Opinie

'Kamerleden, weiger de nep-eed en kom vooral'

Kamerleden moeten de betekenisloze eed niet afleggen, maar wel prominent aanwezig zijn, schrijft advocaat Peter Nicolaï.

Voorzitter van de Eerste Kamer Fred de Graaf. Beeld anp

Op 30 april vindt de inhuldigingsplechtigheid plaats in aanwezigheid van leden van de Tweede en Eerste Kamer. Van de volksvertegenwoordigers wordt verlangd dat zij ter plaatse een eed of belofte afleggen waarin zij zweren (beloven) dat zij 'Uw Koningschap zullen handhaven'. Vandaag is de laatste dag dat Kamerleden kunnen aangeven of zij daaraan willen meedoen.

Van het wetje dat die eed voorschrijft, is door de Kamerleden van de Partij voor de Dieren (Opinie &Debat, 19 maart) en door staatsrechtgeleerden al aangetoond dat het om een juridisch gedrocht gaat, dat zich niet verhoudt tot de moderne Grondwet van 1983.

Gevoelsuiting
Inmiddels heeft ook premier Rutte toegegeven dat het om een schijn-eed gaat. In antwoord op Kamervragen van D66 gaf Rutte toe dat aan de eed 'geen zelfstandige juridisch-constitutionele betekenis' toekomt. Zij dient slechts om 'uiting (te) geven aan de onderlinge verbondenheid' tussen de Koning en het volk. De eed is dus eigenlijk niet méér dan een gevoelsuiting, een soort persoonlijke felicitatie, een bosje oranje tulpen dat het Kamerlid de nieuwe koning aanbiedt.
Fred de Graaf, voorzitter van de gezamenlijke vergadering van de Eerste en Tweede Kamer, blijft het echter anders zien. Waar juridische argumenten falen, komt de stemmingmakerij.

In een persconferentie en tegenover het Algemeen Dagblad heeft hij te kennen gegeven dat hij het 'bovenal jammer' vindt dat er leden zijn die moeilijk doen over het afleggen van de eed (belofte). Ook heeft hij gezegd dat 'Kamerleden die er iets op tegen hebben, niet naar de kerk zouden moeten komen'. Hiermee gaat De Graaf buiten zijn boekje, juridisch en uit een oogpunt van constitutioneel fatsoen.

Vast staat dat de eed juridisch onnodig en bij nadere beschouwing zelfs ongrondwettig is. En dat het al helemaal niet aangaat om van Kamerleden die persoonlijk met een bosje oranje tulpen naar de Nieuwe Kerk zouden kunnen komen, daarnaast te verlangen dat zij óf die nep-eed afleggen óf maar dienen weg te blijven.

Stemmingmakerij
De voorzitter van de gezamenlijke vergadering van de Eerste en Tweede Kamer dient de persoonlijke standpunten van alle leden te respecteren en zich te onthouden van stemmingmakerij. Er zijn Kamerleden die al trouw aan de Grondwet hebben gezworen, maar er geen behoefte aan hebben om een persoonlijk gevoel van verbondenheid met de nieuwe Koning tot uitdrukking te brengen omdat dat niet past in hun visie op de meest wenselijke staatsvorm.

Die parlementariërs verdienen evenveel respect als de Kamerleden die er geen moeite mee hebben om op een geforceerde wijze via een 'fake'-eed iets tot uitdrukking te brengen dat met het overhandigen van een bosje oranje tulpen beter kan.

De poging vervolgens om Kamerleden met gewetensbezwaren via stemmingmakerij buiten de vergadering te houden, is een illustratie van staatsrechtelijk ongepast gedrag. De Koning bekleedt naar geldend recht een constitutionele functie. De aanwezigheid van de parlementariërs bij de gezamenlijke vergadering van de Eerste en Tweede Kamer onderstreept nu juist die functie en doet recht aan de constitutionele verhoudingen.

Prominent aanwezig zijn
De Graaf had niet van de weiger-Kamerleden moeten verlangen om 'weg te blijven', maar had er juist op moeten aandringen om bij die vergadering aanwezig te zijn en dat dan ook prominent, als Kamerleden die een andere opvatting tot uitdrukking brengen. Dat had recht gedaan aan onze constitutie!

Vandaag moeten de Kamerleden opgeven of zij wel of niet de eed (belofte) zullen afleggen. Steeds meer Kamerleden beginnen in te zien dat de weinig respectvolle aanpak van De Graaf geen goed doet aan de constitutionele verhoudingen. Velen zullen aanvankelijk hebben gevonden dat het om een onbenullige kwestie gaat en dat het de moeite niet waard is om dwars te liggen - ook al hebben ze er in hun hart geen behoefte aan om via de 'fake'-eed van een 'bijzondere verbondenheid' met de nieuwe Koning te doen blijken.

Als zij vandaag toch alsnog ervoor kiezen om van het afleggen van de betekenisloze eed af te zien, en tegelijk aan De Graaf meedelen dat zij wel prominent en in de volle uitoefening van hun lidmaatschap aan de gezamenlijke vergadering wensen deel te nemen, dan doen zij pas echt recht aan onze constitutie. Zoals ze al eerder hebben gezworen of beloofd!

Peter Nicolaï is advocaat en docent bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam.

 
De poging om Kamerleden met gewetensbezwaren via stemmingmakerij buiten de vergadering te houden, is een illustratie van staatsrechtelijk ongepast gedrag
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.