'Mensenrechten’: het klinkt heel belangrijk, maar vooral als iets waarvan je altijd kunt zeggen: nu even niet

Trump gaat Kim Jung-un ontmoeten. Het gesprek zal over economische sancties gaan, over bommen en raketten, vast ook over de vraag of Aziatische vrouwen goed zijn in bed. Maar één ding zal zeker buiten beschouwing blijven, namelijk de mensenrechten. Dat wilde Kim Jung-un liever niet, dus daar moet je dan respect voor hebben, als Trump. Tegen een dikke mevrouw begin je ook niet bij het eerste gesprek over een maagverkleining, dus op bezoek bij een wrede dictator hou je je bek over de mensenrechten.

Zo werkt het nu eenmaal. Die Kim heeft atoombommen. Dat gaat even voor. Als iemand met een raketwerper staat te zwaaien in een drukke winkelstraat, doe je eerst iets aan dat wapen; pas daarna informeer je voorzichtig of hij zijn eigen kinderen wel goed opvoedt. Maar Kim Jung-un heeft niet een gezinnetje, hij houdt 25 miljoen inwoners gevangen in het grootste concentratiekamp uit de geschiedenis. Dan is het moeilijk te verkroppen dat hun belang steeds weer eventjes terzijde kan worden geschoven onder dat abstracte kopje: de mensenrechten.

Het lijkt een goed plan om lijsten te maken met basale vrijheden die ieder mens zou moeten hebben. Elk land kan zijn eigen wetten en wetjes maken, maar als we met zijn allen een paar regels afspreken die echt universeel zijn (niet doden, geen kinderen martelen, wel geloofsvrijheid, etc.) kan de wereld daar alleen maar beter van worden. Zou je denken. Het eerste probleem is natuurlijk dat ‘we’ het daar helemaal niet ‘met zijn allen’ over eens zijn. Hebben we recht op stilte, zoals Sander van Walsum betoogt, of juist het recht om teringherrie te maken? En welk recht is belangrijker? Betekent geloofsvrijheid dat je kinderen mag besnijden? Mag je iemand doden die kinderen martelt? Mag je een kind martelen om levens te redden?

Wat de basis, de nullijn van onze moraal zou moeten zijn, is in de praktijk erg subjectief. En dat kan ook niet anders; als iedereen het over de regels eens was, hadden we ze niet nodig. Mensenrechten zoals wij die kennen, zijn een Westers luxeproduct. Maar wat moeten we met die constatering? Je kunt heel kwaad worden als iemand ‘de mensenrechten’ schendt, dreigen met economische sancties en bommen gooien. Of je kunt de mensenrechten even snel noemen tussen twee gangen door, zoals Willem Alexander altijd doet bij de Chinees.

Maar er is ook een school die zegt: laat die mensen toch, doe niet zo superieur. Martin Sommer vindt bijvoorbeeld dat linkse Europarlementariërs te veel met hun vingertje zwaaien naar de conservatieve Hongaarse premier Viktor Orbán, vanwege zijn schendingen van de mensenrechten. ‘Het is waar dat nationale identiteit en zin voor traditie op gespannen voet staan met individuele mensenrechten’, schrijft Sommer. ‘Maar ze zijn niet minder dan de mensenrechten en ze verdienen net zo goed verdediging.’

Dankzij het vage begrip ‘mensenrechten’ kan hij deze heftige tegenstelling tamelijk terloops poneren. Zeker door er ‘individuele’ voor te zetten en het eufemistische ‘op gespannen voet’ te gebruiken trouwens, maar dat terzijde. Sommer gelooft heus niet dat je mensen mag martelen die de nationale driekleur beledigen, maar als je gelooft dat mensenrechten de basale minimumbehoeften van ieder mens zijn, wat in principe wel het idee is, dan staat hier dus dat de basale minimumbehoeften van Hongaren niet per se belangrijker zijn dan hun nationale identiteit.

In plaats van een internationale standaard waar iedereen op terug kan vallen, zijn de mensenrechten een eufemisme geworden, dat zichzelf als term meer kwaad doet dan goed. Zonder het woord mensenrechten moest Sommer zeggen: ‘Ik vind de onderdrukking van homo’s en vrouwen en de aanvallen op journalistieke en academische vrijheid in Hongarije even erg als de bedreiging van hun nationale identiteit.’ Of Trump: ‘Ik heb met Kim Jung-un afgesproken om niet over hongersnoden, censuur, terreur, executies en martelingen te praten.’

Ik weet niet of dat gaat werken. Maar wat dan wel? Eduard Nazarski, de directeur van Amnesty Nederland, vertelt dat hij tegenwoordig vaak de term ‘waardigheid’ gebruikt, als paraplu om allerlei vrijheden en mensenrechten onder te vangen. Het is slim bedacht en een nobel streven, maar volgens mij heeft waardigheid als term precies hetzelfde probleem als ‘mensenrechten’: het klinkt heel belangrijk, maar vooral als iets waarvan je altijd kunt zeggen: nu even niet.

Jonthan van het Reve is schrijver.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.