opinie anne frank

'Waardigheid van icoon Anne Frank juist gebaat bij openbaar maken afgeplakte pagina's'

In het Nederlands Dagboekarchief bevindt zich een dagboek met een briefje erbij waarop ‘ongelezen verbranden’ staat. Het Dagboekarchief heeft dit dagboek echter niet ongelezen verbrand, maar bewaard. Net zoals Max Brod ondanks het verzoek van zijn vriend Franz Kafka om diens ongepubliceerde manuscripten te vernietigen, deze wens niet heeft ingewilligd. En zo werd deze week bekend dat twee afgeplakte pagina’s uit het dagboek van Anne Frank met behulp van nieuwe technieken zichtbaar zijn gemaakt.

De openbaar gemaakte pagina's uit het dagboek van Anne Frank.

De ophef hierover in de (sociale) media was groot: de privacy van Anne Frank zou zijn geschaad. Ook in de Brief van de Dag van vrijdag in de Volkskrant betoogt Meredith Reinders dat het beter was geweest dat de pagina’s, ‘dat wat zij overduidelijk privé wilde houden’, afgeplakt waren gebleven. Ik ben het niet met haar eens: ik denk dat het goed is dat de verschillende dagboekversies in hun geheel gelezen, onderzocht en vergeleken worden, dus inclusief gecensureerde pagina’s – zowel die van Anne Frank zelf, als weglatingen in latere edities door onder andere haar vader Otto Frank.

De ingewikkelde discussie hierbij is dat het gaat om een afweging tussen ‘privacy’ en het publieke en wetenschappelijke belang van historische kennis. Ik schrijf ‘privacy’ tussen aanhalingstekens, omdat er een verschil is tussen de rechten van de levenden en de doden. Privacy is juridisch gezien geen recht van de doden, maar er bestaat wel datgene wat historicus Antoon de Baets ‘postume waardigheid’ noemt: de grondslag waarop de doden respect en bescherming verdienen. Historici hebben de plicht deze postume waardigheid af te wegen tegen hun andere plicht: het leveren van wetenschappelijke kennis over het verleden. De ‘privacy’-verdedigers stellen dat die afgeplakte pagina’s geen toegevoegde waarde hebben voor onze historische kennis. Ik denk van wel.

Allereerst gaat het hierbij niet om ‘zomaar’ een dagboek, maar om het dagboek van een fenomeen, een icoon, een symbool van de Holocaust, om Unesco-werelderfgoed, om een meisje dat nooit had kunnen bevroeden dat haar tragische verhaal anno 2018 in films, musicals, musea, games en zelfs in een ‘escaperoom’ is verwerkt. Juist deze iconisering – wat we daar ook van vinden – maakt het van belang dat we de totstandkoming van haar dagboek en haar eigen redigeerwerk daarbij onderzoeken. Dit kan ook helpen om het icoon terug te brengen tot menselijke proporties door haar te plaatsen binnen gangbare dagboekpraktijken.

Juist die afgeplakte pagina’s zijn namelijk niet heel bijzonder. Veel dagboeken bevatten redigeerwerk en ‘stiltes’ in de vorm van geheimschrift, symbolen, eufemismen, uitgescheurde en afgeplakte bladzijden. Dergelijke zelfcensuur heeft vaak betrekking op seksueel getinte passages, net zoals bij Anne Frank, en kan een teken zijn dat er rekening werd gehouden met (latere) lezers. Als de dagboeken zijn overgeleverd, zijn het bronnen die historici inzicht kunnen geven in een onderwerp waarover bronnenmateriaal schaars is: de beleving van het lichaam en seksualiteit. Susan Sontag heeft terecht gesteld: ‘Silence remains, inescapably, a form of speech […].’ De afgeplakte pagina’s uit het dagboek van Anne Frank zijn deel van het verhaal dat het verdient om in al zijn schakeringen gelezen en onderzocht te worden.

Dan blijft de vraag of deze historische kennis van groter belang is dan de postume waardigheid van Anne Frank. Ik vind dat die waardigheid niet geschaad is bij het openbaar maken van deze afgeplakte pagina’s en er zelfs bij gebaat is om haar zo als persoon, (dagboek)schrijfster en puber te begrijpen in haar tijd. Merkwaardig genoeg stellen we die privacy niet ter discussie bij veel ander historisch onderzoek, bijvoorbeeld naar de 19de-eeuwse schrijver Jacob van Lennep – Marita Mathijsen maakte in haar recente biografie ook voorheen gecensureerde passages in brieven over diens buitenechtelijke escapades zichtbaar. Is het verschil dat dit langer geleden is? Of dat Jacob van Lennep geen heilig verklaard 14-jarig meisje, slachtoffer en icoon van de Holocaust is?

Leonieke Vermeer is universitair docent Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Dit schreven we eerder over de zichtbaar gemaakte pagina's

In haar dagboek noteerde Anne Frank af en toe ‘schunnige moppen’. Nu, ruim 73 jaar na haar dood, zijn die moppen wereldnieuws.

‘De dagboekpagina’s van Anne Frank hadden afgeplakt moeten blijven’, schrijft Meredith Reinders, masterstudent Holocaust en Genocide Studies aan de Universiteit van Amsterdam.

‘De wens van Anne Frank wordt al sinds 1947 niet gerespecteerd’, meent Denise de Costa die promoveerde op de dagboeken en andere teksten van Anne Frank en Etty Hillesum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.