Opinie

'School kan een wereldtaal niet negeren'

Niet de onderwijskundigen zitten achter de opmars van het Engels op school, maar ouders met een sterk realiteitsbesef, schrijft Lodewijk van Oord.

Beeld anp

In de Volkskrant van 17 juli betoogt onderwijssocioloog Jaap Dronkers dat de promotie van tweetaligheid in het Nederlands onderwijs slecht is voor de sociale cohesie. Hij reageert hiermee op de plannen van staatssecretaris Dekker, die tweetalig onderwijs juist wil stimuleren.

Dronkers' betoog heeft veel weg van een complottheorie: een dubieus groepje onderwijsdeskundigen is in stilte bezig van onze eentalige natiestaat (we laten de Friezen buiten beschouwing) een tweetalige samenleving te maken. 'Het gebeurt waar wij zelf bijstaan', klaagt hij, 'zonder dat iemand een vinger uitsteekt.'

Waarschijnlijk steekt niemand een vinger uit omdat deze ontwikkeling in vrijwel elk opzicht positief is. Tweetaligheid doet recht aan de realiteit van steeds meer schoolgaande Nederlanders. Dronkers somt al die redenen keurig op: globalisering, Europese integratie, internationalisering van de economische en culturele elite, enzovoorts. Allemaal redenen waarom een goede beheersing van de Engelse taal voor veel scholieren van groot belang is.

Bouwsteen
Volgens Dronkers is één gemeenschappelijke taal voor alle Nederlanders een essentiële bouwsteen van de natiestaat. Over de bouwstenen van een natiestaat kunnen we eindeloos debatteren. Volgens sommigen is eenheid van godsdienst van het grootste belang, of een gedeelde geschiedenis. Anderen zullen zeggen dat een succesvol voetbalelftal meer dan voldoende is, of een sporadische finaleplaats bij het Songfestival. Waarom taal zo belangrijk is, maakt Dronkers niet duidelijk. Hij beschrijft veel maar bewijst niets. Als voorbeeld noemt hij nog wel even Frankrijk, waar de Franse taal op alle scholen verplicht werd om zo nationale eenheid te smeden. Maar als één Europees land niet klaar is voor een globaliserende wereld dan is het Frankrijk.

De door Dronkers geïdealiseerde natiestaat is voor steeds minder mensen het enige referentiekader. Natiestaten zullen niet verdwijnen. Wel worden ze pluriformer en verliezen ze hun allesoverheersende impact op de samenleving.

Tweetalig onderwijs speelt op deze ontwikkelingen in, door leerlingen in verschillende vakgebieden onder te dompelen in een tweede taal. Ten koste van het Nederlands gaat dit niet. Onderzoeken tonen juist aan dat ontwikkeling van een tweede taal het begrip van de eerste taal juist ten goede komt. Nadelige effecten zijn nooit aangetoond.

Dronkers heeft gelijk als hij stelt dat de opmars van het tweetalig onderwijs een indirect gevolg is van teleurstellend overheidsbeleid. Wellicht is de les dat grootschalige onderwijspolitiek zelden goed van de grond komt. Om die reden is er in bijna alle geïndustrialiseerde landen sprake van een onderwijscrisis. Het enige goede nieuws is dat de crisis elders vaak nog erger is.

Kwaliteitsimpuls
De Nederlandse wetgeving biedt voldoende mogelijkheden om die crisis het hoofd te bieden. Volgens artikel 23 van de Grondwet is de financiering van onderwijs een overheidstaak, maar de invulling van dat onderwijs een zaak van ouders en hun belangengroepen. Tweetalig onderwijs is vanuit die traditie goed te verklaren. Het is een door scholen en ouders gedragen kwaliteitsimpuls, geen creatie van heimelijk bekokstovende onderwijsdeskundigen.

Eigenlijk noemt Dronkers maar één serieus bezwaar: tweetalig onderwijs is duurder dan regulier onderwijs, en momenteel moeten ouders het verschil uit hun eigen portemonnee betalen. Dit leidt volgens hem tot segregatie tussen hoog- en laagopgeleiden.

Segregatie is in het Nederlandse onderwijs een jammerlijk feit. Het genoemde artikel 23 uit 1917 verknipte het onderwijs in bijzondere en openbare scholen, terwijl het voortgezet onderwijs verder versnipperd raakte in scholen voor vmbo, havo en vwo. Het is niet waarschijnlijk dat tweetalig onderwijs veel zal bijdragen aan de verdere segregatie van een onderwijssysteem waarin sociaaleconomische barrières al tientallen jaren bestaan.

De vrijheid van onderwijs blijft een groot goed. Niet voor niets is het verankerd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. De overheid dient zich bescheiden op te stellen als het gaat om de invulling van het onderwijs, maar dient er wel voor te zorgen dat goed onderwijs voor elk kind beschikbaar is, ongeacht financiële middelen en sociale achtergrond. Het is dan ook jammer dat staatssecretaris Dekker nauwelijks aandacht besteedt aan de financiering van tweetalig onderwijs.

Dronkers' zorgen over de segregatie in het Nederlandse onderwijs worden door velen gedeeld. Maar uit de pen van een hoogleraar die enkele jaren geleden betoogde dat gesegregeerd onderwijs de leerprestaties van leerlingen ten goede komt, is juist dat argument niet zo geloofwaardig.

Lodewijk van Oord is onderwijsdirecteur aan het United World College in Swaziland.

 
De vrijheid van onderwijs blijft een groot goed. Niet voor niets is het verankerd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.