Opinie

'Kom je aan Sint of Piet, dan kom je aan integriteit van de opvoeder'

Al vanaf de Middeleeuwen is 'Piet' een even tijdloos als ongrijpbaar icoon. 'Nederlanders spiegelen zich noch aan Sint noch aan Piet. Ze kijken met de blik van een kind', schrijft historisch taalkundige Marleen de Vries.

Beeld anp

Terwijl het sinterklaasfeest dreigt te ontaarden in een politiek steekspel en de discussie al lang niet meer gaat over de houdbaarheid van Zwarte Piet, maar over de onderhuidse spanningen die een multiculturele samenleving met zich meebrengt, laten historici opmerkelijk weinig van zich horen. Spijtig, want als hoeders van de Nederlandse cultuur zouden zij kunnen laten zien dat Zwarte Piet geen terugkeer is naar de slavernij, zoals Verene Shepherd, het hoofd van de VN-Zwarte Piet-werkgroep, beweert.

Hoe Sint fictie werd
Laten we eerlijk zijn: niemand weet precies waarom de Amsterdamse docent Jan Schenkman rond 1850 Zwarte Piet introduceerde in een kinderboek. En niemand weet precies wie Piet is. Dat is ook de bedoeling. Piet is niet echt omdat Sint niet echt is. Het lijkt een open deur, maar wel één die in de huidige discussie de crux vormt in de kloof tussen voor- en tegenstanders van Zwarte Piet.

Strikt genomen hebben de meeste Nederlanders een kleine vijf eeuwen geleden al geaccepteerd dat Sint fictie is. Natuurlijk, er zijn altijd een paar verontwaardigde tegenstribbelaars, zoals die drie 18de-eeuwse dominees die boos waren omdat Sinterklaas katholiek is. De ramen van hun huizen werden op 6 december 1732 ingegooid omdat ze het gewaagd hadden het feest te willen verbieden.

Ooit, in de 4de eeuw, leefde en werkte Sint als bisschop van Myra in Turkije, daarna werd hij opgenomen in het pantheon van katholieke heiligen, vervolgens groeide hij in de 14de en 15de eeuw uit tot family man. Met enige strubbelingen overleefde hij de Reformatie en de beeldenstorm, iets wat gelijkstaat aan een wonder. Sint was rond 1600 al verworden tot fictie: een sprookjesfiguur die in familiaire kring onmisbaar was als pedagogisch instrument, zoals Herman Pleij keer op keer heeft aangetoond. Voortaan hielp de goedheiligman ouders één keer per jaar hun kinderen op te voeden. In een wereld die niet bepaald egalitair in elkaar stak, was hij akelig modern. Hij maakte geen onderscheid naar ras, geloof, afkomst, inkomen of sekse. Wie goed was, kreeg lekkers, wie stout was de roe.

Daarvoor moest wel het hele land collectief aan de leugen. Ook dat kreeg Sint voor elkaar - een tweede wonder - opnieuw dankzij zijn mateloze populariteit. Debet daaraan was dat hij er in vroeger eeuwen ook was voor verliefden. 5 en 6 december waren een soort Valentijnsdagen waarop men elkaar luxe cadeautjes gaf als speculaaspoppen met bladgoud of harten gemaakt uit een van de kostbaarste ingrediënten denkbaar: suiker. Maar bovenal betekende Sinterklaas opvoedkundige pret. In het tijdschrift De Joodsche Wandelaar uit 1792 beschrijft een vader hoe hij, vermomd als Sinterklaas, de avond van zijn leven heeft. Zijn gezicht heeft hij zwart gemaakt. 'Mannen, wat hadden wij op Sinterklaas-avond een pret! het was een klucht, om te zien, hoe bang mijne jongens waren, ha! ik moet er nog om lagchen, als ik er om denk; mijn wijf zelve, schoon zij van de vonk wist, zou wel in een hoek gekropen hebben, zoo had ik mij toegetakeld, met lappen en vodden van allerhande kleuren, mijn bakhuis had ik zwart gemaakt, en ik rammelde zoo verschriklijk met de ketting, dat het huis er van daverde.'

Beeld Koninklijke Bibliotheek Den Haag
 
In een wereld die niet bepaald egalitair in elkaar stak, was Sint akelig modern. Hij maakte geen onderscheid naar ras, geloof, afkomst, inkomen of sekse. Wie goed was, kreeg lekkers, wie stout was de roe.

Het nationale pact
Aan het begin van de 19de eeuw wist niemand meer wie de oorspronkelijke Sinterklaas was en waar hij vandaan kwam. Retorisch vroeg een zekere Jonathan zich in 1838 in De Gids af: 'Lieve menschen! weet gij wel, wie Sint NICOLAAS was?' Precies rond deze tijd dook Sint voor het eerst op met zijn exotische zwarte knecht. Die kreeg dezelfde rol toebedeeld als Sint: hij werd mede-opvoeder en maakte zo automatisch deel uit van het sprookje. Het derde wonder in de geschiedenis van Sinterklaas was dat zijn knecht inderdaad vlekkeloos integreerde en daardoor tien keer sneller dan Sint zelf uitgroeide tot een icoon.

Aan buitenlanders als Verene Shepherd valt moeilijk uit te leggen dat de jaarlijkse intocht deel uitmaakt van het pact dat Nederlanders na de Reformatie met Sint hebben gesloten waarbij de stilzwijgende afspraak is dat Sint, en later Piet, niet bestaan. Honderdduizenden mensen op de been om een fantasie in stand te houden! Nog moeilijker wordt het om uit te leggen dat Nederlandse ouders zelf Sint en Zwarte Piet zijn. Al meer dan honderd jaar ondertekenen ze hun gedichten met Sint of Piet en sloven ze zich uit om de illusie zo lang mogelijk in stand te houden. Komen hun kinderen erachter dat in werkelijkheid paps en mams schuil gaan achter het duo, dan is dat niet het einde van het verhaal. Het hele gezin zit vanaf dat moment in het complot.

Daarom kunnen Nederlanders moeilijk afscheid nemen van het duo. Kom je aan Sint of Piet, dan kom je aan henzelf en daarmee aan hun integriteit als opvoeder. Het verklaart de felheid van de discussies. We snappen nu ook waarom de meeste ouders niet bijster geïnteresseerd zijn in de oorsprong van Sint en Piet. Ze zijn het toch zelf, zoals hun ouders, grootouders en overgrootouders dat waren.

Piet en zijn voorloper: de Moor
Wie opeens letterlijk gaat kijken naar een feest dat al eeuwenlang in figuurlijke en opvoedkundige zin wordt gevierd en beweert dat Piet een koloniale oprisping is, kan rekenen op protest vanuit de bevolking. Niet omdat die bevolking niets zou willen weten van de koloniale geschiedenis, maar omdat die er helemaal niet toe doet. Net zoals het er ook niet toe doet dat Sint een katholieke bisschop is, ook al zijn we een hervormd land. Nederlanders spiegelen zich noch aan Sint, noch aan Piet. Ze kijken met de blik van het kind.

Wie daarnaast enige kennis heeft van de Europese geschiedenis zou niet echt verbaasd hoeven te zijn dat Schenkman koos voor een personage dat net zo iconisch en historisch zou zijn als de Sint zelf. Een figuur die in de 19de eeuw even weinig werkelijkheidswaarde had als de voormalige goedheiligman, maar die toch bij hem paste.

Wapen van Uettingen Beeld -
 
Aan buitenlanders als Verene Shepherd valt moeilijk uit te leggen dat de jaarlijkse intocht deel uitmaakt van het pact dat Nederlanders na de Reformatie met Sint hebben gesloten waarbij de stilzwijgende afspraak is dat Sint, en later Piet, niet bestaan.

Hier zeggen plaatjes misschien meer dan woorden. Dit is niet Zwarte Piet. We zien een Moor. Er is al vaak geopperd dat Piet een Moor zou zijn, maar tot nu toe kwamen sinterklaasonderzoekers aanzetten met bewijsmateriaal dat dateerde uit de 16de of 17de eeuw. De hier afgebeelde Moren (of Saracenen) zijn ouder. Het waren beslist geen slaven, maar Noord-Afrikaanse Arabieren. Ze werden niet gevreesd om hun huidskleur, maar om hun religie - de islam - en hun expansiedrift. De Saracenen maakten tussen pakweg 650 en 1500 de Europese kusten in het Middellandse Zeegebied onveilig. Ze stichtten onder meer het Emiraat Bari, inderdaad de plek waar Sint-Nicolaas ligt begraven. Daarnaast bezetten ze zeven eeuwen lang Spanje, inderdaad, het land waar Sint zogenaamd vandaan komt, waar ze de islam invoerden.

De Moren vormden in de Middeleeuwen een permanente bedreiging voor het zogeheten Heilige Roomse Rijk. Dat rijk werd gevormd door wat nu Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en Noord-Italië is. Het is geen toeval dat we in Duitsland, Zwitserland en Italië, landen die geen vroeg-koloniaal verleden hebben, de Moor terugvinden in vele gemeente-, stads- en familiewapens. Zo goed als al die wapens zijn gemoderniseerd en de Moor staat er afgebeeld in een 20ste-eeuwse grafische variant. Er zijn echter nog voldoende middeleeuwse afbeeldingen overgeleverd van Moren. De beroemdste is de gekroonde Moor van Freising uit 1316 die tot 1803 in het wapen stond van het aartsbisdom München en Freising.

Beeld anp

Op al deze oude afbeeldingen is de Moor gitzwart, heeft hij kroeshaar en volle lippen. De donkere man met de drie rode rozen in het wapen van de familie Von Grumbach uit 1605 zou volgens de overlevering de heilige Mauritius voorstellen. Hij werd in de 10de eeuw de patroonheilige van de keizers van het Heilige Roomse Rijk. De Freisinger Moor zien we overigens ook in het pauselijk wapen van de in Beieren geboren Paus Benedictus XVI uit 2005, waar de Moor en de mijter als vanzelfsprekend bij elkaar staan.

Kennis over de eeuwenlange strijd tussen Moren en christenen is in Noord-Europa inmiddels wat weggezakt, maar in Spanje worden op diverse plaatsen nog jaarlijks optochten gehouden waar christenstrijders tegenover Moorse strijders komen te staan.

Hoe nu verder?
Wie wil weten waarom Zwarte Piet zwart is en waarom hij naast Sint loopt, doet er goed aan de Europese geschiedenis te bestuderen. Die laat zien dat de Moor al vanaf de 14de eeuw werd afgebeeld en dat hij onlosmakelijk verbonden is met de mijter. Niet vreemd, gezien de zevenhonderd jaar lange religietwisten waarin katholieken en Moren met elkaar waren verwikkeld. Daarom vinden we de Moor niet alleen terug in Nederland, maar ook in Duitsland, Zwitserland en Italië, waar hij als vanzelfsprekend deel uitmaakt van het culturele erfgoed.

Diezelfde geschiedenis laat zien dat Nederlanders al vijf eeuwen lang een feest vieren dat is gebaseerd op fictie. Daarbij hebben ze een voormalige heilige succesvol omgevormd tot een mythische pedagoog en groeide de even exotische als ongrijpbare Zwarte Piet in razend tempo uit tot een heus Hollands icoon. De jaarlijkse intocht van Sinterklaas is het startsein tot een paar weken collectief liegen in dienst van een kinderfeest. Dat is inderdaad zeer merkwaardig. Maar op geen enkele manier is dit ritueel verbonden met de geschiedenis van de slavernij. Natuurlijk is het een ieder geoorloofd zijn particuliere geschiedenis te projecteren op Sint en Piet. Daar lenen dit soort archetypen zich doorgaans goed voor. Maar om op basis van projectie, valse aannamen en een gebrek aan historische kennis in te grijpen in een folkloretraditie van vijf eeuwen, lijkt mij een stap te ver. Leg maar eens in en aan het buitenland uit dat je de Moor wegschrapt uit de Europese geschiedenis vanwege zijn huidskleur.

Het ligt voor de hand om Piet niet van bovenaf, in dit geval door VN-woordvoerders, het zwijgen op te leggen - gegarandeerd heibel - maar om de tegenstanders van de huidige sintfestiviteiten hun eigen variant te laten vieren. Geen Nederlander zal daar wakker van liggen. Wellicht ontstaat daaruit in de toekomst een feest waarin iedereen zich kan vinden.

Marleen de Vries is historisch letterkundige.

Beeld anp
 
Om op basis van projectie, valse aannamen en een gebrek aan historische kennis in te grijpen in een folkloretraditie van vijf eeuwen, lijkt mij een stap te ver.
Beeld Koninklijke Bibliotheek Den Haag
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.