'Turken kunnen zich gaan afreageren op Nederlandse samenleving'

De recente botsingen tussen jonge Turken en Koerden in Amsterdam leggen diepe en gevaarlijke frustraties bloot. Dat schrijft Tuncay Cinibulak, hoofdredacteur van het Turks-Nederlandse blad Tulpia.

© ANP. In Nederland woonachtige Koerden verzamelen zich bij het Koerdisch Cultureel Centrum aan de Sloterkade in Amsterdam.

In Amsterdam werd vorige week het Turk-Koerdische conflict gewelddadig uitgevochten. De brandhaard was het Nederlands-Koerdisch Cultureel Centrum in Amsterdam. Een groep Turkse jongeren bestormde na een vreedzame demonstratie op 23 oktober het centrum. Aanleiding voor de demonstratie was de recente aanslag van de Koerdische PKK in Zuid-Oost Turkije, waarbij 24 Turkse militairen omkwamen.

Vraagtekens
Een woordvoerder van de Amsterdamse politie verklaarde door de rellen te zijn verrast. Ik zet hier vraagtekens bij. De botsingen van vorige week zijn niet een incidentele actie van een groep 'losgeslagen' Turkse jongeren, zoals werd aangenomen. De frustratie van deze jongeren ligt dieper.

Ik vraag mij bijvoorbeeld af waarom deze jongeren juist nu zo heftig reageren op een PKK-actie, terwijl deze organisatie al dertig jaar op Turkse militairen schiet? Was die laatste aanslag de druppel die de emmer deed overlopen of werd hun frustratie gevoed door een ander probleem? In mijn optiek hebben de geweldsuitbarstingen twee oorzaken: de Turks-Koerdische toenadering en de diepgewortelde problemen waarmee de Nederlandse Turken kampen.

Het Turks-Koerdische conflict is in Turkije een nieuwe fase ingegaan. De regering-Erdogan werkt aan de vervanging van de door militairen opgelegde grondwet van 1982. Die biedt een historische kans aan de Koerden om meer rechten en vrijheden te verkrijgen. Bij de revisie van de grondwet is zowel de nationalistische MHP als de Koerdische BDP betrokken. Dit stoort zowel de rechtse Turken als de PKK. Deze organisatie gaf met een aanval op Turkse miltairen blijk van haar ongenoegen. Deze sabotage-actie werd van Turkse én Koerdische zijde afgekeurd - een novum in Turkije.

Alarmklok
De confrontatie tussen Turken en Koerden in Amsterdam vond ook haar origine in de maatschappelijke positie van beide groepen in Nederland. Hierover merkten Turkse deskundigen in de Volkskrant van 10 januari dit jaar op; 'We constateren bij veel jongeren een gebrek aan zelfvertrouwen, faalangst, frustraties en een toename van ernstige psychische klachten.' De luiders van de alarmklok rekenden ook huiselijk geweld tot de problemen.

De reactie van Turkse Nederlanders op de PKK-aanslag wordt sterk gevoed door hun eigen uitzichtloosheid. Zij zitten klem tussen de oudere generatie en de 'tolerante' Nederlandse samenleving die hen stilzwijgend afwijzen. Zij wantrouwen de Nederlanders en tonen weinig respect en sympathie voor de Nederlandse cultuur.

De signalen van deze onvrede werden in de samenleving en de Turkse gemeenschap niet goed opgevangen. Sommige Turkse instellingen vonden dat deze luiders van de alarmklok de zaak overdreven. Zoals gebruikelijk werd dit 'akelige' onderwerp al snel in de doofpot gestopt. Na de Turks-Koerdische confrontaties in Amsterdam deden ze precies hetzelfde. Onder leiding van het Inspraak Orgaan Turken kwamen Turken en Koerden bijeen om de rellen op het conto van een groep 'losgeslagen' jongens te schrijven.

Enkeltje Turkije

Deze organisaties kennen de belevingswereld van jongeren niet. Via internet voeren die nog altijd een hevige oorlog met elkaar die elk moment op straat kan ontbranden. De reacties van Nederlandse jongeren op nu.nl zijn ook opmerkelijk: 'Ga je vete maar in eigen land uitvechten.' Of: 'Van mij mogen alle Turken een enkeltje Turkije krijgen.' Hierin zien Turkse jongeren het zoveelste bewijs dat Nederlanders hen niet mogen.

De derde generatie Turken en Koerden in Nederland spreekt in de regel goed Nederlands en is vertrouwd met de Nederlandse omgangsnormen. Toch kunnen velen hier op de een of andere manier niet aarden. Zij voelen zich gediscrimineerd, onbegrepen, minderwaardig en geïsoleerd binnen de Nederlandse samenleving.

Uit onderzoek van Tulpia, dat is uitgevoerd door het onderzoeksbureau O+S blijkt dat in 2007 slechts 44 procent van de jonge Amsterdamse Turken nog omging met een autochtoon. Dit percentage was drie jaar eerder nog 63 procent. Slechts 14 procent van de Turken had contact met de buren. Het onderzoek werd volkomen genegeerd door de Turkse gemeenschap in Nederland en door de Nederlandse politiek.

De frustraties en de woede van de Turkse jongeren komen nu nog impulsief tot uiting. Maar het kan niet worden uitgesloten dat ze zich op een kwaad moment niet alleen op de Koerden afreageren, maar ook op de Nederlandse samenleving. Zo beschouwd, kunnen de Amsterdamse rellen van vorige week worden opgevat als een mogelijke voorbode van een nieuwe geweldsgolf. Het ging nu om een handjevol jongeren, maar we moeten niet vergeten dat een vonkje voldoende is om een groot bos in vlam te zetten.

Tuncay Cinibulak is hoofdredacteur van het Turks-Nederlandse blad Tulpia.

 Vergeet niet dat een klein vonkje een groot bos in vlam kan zetten  
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.