Opinie

'Rechter moet z'n verhaal doen, maar niet op de televisie'

Hoe vaak rechters ook aanschuiven bij Pauw & Witteman, ze zullen altijd onbegrip ontmoeten, schrijft Miek Smilde.

Slachtoffer-advocaat Richard Korver aan tafel bij bij Pauw & Witteman. Beeld Vara

Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie wil dat rechters beter te begrijpen zijn en vindt (daarom) dat rechters vaker op de televisie moeten komen (de Volkskrant, dinsdag 16 oktober). Bij de presentatie van de zestien nieuwe gerechtspresidenten eerder deze week verweet de minister de rechters 'onzichtbaarheid'. Om het vertrouwen van de burger te behouden, moeten rechters volgens Opstelten 'de ruimte grijpen die de media bieden'.

Daarmee suggereert de minister dat 'de media' het beste voor hebben met de rechtspraak en graag een podium bieden aan hen die het vertrouwen van de burger nodig hebben. Dat is een misvatting. Het belang van de media is helemaal niet gericht op het bieden van een podium aan welke gezagsdrager dan ook. Het belang van de media zijn kijk- en oplagecijfers en die zijn gebaat bij een lekkere rel, bij navoelbaar verdriet en al dan niet oprechte verontwaardiging.

Twan Huys nodigt Willem Holleeder niet uit om een principieel debat over het Nederlandse strafrecht te voeren en slachtoffer-advocaat Richard Korver zit niet bij Pauw & Witteman aan tafel om het over efficiënte rechtspleging te hebben. Huys heeft kijkcijfers nodig en Korver wil een boek verkopen. Daar is niets mis mee, maar het heeft niets met vertrouwen in de rechtspraak te maken.

Zichtbaarheid
Al decennialang wordt binnen de rechtspraak gesproken over het belang van mediagenieke zichtbaarheid van rechters om het vertrouwen van de burger te behouden dan wel te herwinnen. In de jaren zeventig verscheen in de Twentse pers regelmatig een rubriek met een (vrouwelijke) politierechter in de hoofdrol die vrijmoedig vertelde over haar werk. Ben Asscher, de legendarische oud-president van de Amsterdamse rechtbank, trad in de jaren tachtig veel en vaak naar buiten om weer eens uit te leggen waarom een zeker boulevardblad weer iets moest rectificeren. Jan Leijten, destijds advocaat-generaal bij de Hoge Raad, schreef begin jaren negentig meerdere bundels over het rechtsbedrijf en gaf daarover graag interviews. Het leidde allemaal niet tot meer begrip. De onvrede over rechters in ivoren torens bleef groeien.

In 1992 promoveerde de inmiddels overleden journalist Rolph Pagano op camera's in de rechtszaal en stortte Hilversum zich op het rechtsbedrijf. Dat leidde tot televisieprogramma's als De Rijdende rechter, Is recht recht?, In Kort Geding, het Grote Gelijk, Zestien Miljoen Rechters en De Rechtbank. Pagano zei destijds dat het recht aan twee belangrijke criteria voldoet die het geschikt maken voor televisie: recht is 'echt' en recht is emotioneel. Of, zoals Pagano in een interview letterlijk zei: 'Het leed van een ander doet het altijd goed op tv.'

Sindsdien heeft de rechtspraak veel geïnvesteerd in 'communicatie'. Er kwamen voorlichters, persrechters, persberichten, websites en een enkele rechter twittert inmiddels. Het leidde allemaal niet tot het gewenste begrip en vertrouwen. Want terwijl de traditionele rechtbankverslaggever in de provincie langzaam werd wegbezuinigd, stortte Hilversum zich vol overgave op de rechtszaak tegen Geert Wilders en andere (straf)zaken met maar één journalistiek adagium voor ogen: if it bleeds it leads. Wat zoveel wil zeggen als: goed nieuws is geen nieuws.

Er is vrijwel geen journalist die echt wil uitleggen waarom de moeder en de stiefvader van een driejarige peuter zijn vrijgesproken, omdat niet te bewijzen is wie het kind doodsloeg. Wat het verschil is tussen vrijspraak en ontslag van rechtsvervolging. Elke journalist wil de oma van de peuter in beeld brengen en de buren die er schande over spreken. Of anders wil zijn hoofdredacteur het wel.

'Veiligheid'
Minister Opstelten weet dat natuurlijk als geen ander. Zijn hele justitiële beleid de afgelopen kabinetsperiode is op niets anders gebaseerd. Het afstandelijke 'justitie' op zijn ministerie werd snel vervangen door 'veiligheid', want dat raakt de burger veel directer. Zijn counterpart Fred Teeven sloot daarbij feilloos aan door de positie van het slachtoffer in het strafproces flink aan te zetten, waarvan Richard Korver dankbaar gebruik heeft gemaakt. Camera erbij, en het publiek siddert van de schrijnende verhalen. Het leed van de ander doet het namelijk goed op tv.

Dat journalisten dit leed brengen, is niet alleen hun goed recht, maar ook hun vak. Journalisten zijn eigenlijk niets meer dan verhalenvertellers die een publiek vermaken met een lach en een traan. Wat voor de rechter de feiten zijn, zijn voor de journalist emoties. Waar voor een rechter de redenering geldt, telt voor de journalist het relaas. Rechters die in de media optreden, moeten zich dit goed realiseren. Hun zichtbaarheid aan de tafel bij Pauw & Witteman zal het vertrouwen in hun functioneren niet evenredig doen toenemen. Zeker niet op het moment dat ze tegenover een moeder van een vermoord kind worden gezet. En reken maar dat de redactie daarvoor zal zorgen.

Dat slachtoffers spreekrecht hebben gekregen in het strafproces vind ik een goede ontwikkeling, maar geen enkele straf zal het gemis van een slachtoffer ooit kunnen compenseren, zoals Arnon Grunberg treffend schreef in zijn Voetnoot (woensdag 17 oktober). Net zo min als meer zichtbaarheid van rechters ertoe zal leiden dat mensen meer begrip voor die straffen zullen opbrengen. Angst en de bezwering ervan zijn namelijk diep menselijke drijfveren.

Mensen lezen aan de ene kant de meest gruwelijke thrillers en roepen aan de andere kant om strengere straffen. Journalisten begrijpen dat, en Twan Huys zeker. En anders dan Opstelten suggereert, begrijpen veel rechters dit ook. Het beteugelen van ongebreidelde wraak is namelijk hun werk. Natuurlijk moeten ze uitleggen wat ze doen en waarom. Maar wat mij betreft liever in de rechtszaal dan op televisie.

Miek Smilde is juridisch onderzoeksjournalist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.