Column Hongarije

‘In Hongarije leven Joden wél in vrede en veiligheid’

Waar de Hongaars-Nederlandse journalist Erzsó Alföldy zich op deze plek bezorgd toonde over antisemitisme in Hongarije, ziet ambassadeur András Kocsis de Joodse cultuur juist heropleven.

Ambassadeur András Kocsis

Mevrouw Alföldy stelt in haar opiniestuk ‘Weggaan of blijven in Orbáns Hongarije’ (O&D, 23 mei) dat de billboards over George Soros in Hongarije naar antisemitisme rieken en antisemitisme in Hongarije van alle tijden is. De conclusie van haar stuk is dat er gelukkig een tegengeluid is, maar ze vergeet te noemen dat een van de sterkste tegengeluiden komt van premier Orbán zelf. Bovendien bekritiseert Alföldy de staat van de democratie in Hongarije, in specifieke zin de ‘Stop Soros-wet’.

Premier Orbán voert een zero­tolerancebeleid ten aanzien van antisemitisme. Om een paar voorbeelden te noemen: zijn regering zorgde ervoor dat het ontkennen van de Holocaust strafbaar werd, stelde Holocaust­educatie verplicht, richtte een programma op om Joodse synagogen en begraafplaatsen ook buiten Hongarije te renoveren en financierde de recent verschenen film Homecoming (1945), waar mevrouw Alföldy naar verwijst in haar artikel. Al deze inspanningen worden geprezen door de internationale Joodse gemeenschap.

Wel verzet de Hongaarse regering zich tegen het plan van George Soros om miljoenen migranten naar Europa te halen en hen financieel te ondersteunen, maar zijn religie of afkomst zijn nooit een punt van discussie geweest.

Wat betreft Alföldys opmerkingen over antisemitisme in Hongarije, wil ik graag benadrukken dat in Hongarije de Joodse cultuur niet alleen iets is uit het verleden. Het Joodse district in Boedapest kent een heropleving van de Joodse cultuur en verwelkomt een golf van nieuwe en gerenoveerde koosjere restaurants en eetgelegenheden. Bovendien zijn orthodoxe joden naar het district terugverhuisd en helpen ze culturele tradities nieuw leven inblazen.

Ook is de Hongaars-Joodse gemeenschap een van de grootste Joodse gemeenschappen in Europa met tientallen synagogen, een volledig Joods onderwijssysteem van kleuterschool tot universiteit en een jaarlijks Joods cultureel festival, Judafest, dat een van de populairste evenementen in Boedapest is. Tot slot, terwijl Joodse instituten en restaurants worden aangevallen of onder verhoogd politietoezicht staan in West-Europa, is een dergelijke bescherming in Hongarije niet nodig. Joden leven in vrede en veiligheid, en vertrekken dus niet uit Hongarije, in tegenstelling tot West-Europese landen.

De ‘Stop Soros-wet’ heeft als doel de transparantie van ngo’s in Hongarije, die financiering ontvangen vanuit het buitenland, te vergroten. De wet zal leiden tot strengere regels voor groepen die buitenlandse financiering gebruiken om migratie in Hongarije te bevorderen en promoten. Hongarije, een land aan de grens van de EU, beschouwt migratie als een kwestie van nationale veiligheid en neemt de verplichting om die grens te beschermen daarom serieus. Het argument van de bescherming van de democratische rechtsorde wordt overigens ook gebruikt door het Nederlandse kabinet, dat op dit moment verkent hoe ongewenste buitenlandse inmenging ingeperkt kan worden.

Tot slot bekritiseert mevrouw Alföldy de staat van de democratie in Hongarije. Dat Hongarije maar één onafhankelijke krant heeft is onjuist. Er is een breed scala aan kritische media in Hongarije, bestaande uit kranten, digitale kanalen, radio en televisie. Daarnaast is het maatschappelijk middenveld in Hongarije, bestaande uit meer dan 60 duizend ngo’s, veel meer dan het ngo-netwerk van de Open Society Foundation en functioneert dat dus prima zonder de door Soros gefinancierde organisaties.

Premier Orbáns visie op democratie pleit voor een ‘21ste-eeuwse christendemocratie die de menselijke waardigheid, vrijheid en veiligheid garandeert, gelijke rechten van mannen en vrouwen waarborgt, het idee van de traditionele familie beschermt, antisemitisme een halt toeroept en onze christelijke cultuur beschermt’.