Opinie

'Max Pams te vroeg verschoten zaad bestaat uit één deel rancune en twee delen roddel'

De kritiek op de biografie van W.F. Hermans - van een intellectuele biografie zou weinig terecht zijn gekomen - is voorbarig en afkomstig van een operettefiguur en twee schapen, meent biograaf Willem Otterspeer. 'Zou Max Pam kunnen lezen?'

Toenmalig minister Brinkman (l) van cultuur krijgt in Den Haag tijdens de opening van het Letterkundig Museum uit handen van schrijver W.F. Hermans een gesigneerd exemplaar van diens werk 'Relikwieen en Documenten'. Beeld anp

'Het is opmerkelijk hoe de Hermans-kunde vaak ontsierd wordt door schoolfrikkerij', schreef ik in de inleiding van mijn biografie, 'een eigenschap die de grootmeester zichzelf ook permitteerde, maar die had het excuus van zijn talent.' Dat excuus heeft Max Pam niet. Zijn te vroeg verschoten zaad is samengesteld uit één deel rancune en twee delen roddel.

Zijn rancune is eenvoudig te weerleggen. Ik noem het leven van Hermans niet mislukt, dat doet Hermans zelf. Aan Fokke Sierksma schreef hij: 'Veel mensen begrijpen niet dat mijn kinderachtigheid bestaat uit een begeerte naar 'alles' in vergelijking waarmee 'bijna alles' waardeloos wordt.' Aan Reve: 'De 'boodschap' uit mijn boeken is nu eenmaal de nietigheid van alles - dat zou niet zo wezen als ikzelf deze nietigheid niet onderging.' Zou Pam kunnen lezen?

 
Hermans had het excuus van zijn talent. Dat excuus heeft Max Pam niet.

Operettefiguur
Zijn voorbeelden. Van Pam moest ik Calis aan het woord laten. Maar Pammetje, Calis heeft de jonge Hermans evenmin gekend als ik en wij baseren ons op hetzelfde materiaal, de brieven van Hermans zelf, en daar kon ik in veel ruimere mate over beschikken dan Calis. Ik zou Emmy niet aan het woord laten. Maar Pammetje, dat wilde Emmy zelf niet. Ze wist marginaal te zijn in het leven van Hermans en dat was ze ook. Ik had Fiep Westendorp aan het woord moeten laten. Maar spiritistisch Petje, ik las die brief pas in 2009, vijf jaar na haar dood, hoe had dat dan gemoeten?

Introïtus Benders. Hij acht mijn biografie een gemiste kans. Hij acht. Als iets mij oplucht in deze affaire is dat ik voorgoed en definitief van de operettefiguur van Benders verlost ben. Die enorme lijsten van boeken door Hermans gelezen zijn een klein aantekenboekje dat ik van Emmy cadeau kreeg (en ter beschikking stelde aan de bezorgers van de Volledige Werken). In mijn biografie wordt er een heel hoofdstuk aan gewijd. Het probleem van deze biografie was niet de befaamde weduwe, integendeel, Emmy was groots, maar dat was Benders, een gelubde variant op het weduwschap.

 
Ik had Fiep Westendorp aan het woord moeten laten. Maar spiritistisch Petje, ik las die brief pas in 2009, vijf jaar na haar dood, hoe had dat dan gemoeten?

Kritische distantie
Ik houd er niet van uit andermans correspondentie te citeren, maar aangezien Benders zelf met zijn briefwisseling met Hermans heeft lopen leuren bij uitgevers, geef ik even, ter afdoend voorbeeld van een psychologie die kritische distantie uitsluit, een citaat uit zijn eerste brief aan Hermans. 'Uw aimabele en charmante persoon' noemt hij Hermans.

'Hoezeer heb ik mij niet steeds geërgerd over de impertinenties die menige inktslaaf in het volle vale daglicht ongehinderd waagde te ventileren over Uw ernstige blik wanneer hij niet in het bezit gesteld werd van een verwachte glimlach. Wat de goden hun geliefden schenken, ongelauwerde genialiteit - gaat dat steeds vergezeld van plebeïsche plagen, allerplatste causaliteiten, geschoffeerde ernst en oprechtheid, literaire boekhoudersmentaliteit en zo meer. Ik mocht bij U aantreffen wat ik in mijn hart al wist, mij toegefluisterd door Uw geesteskinderen - groot gevoel en diepe integriteit. Uw schuchtere adeldom verraste mij derhalve niet. Moge ik U hartelijk danken dat U zo bereidwillig was mij in Uw hoge sfeervolle huis te ontvangen.'

Het was Benders die op de proppen kwam met het idee mij de toegang tot het Hermans-archief te ontzeggen. Hij is inmiddels door zijn opvolger bij het Hermans-instituut gedesavoueerd en van een dergelijk verbod is geen sprake meer. Exit Benders.

 
Het was Benders die op de proppen kwam met het idee mij de toegang tot het Hermans-archief te ontzeggen.

Pammetje Preacox
Nu kan ik doorgaan over de schapen Gielkens en Kegel. Ik houd mijn kruit wat de beide heren betreft droog. Ik ben geen Pammetje Praecox.

Ik zou het verstandig vinden als ze zich even bezonnen op hun eigen verleden. In 2006 bracht het onvolprezen Hermans-magazine (dit is ironie, Pam) een speciaal nummer uit over het twaalfde deel van de Volledige Werken. Daar stonden volgens dat blaadje plus minus 700 fouten in. Het was merendeels het resultaat van zoeken naar spijkers op het laagste water. Het is niet mijn definitie van 'fout'. Maar wel die van Gielkens en Kegel en Pammetje Pet.

Willem Otterspeer is hoogleraar universiteitsgeschiedenis aan de Universiteit Leiden.

 
Ik houd mijn kruit wat de beide heren betreft droog. Ik ben geen Pammetje Praecox.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.