Interview Anna Rosling Rönnlund

‘Mensen zijn geneigd te denken in tegenstellingen; dat is een bijzonder slechte manier om de wereld te begrijpen’

Er gaat meer goed dan fout. Toch zijn we blind voor vooruitgang, ja, zelfs voor de werkelijkheid. Anna Rosling Rönnlund weet wat we daaraan kunnen doen.

Anna Rosling Rönnlund. Beeld Camilla Lindqvist

Een vraag. Is het deel van de wereldbevolking dat leeft in extreme armoede de afgelopen twintig jaar bijna verdubbeld, ongeveer gelijk gebleven of bijna gehalveerd? Kijk even op van uw krant voor u verdergaat… Wat denkt u?

Nog niet één op de tien mensen komt met het juiste antwoord: bijna gehalveerd. Stel twaalf van zulke basisvragen over alles van de samenstelling van de wereldbevolking of de levensverwachting tot het aantal schoolgaande meisjes in de wereld – vragen waarvan ondubbelzinnige antwoorden komen van autoriteiten als de Verenigde Naties en de Wereldbank – en gemiddeld hebben we er niet meer dan twee goed. Een op de zeven mensen beantwoordt alle vragen fout. Het gekke is: Nobelprijswinnaars en politieke besluitvormers scoren soms slechter dan gemiddeld. Als chimpansees deze vragen mochten beantwoorden door te kiezen uit drie bananen met daarop de mogelijke antwoorden, hadden zij het als groep aanmerkelijk beter gedaan dan wij, de Homo sapiens.

Uit de psychologie en neurowetenschap blijkt namelijk dat onze soort last heeft van iets dat onze harige voorouders vreemd is: overtuigingen en vooroordelen, waardoor we de wereld volkomen verkeerd begrijpen. We zien eerder het slechte dan het goede. We delen de wereld op in twee tegengestelde uitersten. We zijn bang voor terrorisme, maar het keukentrapje is dodelijker.

Daarom komt het als een volslagen verrassing om te ontdekken dat wereldwijd twee keer zo veel mensen in een democratie leven als in 1980, dat in die periode het percentage van de mensheid met veilig drinkwater is gestegen van 58 naar 88 en het aandeel 1-jarigen met minstens één vaccinatie van 22 naar 88 procent. Terwijl al die goede dingen toenemen, nemen slechte dingen af. Zo daalde sinds 1980 het aantal landen met gelegaliseerde slavernij van 54 naar 3, en het aantal mensen dat per jaar omkomt door natuurrampen is in de afgelopen honderd jaar meer dan gehalveerd.

Niemand heeft meer gedaan om het besef van vooruitgang over te brengen dan Hans Rosling. Met zijn geestdriftige presentaties vol duizelingwekkende data en een dik, Zweeds accent bereikte hij in de afgelopen jaren een miljoenenpubliek. Vorig jaar overleed hij aan kanker. Zijn zoon, Ola Rosling, en diens vrouw, Anna Rosling Rönnlund, maakten het boek af waaraan hij nog tot het laatst werkte: Feitenkennis – 10 redenen waarom we een verkeerd beeld van de wereld hebben en waarom het beter gaat dan je denkt. Het boek is het slotstuk van een hechte samenwerking van achttien jaar, waarin ze gedrieën zijn Ted-talks schreven en bouwden aan het succes van ­Gapminder, een bureau voor datavisualisatie met klanten als Google en de Verenigde Naties. Hij was ook de bedenker van de quiz met de twaalf basisvragen waarbij we het afleggen tegen de chimpansee.

Een tijdje terug was Anna Rosling (43) in Amsterdam, als gast bij het Dept Festival in de Thuishaven, georganiseerd door Dept, een digitaal bureau van ontwerpers, ontwikkelaars en marketeers. Terwijl de circustent waar ze zal spreken volstroomt, zitten we even verderop op bierkratjes te praten.

U zult wel een hekel hebben aan journalisten. Het ligt natuurlijk aan ons dat mensen zo weinig weten over de wereld.

‘Welnee, dat vind ik helemaal niet. Ik word er zelfs een beetje moe van als ik weer hoor dat het allemaal aan de media ligt. De meeste journalisten zijn heel fatsoenlijke mensen. Jullie hersenen werken gewoon hetzelfde als die van alle andere mensen. Daardoor maken journalisten dezelfde fouten als iedereen.’

Ah, dus het is niet onze schuld?

‘Het is niet jullie schuld. Maar journalisten scoren wel slechter dan gemiddeld op onze feitentest met meerkeuzevragen. Dat komt volgens mij doordat journalisten in hun werk te maken hebben met twee problemen. Het eerste is dat hun werk simpelweg vereist dat ze artikelen brengen die wij interessant vinden. Die artikelen gaan dus niet over de gestage vooruitgang in de wereld, maar over spannende gebeurtenissen waarover we ons opwinden. Een kind dat in een pretpark door een krokodil wordt verslonden is dagenlang groot nieuws, maar we lezen nooit dat het aantal kinderen dat sterft voor hun 5de verjaardag in 25 jaar tijd, volgens cijfers van Unicef en Wereldgezondheidsorganisatie, is afgenomen met 56 procent.

Het tweede probleem van journalisten is dat zij meer dan anderen worden blootgesteld aan slecht nieuws; feitelijk geven ze maar een fractie van dat slechte nieuws door. Het is een probleem van overmatige blootstelling: journalisten horen over elk afzonderlijk incident en missen daardoor het grotere plaatje. Dat valt hun niet kwalijk te nemen, maar het is wel een extra reden voor hen om meer moeite te doen de wereld beter te begrijpen en te presenteren.’

U noemt Feitenkennis een zelfhulpboek.

‘Ja, ik heb ervoor gevochten met Hans en Ola om ons boek zo te benaderen. Data als therapie. Ik wilde weg van al die intellectuele boeken over vooruitgang, zoals die van Steven Pinker of ­Johan Norberg.’

Op wat voor manier is het dan een zelfhulpboek?

‘Omdat het inzichtelijk maakt hoe onze hersenen informatie over de wereld ontvangen en verwerken. Het boek leert je om dit te herkennen en om een ander, breder perspectief in te nemen wanneer je het nieuws leest of een discussie voert. Het maakt je deskundiger om met data om te gaan.’

Maakt het ook betere mensen van ons?

‘Volgens mij wel. Als je denkt dat het steeds slechter gaat met de wereld, kun je gefrustreerd en depressief raken. Je kunt gaan denken dat het geen zin heeft om te streven naar verbetering, om een goed doel te steunen of om voor het milieu te zorgen. Waarom zou je ook, als onze pogingen toch geen succes hebben?’

Bent u een optimist?

‘Nee, hoor. We moeten simpelweg herkennen wanneer iets goed gaat en openstaan voor de mogelijkheid dat de stijgende lijn ophoudt. Er kan van alles gebeuren dat alles zal veranderen: een financiële instorting, een wereldwijde pandemie, voortgaande klimaatverandering. Op dit moment zijn er veel data die een optimistische blik rechtvaardigen. Maar je moet op zoek naar balans. In Feitenkennis laten we 32 positieve trends zien, in een volgend boek moeten we misschien juist 32 negatieve trends laten zien.’

Aan welke negatieve trends denkt u dan?

‘Goede vraag. Toen we daarnaar zochten, konden we er eigenlijk niet zoveel vinden.’

Hans Rosling was een fenomeen. Tot besluit van een presentatie kon hij op de tafel klimmen, zijn jasje en overhemd uitdoen en dan stond hij daar in een mouwloos glitterhemd als heuse degenslikker met een enorm legerbajonet. In februari 2016 hoorde Rosling dat hij alvleesklierkanker had. Het zag er niet best uit. Nog twee, drie maanden, zeiden de experts. Hij zegde 76 lezingen en interviews af, maar het boek waaraan hij met Ola en Anna was begonnen, móést er komen. Ze brachten samen meer tijd door dan ooit tevoren.

Precies een jaar na de diagnose ging zijn toestand ineens hard achteruit. Er moest een ambulance komen. De drukproeven van enkele hoofdstukken gingen mee in de tas. In het ziekenhuis, tijdens de laatste dagen van zijn leven, krabbelde hij nog zijn laatste opmerkingen op de printjes. Vooral maakte hij duidelijk dat hij troost vond in de teksten. Het boek werd precies zoals hij het wilde.

Hoe denkt u dat mensen zich Hans Rosling zullen herinneren?

‘Ik denk dat de meesten zich hem herinneren als een energieke, gedreven man, die heel, heel graag wilde dat mensen de wereld beter zouden begrijpen. In zijn pogingen om de wereld uit te leggen, was hij zowel bloedserieus als frivool en speels. Ik denk dat hij een grote invloed had op de mensen die hem kenden. Hans was, een beetje zoals een icoon, iemand die je graag wilde volgen, omdat hij zo oprecht was.’

Hoe schat u zijn invloed in?

‘Van alle Europese landen waar we onderzoek hebben gedaan naar hun feitenkennis over de wereld, scoort Zweden het minst slecht. Die koppositie zal ongetwijfeld te danken zijn aan Hans en zijn lezingen en mediaoptredens hier.’

Had u verwacht dat uw schoonvader zo’n populaire spreker zou worden?

‘Niet echt. Voordat Ola en ik met hem gingen samenwerken, was Hans gewoon een hoogleraar. Daarna werd hij een wereldberoemde hoogleraar. Wij gaven hem het materiaal om een veel groter publiek te bereiken en hij gaf ons de inhoud die ons werk betekenis gaf.’

Er is één probleem met data, vond Anna Rosling. Hoe leuk je het ook presenteert, het blijft allemaal erg ­abstract. Statistiek gaat over trends en verhoudingen, maar wat zeggen die over het dagelijkse leven van de dik zeven miljard mensen met wie we de aarde delen? Daarom bedacht ze Dollar Street: een lange, denkbeeldige straat waarop alle wereldbewoners wonen als straatgenoten. De allerarmsten wonen aan het begin, met een laag huisnummer, de superrijken wonen op het laatste stukje. (Voor de goede orde: alleen al door in Nederland te wonen, behoort u tot de superrijken.)

Voor Dollar Street legde een hele batterij fotografen vast hoe het leven is voor honderden families in tientallen landen, arm en rijk, en alles daartussenin. Tienduizenden foto’s, gearchiveerd op de website van Gapminder, tonen hun slaapkamer, hun keuken, hun speelgoed, hun boekencollectie, hun handen, hun vervoermiddel – ja, zelfs hun toilet.

We reizen verder dan ooit tevoren, de televisie toont ons exotische plekken. Zo’n fotoverzameling is toch niet nodig om de wereld te kunnen zien?

‘Ook als we naar armere landen reizen, zijn de meesten van ons geneigd om aan onze kant van de straat te blijven. We reizen all inclusive, bezoeken de trekpleisters en gaan uit eten in leuke restaurants. Zien we als toeristen echt hoe het leven is voor de mensen die er wonen? Laten reisprogramma’s en vakantiebrochures een beeld zien van de dagelijkse werkelijkheid? Dollar Street laat zien van niet.’

Hoe helpt dit project ons om de wereld beter te begrijpen?

‘In de media zie je doorgaans de extremen, maar op Dollar Street zie je dat veruit de meeste mensen ergens in het midden wonen. Bovendien zie je dat de belangrijkste factor die bepaalt hoe mensen leven niet religie of ­cultuur is, maar inkomen. Als je in de hoogste inkomensgroep zit, ziet je slaapkamer of keuken er ongeveer hetzelfde uit, of je nu in België, ­Burundi of Bolivia woont. En in de ­andere groepen zie je ook geen noemenswaardige verschillen meer tussen Litouwen of Libanon, of Malawi en Mexico.

‘De foto’s tonen ook de graduele verandering als je verderop in de straat komt te wonen. Voor de eerste groep is het vervoermiddel een paar blote voeten, daarna een fiets, dan een motorfiets en bij de vierde groep is het een auto. Of neem gebitsverzorging, waarvan we filmpjes hebben gemaakt. In de eerste groep gebruikt iemand het modder van de muren en haar vinger, in de tweede groep gebruikt iemand een stokje, een gezin in de derde groep deelt een tandenborstel, in de vierde groep hebben alle gezinsleden een eigen tandenborstel.’

Waarom vindt u het zo nuttig om te denken in vier groepen?

‘Nou, eigenlijk is vier al een flinke oversimplificatie! Maar het is beter dan de onderverdeling in het arme Zuiden en het rijke Westen, of in ontwikkelingslanden en ontwikkelde landen. Als we de wereldbevolking opdelen in vier groepen wonen er maar 1 miljard in de eerste groep, waar ze iedere dag hout sprokkelen om hun grauwe pap of rijst op te koken, op de vloer slapen en hun behoefte doen in een gat in de grond.

‘Er wonen ook maar 1 miljard mensen in de vierde groep, waar wij zitten. Daar tussenin zijn er nog 3 miljard mensen die een gasfornuis hebben en van wie de kinderen ’s avonds hun huiswerk kunnen maken bij een peertje als er stroom is. En er zijn nog eens 2 miljard mensen in de derde groep, die vrijwel iedere dag werken maar wel beschikken over een eigen kraan en koelkast en wellicht ook eens een middagje naar het strand kunnen gaan. Begrip van meer verschillende groepen is belangrijker dan het misschien lijkt.

‘Mensen zijn geneigd te denken in tegenstellingen: niet alleen in arm en rijk, maar ook in goed en slecht, licht en donker, wij tegenover de rest, alles met een flinke kloof ertussen. Dat is een bijzonder slechte manier om de wereld te begrijpen, want de grote meerderheid bevindt zich tussen die extremen. Wanneer we ons dit niet realiseren, negeren we hun dagelijkse ervaringen, hun problemen en hun ontwikkelingen. Dan krijgen we nooit een goed beeld van de wereld.’

Hoe kunnen we de chimpansee verslaan?

‘Je hoeft de grafieken en cijfers niet uit je hoofd te leren. Het is beter om te begrijpen hoe je het best kunt omgaan met feiten en data. Bedenk dat de meerderheid in het midden zit. Bedenk dat een positieve trend géén nieuws is en een tijdelijke neergang of een incident wél.

‘Bedenk dat we het bangst zijn voor gevaren waarvan we het minst te vrezen hebben. Schrik niet van grote getallen, maar zie de dingen in verhouding. Accepteer dat er altijd verandering is, ook als die traag verloopt. ­Realiseer je dat er nooit één verklaring is. En vooral: wees nederig en nieuwsgierig.’

Rosling moet even lachen. ‘Het is eigenlijk niets anders dan een statistische manier van denken, maar echt, dat mag je ab-so-luut nooit zeggen. Mensen háten statistiek!’

CV

Anna Rosling Rönnlund (1975), opgeleid als grafisch ontwerper, is mede-oprichter en directielid van Gapminder, een Zweedse stichting die de ‘verwoestende misvattingen’ over mondiale ontwikkelingen wil bevechten door betrouwbare informatie hierover op een toegankelijke manier te presenteren. Een jaar na de oprichting in 2005 hield Hans Rosling zijn eerste TED-talk over vooruitgang in de wereld. Het werd een van de populairste TED-talks ooit. Sindsdien werkt Gapminder samen met de Verenigde Naties en diverse universiteiten. Met haar man Ola ontwikkelde Anna Rosling Trendalyzer, software om statistiek te visualiseren in bewegende animaties. In 2007 werd Trendalyzer verkocht aan Google, waarvoor ze samen jarenlang hebben gewerkt voor ze in 2010 terugkeerden naar Gapminder. Met z’n drieën schreven ze het boek Feitenkennis, uitgegeven door Spectrum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.