'Na verkrachting volgt vaak karaktermoord'

Het idee dat vrouwen die een aanklacht wegens seksueel geweld indienen liegen is hardnekkig. Dit zal vrouwen die aangifte willen doen van seksueel geweld afschrikken.

© THINKSTOCK

De New Yorkse officier van justitie heeft de aanklacht tegen Dominique Strauss-Kahn ingetrokken omdat de getuigenis van het kamermeisje Nafissatou Diallo onbetrouwbaar zou zijn. Heleen Mees doet daar in NRC Handelsblad van 24 augustus nog een schepje bovenop.

Zij omschrijft de vrouw die Strauss-Kahn beschuldigde van verkrachting als 'pathologische leugenaar'. Mees sluit met deze kwalificatie van Diallo naadloos aan bij de culturele stereotypen over vrouwen, die eeuwenlang het vervolgen van seksueel geweld bemoeilijkt hebben en het slachtoffer, in plaats van de dader, in het beklaagdenbankje plaatsen.

Heleen Mees richt zich uitgebreid op de achtergrond en levensloop van het kamermeisje, maar het curriculum vitae van Strauss-Kahn, inclusief zijn eerdere misdragingen ten opzichte van vrouwen, laat zij buiten beschouwing. De nadruk op het gedrag en het karakter van het vrouwelijke slachtoffer kent een lange geschiedenis. Haar aanklacht was minder kansrijk, naarmate haar reputatie minder smetteloos was.

Bedrieglijke vrouw
Uit mijn onderzoek naar verkrachtingszaken in de 19de en 20ste eeuw, alsmede uit onderzoek van andere historici, blijkt hoe invloedrijk culturele beelden van vrouwen en vrouwelijkheid waren bij de beoordeling van vrouwelijke slachtoffers van seksueel geweld. Zo werden forensisch artsen in handboeken geïnstrueerd om bij het onderzoek naar het lichaam van het slachtoffer er vooral rekening mee te houden dat de vrouw kon liegen. Het was de taak van de arts het bedrog te ontmaskeren. Zijn inspectie van het lichaam ging er dus al van uit dat de vrouw een leugenaar kon zijn.

Dit idee van de bedrieglijke vrouw kreeg de eerste decennia van de 20ste eeuw een heel nieuwe draai onder invloed van de opkomende forensische psychiatrie. Hoogleraren psychiatrie werden als getuigen-deskundigen opgeroepen om te zien of het vrouwelijke slachtoffer leed aan hysterie, waarvan een pathologische fantasie het belangrijkste symptoom was.

Zo verwees een arts die als getuige-deskundige optrad tijdens een verkrachtingszaak in 1926 naar de beroemde professor Jelgersma. Deze had, beïnvloed door Freud, geschreven 'dat de vrouwen, die iets in zich hebben, dat maakt, dat zij verkracht willen worden - niet zeldzaam zijn, weet iedereen'. Hun hunkering naar seks zouden vrouwen later proberen te maskeren door te beweren dat ze tegen hun wil verkracht waren.

Vals
Het beeld van de leugenachtige vrouw werd niet alleen bevestigd door forensisch artsen, maar ook door de media. Historica Joanna Bourke onderwerpt in haar boek Rape. A history from 1860 to the present (2007) alle bestaande cijfers over de vervolging van verkrachtingen aan een kritisch onderzoek. Zij concludeert dat in Engeland en Amerika in de laatste decennia ongeveer 3 procent van de aanklachten van verkrachting vals is. Het zijn echter juist deze zaken die veel media-aandacht krijgen. Daardoor raakt het feit dat het merendeel van seksueel geweld niet wordt vervolgd, onderbelicht.

Uit onderzoek blijkt dat het overgrote deel van verkrachtingen nooit tot een rechtszaak komt: het slachtoffer schaamt zich te veel om aangifte te doen, familieleden ontraden aangifte (zie de moeder van Tristane Banon, de Franse journaliste wier aanklacht tegen Strauss-Kahn in Frankrijk nog loopt), er zijn geen getuigen of ander bewijs, de politie gelooft haar niet of de zaak wordt geseponeerd. Uit cijfers voor Engeland en Amerika blijkt dat ongeveer 6 procent van de aanklachten met betrekking tot verkrachting die aan de politie wordt gemeld, resulteert in een veroordeling voor daadwerkelijke verkrachting.

Toch is het idee hardnekkig dat vrouwen die een aanklacht wegens seksueel geweld indienen, liegen. Dat geldt ook voor de stelling, dat vrouwen zich gemakkelijk kunnen verzetten. Tot 1900 schreven alle handboeken voor forensische geneeskunde dat het fysiek onmogelijk was dat een volwassen vrouw verkracht kon worden door een man. Zij was immers in staat tegenstand te bieden. Pas rond de eeuwwisseling ging men inzien dat angst vrouwen kon verlammen of dat zij door bedreigingen niet in staat waren de dader te lijf te gaan.

Ook van deze gedachte horen we echo's terug in de debatten rond de DSK-zaak. Een van de commentaren stelde dat Nafissatou Diallo zich natuurlijk had kunnen verzetten, ze was immers langer dan haar vermeende verkrachter. Dat vrouwen psychisch niet in staat kunnen zijn tot verzet, werd hierbij veronachtzaamd.

Schrikbarend
Dat het beeld van de vrouw als pathologische leugenaar, die zich wel fysiek had verzet als ze dat echt had gewild, nog zo gemakkelijk geaccepteerd wordt in de 21ste eeuw, is schrikbarend. Ja, iemand is onschuldig tot hij na een gedegen proces wordt veroordeeld. Ja, het is mogelijk dat er geen voldoende bewijs is voor een vervolging wegens verkrachting.

Maar dit alles neemt niet weg dat de nadruk op het karakter van het vrouwelijke slachtoffer, haar 'neiging tot liegen' en haar nalatigheid tot verzet, haar als verdachte aanwijst, en de aandacht volledig wegneemt van de beschuldigde. Wie staat hier nu eigenlijk terecht? De gigantische nadruk op de persoonlijkheid van het slachtoffer zal afschrikwekkend werken voor vrouwen die aangifte willen doen van seksueel geweld.

Willemijn Ruberg
is docent cultuurgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.