'Meerderheid heeft het allang voor het zeggen'

Nieuwkomers moeten zich al aan onze waarden aanpassen. Koopmans wordt op zijn wenken bediend.

Zwarte Piet gaat bungeejumpen bij de Pier van Scheveningen. Beeld epa

Collega-socioloog Ruud Koopmans stelt (Vonk, 3 december) dat het de hoogste tijd is om 'de rechten van nationale meerderheden te herwaarderen'. Hij meent dat deze in de verdrukking zijn gekomen door de instroom van migranten, van 'minderheidsculturen' die wel alle ruimte krijgen.

Op grond van mijn eigen onderzoek concludeer ik precies het tegenovergestelde: de legitimiteit van aanspraken van minderheidsgroepen is de afgelopen twintig jaar in Nederland enorm verminderd, terwijl de meerderheidscultuur meer en meer wordt gerespecteerd.

Hoe kan het een serieuze wetenschapper ontgaan dat alle regeringsnota's over integratie van nieuwkomers in de afgelopen jaren het belang van de Nederlandse cultuur benadrukken evenals de noodzaak voor migranten om zich aan te passen? Vinden de meeste Nederlandse politici het werkelijk legitiem en begrijpelijk dat 'minderheden hun cultuur willen behouden en aan de volgende generaties willen doorgeven'?

Nederlandse politici vinden vooral dat migranten zich de 'kernwaarden van Nederland' eigen moeten maken, zoals dat recentelijk weer vastgelegd in het Participatiecontract van minister Asscher.

In Nederland is de gedachte dat de 'oorspronkelijke' bewoners meer te zeggen zouden moeten hebben dan nieuwkomers allang gemeengoed geworden. Die opvatting wordt ook wel 'nativisme' genoemd: de natives vinden dat zij vanwege historische redenen meer te zeggen hebben over het land dan non-natives, zeker waar het culturele tradities betreft.

Koopmans meent dat de discussie over Zwarte Piet aantoont dat er te weinig naar oorspronkelijke Nederlanders wordt geluisterd. Hij vindt blijkbaar dat Zwarte Piet zwart moet blijven omdat de witte 'meerderheidscultuur' dat zou willen. Maar waarom zouden Surinaamse Nederlanders hierover niet mogen meepraten? Koopmans stelt dat, naast de meerderheidscultuur, alleen rekening hoeft te worden gehouden met inheemse minderheden (zoals Friezen) en niet met migranten (en al helemaal niet met migranten die 'vrijwillig' naar Nederland zijn gekomen). Het Zwarte Piet-voorbeeld laat goed zien dat het denken in rechten van 'meerderheidsculturen' ingewikkeld, en soms zelfs gevaarlijk is.

Zijn Surinaamse Nederlanders dan geen Nederlanders? Hoezo niet? Woonden zij niet op het 'Nederlands territorium'? En de kwestie van 'vrijwillige migratie' is in het geval van postkoloniale migranten, die oorspronkelijk als slaaf naar Nederlands grondgebied zijn verscheept, ook uiterst precair, om niet te zeggen: pijnlijk. Het Zwarte Piet-debat maakt duidelijk welke risico's het denken in meerderheidsculturen met zich meebrengt: niet-witte Nederlanders worden plotseling niet meer als Nederlander gezien omdat ze niet in de nationale geschiedenis zouden delen; voor Sylvana Simons werd niet toevallig een uitzwaaidag aangekondigd.

Voor migranten die louter vanwege economische redenen naar Nederland komen, snijdt Koopmans' redenering (steunend op de Canadese filosoof Kymlicka) op het eerste gezicht meer hout: die kunnen niet meteen dezelfde rechten claimen als degenen die al langer in Nederland zijn. Maar wat als migranten het Nederlands staatsburgerschap krijgen? En wat is de positie van de tweede en derde generatie? Meent Koopmans heus dat hun stemmen minder zwaar moeten wegen omdat hun ouders of grootouders niet uit Nederland komen?

Gradaties van burgerschap introduceren op basis van culturele verwantschap, zoals Koopmans voorstelt, leidt niet tot een vermindering van de steun voor Wilders, maar is de legitimatie van zijn programma.

Ik betwist niet het bestaan van een meerderheidscultuur. Integendeel, Nederland is het voorbeeld van een land met een sterke, en zelfs steeds sterkere identiteit, nu zo'n 80 procent van de Nederlanders deelt in 'prudent progressieve waarden'. Deze meerderheidscultuur staat in Nederland ook niet onder druk. Het zijn juist degenen die niet delen in de Nederlandse liberale cultuur zoals orthodoxe religieuzen die dagelijks voelen dat zij als 'achterlijk' worden beschouwd.

In plaats van de meerderheidscultuur nog verder aan te zetten, lijkt het mij dan ook veel urgenter om te bezien hoe die cultuur zich kan openen naar anderen, hoe de mainstream nieuwkomers in zich kan opnemen. Hierdoor kunnen Surinaamse en Marokkaanse Nederlanders er echt bij gaan horen en hoeven zij niet, zoals in Koopmans' nativisme, voorgoed tweederangsburger te blijven.

Koopmans' pleidooi is dus riskant, juist omdat meerderheidsculturen culturen van meerderheden zijn die soms onvoldoende rekening houden met minderheden. Alle 'culturen' moeten open staan voor kritiek, van binnenuit en van buitenaf. Vandaar ook dat bemoeienis vanuit de VN met de Zwarte Piet-traditie niet hoeft te worden afgewezen, zoals Koopmans doet. Meerderheidsculturen zijn niet boven kritiek verheven, zeker niet als zij mensenrechten schenden (wat Koopmans overigens erkent).

In het nativisme bestaat de wereld uit geografische eenheden, met daarbij behorende volken, en hun waarden en gebruiken. In zo'n wereld mogen we niks meer zeggen over de slechte behandeling van homo's in Afrikaanse landen, of over antisemitisme in Arabische landen, want dat is nu eenmaal onderdeel van de daar bestaande meerderheidscultuur: 's lands wijs, 's lands eer.

Het lijkt mij dezer dagen urgenter om mensenrechten te verdedigen dan meerderheidsculturen.

Jan Willem Duyvendak is hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.