Opinie

'Je bent geen bikkel als je doorfietst met een botbreuk'

Niet doping is het probleem van de wielersport, maar het feit dat de gezondheid van de renners ondergeschikt is aan spektakel. Dat betoogt radioloog Alexander van Straten.

Wout Poels ligt op een brancard na een zware valpartij in de zesde etappe van de Tour de France. Beeld anp

Ben je een bikkel als je door een val een gescheurde milt en nier, een dubbele longkneuzing en drie gebroken ribben oploopt, maar toch weer op de fiets stapt? Of is dit de waanzin van het huidige topwielrennen? Het overkwam vrijdag Wout Poels als gevolg van een van de vele valpartijen die de eerste Tourweek ontsierden. Feit is in elk geval dat hij nog geluk heeft dat hij het er levend van heeft afgebracht, al is zijn toestand natuurlijk verre van rooskleurig. Poels werd kort in een ambulance behandeld en besloot daarna weer op de fiets te stappen. Niemand hield hem tegen.

Drie dagen eerder brak Maarten Tjallingii zijn heup. Ook hij fietste door en haalde zelfs de finish. Fietsen met een gebroken heup is niet alleen ongelooflijk pijnlijk, het is ook zeer onverstandig, vanwege het risico op complicaties van de breuk.

De media bestempelden beide renners direct als Tourhelden, een eer die een jaar geleden ook Johnny Hoogerland ten deel viel na zijn vreselijke val in het prikkeldraad, waarvan de beelden iedereen ongetwijfeld nog op het netvlies staan.

Wanneer een willekeurige vrijetijdsfietser een dergelijke klap maakt, zal hij of zij ongetwijfeld direct met loeiende sirenes naar het dichtstbijzijnde traumacentrum worden vervoerd en na grondige analyse op de spoedeisende hulp linea recta door gaan naar de intensive care. Zou deze fietser ook een held zijn wanneer hij zich niet naar het ziekenhuis zou laten vervoeren, maar ervoor kiest om toch maar weer op de fiets te stappen? Het antwoord laat zich raden.

Heksenjacht
Maar wat is dat dan toch met die wielrenners dat ze koste wat het kost de finish willen halen? En de internationale wielerorganisatie UCI (toevallig het omgekeerde van ICU, ofwel intensive care unit) die wel bezig is met een absurde heksenjacht tegen dopingzondaars, maar niets doet om het wielrennen zelf veiliger te maken?

Het grote probleem in het huidige wielrennen is dat er onmenselijke eisen aan de renners worden gesteld. Een kleine 200 man die over smalle bochtige wegen in drie weken tijd bijna 3.500 kilometer moeten afleggen en daarbij en passant nog de nodige cols van de 'hors catégorie' passeren. Eigenlijk kan het niet. Zeker niet op een bruine boterham met pindakaas, om met een bekende Tourprofessor te spreken. Maar de Tour is een commerciële moloch geworden en the show must go on, wat er ook gebeurt. Vorig jaar overleed Wouter Weylandt door een zware val in de Giro. De Giro ging door en er veranderde niets.

Privacy
Aan de andere kant is de dopingjacht de laatste jaren verworden tot een inquisitie. Onder het mom van de bescherming van de gezondheid (wat een gotspe!) van de renners en de 'ethiek van de sport', geldt er een zerotolerancebeleid waarbij zelfs het vinden van de geringste sporen van stoffen die op de voortdurend langer wordende verboden lijst staan, leiden tot lange schorsingen en het afnemen van gewonnen prijzen. Bovendien dienen de renners dagelijks hun whereabouts te overleggen aan de UCI, waardoor hun privacy, ook buiten het seizoen, volledig non-existent is.

Hoe zouden we dan moeten omgaan met doping? Allereerst zou het belang van de wielrenner voorop moeten staan. De gezondheid staat hierbij centraal en daarnaast een optimale begeleiding om de renner te kunnen laten komen tot topprestaties. Voorts zou er, bij een einde aan het dopingverbod, absolute openheid moeten zijn van alles wat een renner gebruikt. Dopingcontroles zullen worden omgevormd tot gezondheidscontroles en bij twijfel aan de gezondheid van de renner geldt geen schorsing, maar een (tijdelijk) startverbod, in het belang van de renner zelf. Als we het over eerlijke topsport hebben, dan zouden we hiermee in elk geval al een aardig eind op weg zijn.

Daarnaast zal het wielrennen veiliger moeten worden gemaakt. Behalve het verplichtstellen van de valhelm na de doodsmak van Fabio Casartelli in de Tour van 1995, is er op dit terrein sindsdien bar weinig veranderd. Te denken valt onder andere aan een kleiner peloton, een minder zwaar parcours en dranghekken op plaatsen met veel publiek. Dit zou een speerpunt van de UCI moeten zijn. Op die manier zal de drang om überhaupt aan doping te beginnen overigens ook vanzelf minder worden en worden de gladiatoren weer gewoon topsporters.

Alexander van Straten is radioloog en medisch ondernemer.

 
Onder het mom van de bescherming van de gezondheid (wat een gotspe!) van de renners geldt er een zerotolerancebeleid
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.