandig en autoritair media afschaffen? Wie daar geen politiek-gevoelige antenne voor heeft, is democratisch sowieso af. Het meest wanstaltig aan de kritiek die in Nederlandse anti-establishmentkringen op de publieke omroep bestaat (en die is niet mals: zie de sociale media, zie het gejoel van het Jensen-publiek), is dat men geen idee heeft van het medialandschap buiten Nederland. Juist de leiders waarover Wilders zich geregeld sympathiek uitlaat – Orbán in Hongarije of Poetin in Rusland – zijn natuurlijk de grote mediavernietigers. Zij zijn het die onwelgevallige media monddood maken of van de hand doen aan bevriende oligarchen. Je moet maar durven om in zo’n wereld de NPO als het grote kwaad weg te zetten, terwijl je er zelf zulke foute vrienden op nahoudt. Dan heb je alle proporties van democratische rechtsstatelijkheid achter je gelaten.

Dit gezegd zijnde, de NPO heeft natuurlijk wel een groot probleem met deze haatcampagne. Nuchter moet worden vastgesteld dat het de NPO niet gelukt is om bij alle Nederlanders over te komen als een neutrale, betrouwbare, partijen-overstijgende instantie. Een groot deel voelt zich, terecht of niet, niet door de NPO bediend en erkend.

Wat zich hier wreekt, is dat de NPO het maatschappelijk gesprek niet neutraal genoeg georganiseerd heeft. Het Nederlands Maatschappelijk Gesprek op televisie is in belangrijke mate gedelegeerd aan twee praatprogramma’s: DWDD en Jinek/Pauw. Leuke, geweldig succesvolle programma’s, maar wel programma’s die een zekere inteelt-uitstraling hebben, en daarmee uit- en buitensluiten. Steeds dezelfde mensen voeren namens ons allen het woord.

Wie in Hilversum heeft ooit bedacht dat mensen alleen nog maar televisie willen kijken als daarin zichzelf feliciterende BN’ers figureren? Die permanente parade van halve en hele BN’ers, het is bijna niet meer om aan te zien. Ik kan best leven met Frans Bauer die in China op zoek is naar Babi Pangang, mits er daarnaast drie serieuze kennis- en discussieprogramma’s over de opmars van China zijn. Maar die zijn er dus niet. Ik kan best leven met Claudia de Breij die in DWDD een jaar tevoren al aandacht wil voor haar nieuwjaarsconference van 2020, als daar een serieuze NPO-thema-avond over klimaatpolitiek tegenover staat. Maar die is er dus niet.

Waar het in Nederland aan ontbreekt, is aan grote, gezaghebbende tv-programma’s over belangrijke kwesties. Programma’s waar ook niet-BN’ers hun mening kunnen geven, en saaie experts aan het woord komen over de ins and outs van complexe maatschappelijke onderwerpen en waarin verschillende opvattingen en standpunten worden samengebracht.

In ons omringende landen zie je voorbeelden van zulke programma’s. Question Time en The Big Questions bij de BBC. De grote politiek-maatschappelijke talkshows in Duitsland, als Hart aber Fair of Anne Will. Met deelname van alle vleugels uit de samenleving, ook de AfD.

Deze tijd, waarin ons politiek stelsel zich in de overgang bevindt, mensen zich overvallen voelen door complexe verandering en fakenieuws, en waarin groepen in smaakbubbels langs elkaar heen leven, vraagt meer dan ooit om een goed georganiseerd politiek-maatschappelijk gesprek. Zo neutraal en bovenpartijdig mogelijk. Zoveel mogelijk gericht op geïnformeerde meningsvorming. Dat mag best saaie slow television zijn, niet onderbroken door narcistisch kwakende BN’ers.

De NPO zou zich tegenover de bizarre haatcampagne van Wilders c.s. een stuk robuuster kunnen opstellen door de publieke meningsvorming in eigen hand te nemen, en niet langer uit te besteden aan de omroepen, left overs van verzuild Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.