'Hoe Allah en ik in liefde uit elkaar gingen'

Uit de islam stappen gaat niet altijd gepaard met verstoting, bedreiging of geweld. Dat bewijst het verhaal van Nadia Ezzeroili, die als afvallige warme herinneringen bewaart aan haar vroegere geloof.

Beeld anp

Ik spreek er zelden over. Buiten mijn vriendenkring. Over mijn afvalligheid. Niet uit angst voor polderislamisten die me een kopje kleiner willen maken. Nee, wat ik steeds heb willen voorkomen is dat ik als ex-moslim door fanatieke seculieren word opgevoerd als oorlogsbuit, in hun kruistocht tegen religie. Ik erger me aan het islamdebat: felle tegenstellingen maken een karikatuur van de processen die aan extremisme en afvalligheid vooraf gaan. Het islamdebat is een freakshow geworden.

Ik ben afvallig, maar ik raak ontroerd door Koranrecitaties.

Ik was net een jaartje de Salman Rushdie aan het uithangen thuis, toen die twee vliegtuigen de Twin Towers doorboorden. Nog geen half jaar later zat ik geknield in de moskee, met mijn hoofd naar Mekka. Hoe was ik daar opeens beland?

In de jaren daarvoor trok ik, openlijk, alles wat heilig was in twijfel. Ik was een puber, had niets te verliezen en besloot er helemaal voor te gaan: strijden voor de vrijheid om afvallig te zijn. En hierin was ik niet de enige. Enkele vrienden en schoolgenootjes met een islamitische achtergrond zaten in dezelfde fase. De eerste "ramadan, jammer dan, doe ik niet an" hoorde ik tijdens de islamitische vastenmaand in de schoolkantine, uit de mond van een op brood kauwende Marokkaanse jongen.

 
Ik was een puber, had niets te verliezen en besloot er helemaal voor te gaan: strijden voor de vrijheid om afvallig te zijn.
Nadia Ezzeroili

Volksverhalen over demonen vonden we spannender en interessanter dan de saaie overleveringen over het leven van de profeet Mohammed. We zochten grenzen op en schepten veel plezier in experimenteren met zondige zaken. We groeiden. We leefden.

De pret was voorbij toen de brokstukken van 11 september ook in Europa neervielen. Ouders en geestelijken waren niet langer de autoriteiten tegen wie we rebelleerden om vooruit te komen, maar breekbare mensen die we wilden beschermen tegen een vijandige omgeving. Sinds de aanslagen in Amerika ontving de plaatselijke moskee dreigbrieven en werd er zelfs brand gesticht. Mijn hoofddoekdragende moeder werd buitenshuis geconfronteerd met een bitse, soms agressieve, bejegening door passanten. Ze is eens voor "terrorist" uitgemaakt in een drukke winkelstraat.

We wilden onze angstige ouders geruststellen. En dat kon met hernieuwde interesse in de islam. Dat kwam ons ook goed uit, want onze identiteit was in de nasleep van 11 september een puinhoop geworden. Hoe heviger het islamdebat, hoe meer we elkaar opzochten om samen boos en verontwaardigd te zijn over de toon van het debat. We waren te verward en onwetend om überhaupt de discussie aan te gaan. Daarbij klopte volwassenheid aan de deur, en die vroeg om houvast en zingeving.

Zeven plagen
Een studente uit de lokale islamitische gemeenschap was in korte tijd streng gelovig geworden. Ze organiseerde vrouwenbijeenkomsten in de moskee waar ook mijn vriendinnen en ik op afkwamen. De eerste keer was gek. Uit respect voor het gebedshuis droegen we een hoofddoek, maar het was geen gezicht. Ik kreeg er een rattenkop van, en mijn andere vriendinnen stonden ook wat lullig voor de moskeedeur met hun knullig omgeknoopte doekjes.

 
Ouders en geestelijken waren niet langer de autoriteiten tegen wie we rebelleerden om vooruit te komen, maar breekbare mensen die we wilden beschermen tegen een vijandige omgeving.
Nadia Ezzeroili

De bijeenkomsten bleken uiteindelijk vooral een snelcursus om jongeren tot supermoslims te kneden. Lang hielden we het niet vol. De gesprekken ontaardden in heftige discussies over islamitische verboden die nog verder gingen dan de leefregels van onze ouders. Onze dwarse houding werd niet gewaardeerd. De week na de heftigste discussie werden we bij binnenkomst akelig verrast door een zin die op het schoolbord in de moskeeruimte was gekalkt: "Zet geen vraagteken waar Allah een punt heeft gezet." Het was de laatste bijeenkomst die ik bijwoonde.

De weg naar afvalligheid was een kronkelige. Ik onderging niet alleen een geloofscrisis, maar ook een loyaliteitscrisis. Vanaf het moment dat ik twijfelde aan de islamitische leer, bleven die twijfels mij achtervolgen. Ik maskeerde ze. Het was geen optie om mijn ouders lastig te vallen met ongemakkelijke vragen over de islam in een periode waarin zij zich niet veilig voelden. Heimelijk bleef ik flirten met afvalligheid. Ik dronk af en toe een alcoholisch drankje, en met een vriendin - hoofddoekdragend nota bene - lachte ik tot tranen toe om de sketches van Hans Teeuwen waarin hij spot met de islam. En ik was onder de indruk van de omstreden romans van uitgesproken ex-moslims als Hafid Bouazza en Said El Haji. Maar ik bleef bekneld zitten in mijn eigen heilige drie-eenheid: mijn ouders, God en mijn persoonlijke vrijheid.

 
De week na de heftigste discussie werden we bij binnenkomst akelig verrast door een zin die op het schoolbord in de moskeeruimte was gekalkt: "Zet geen vraagteken waar Allah een punt heeft gezet."
Nadia Ezzeroili

Op een avond, na het gebed, bleef ik radeloos op het gebedskleed zitten. Eigenlijk moest nu de smeekbede plechtig gepreveld worden, maar ik had geen zin meer. Ik was het smeken zat. Ik besloot nog een laatste poging te ondernemen om contact met God te leggen, nu eens door middel van chantage in plaats van een smeekbede. In gedachten sprak ik tot Allah en dreigde vurig zijn bestaan te ontkennen als ik niet heel snel een teken zou krijgen. Ik wilde zo graag geloven dat de islam niet slechts een menselijke constructie is, dat ik zelfs bereid was om de zeven plagen te incasseren als God mij op die manier een teken wilde geven.

Weken, maanden heb ik gewacht, maar er gebeurde niets. Ik gaf het op. Voor het bestaan van een God hield ik de deur nog op een kier, maar het bidden, het lezen van een onbegrijpelijke Koran, het verdedigen van islamitische teksten die botsen met mijn eigen overtuigingen: ik kon het niet meer. Vooral de vrouwonvriendelijke teksten vielen niet meer te verenigen met mijn ideeën over feminisme. Na zeven jaar viel ik te vaak uit mijn rol om het toneelstukje geloofwaardig te houden. Het werd tijd om definitief afscheid te nemen.

 
Ik wilde zo graag geloven dat de islam niet slechts een menselijke constructie is, dat ik zelfs bereid was om de zeven plagen te incasseren als God mij op die manier een teken wilde geven.
Nadia Ezzeroili

Het heeft nog even geduurd voordat ik de mensen in mijn omgeving op de hoogte bracht van mijn besluit. Ik wilde niet gezien worden als een getormenteerde aansteller, zo ongeveer de reputatie van de gemiddelde afvallige. De reacties op mijn besluit vielen uiteindelijk mee. Mijn islamitische vrienden, die jarenlang mijn worsteling met het geloof van dichtbij hadden meegemaakt, zagen het al aankomen. Slechts één vriend, niet eens zo religieus, reageerde geschrokken. "Ik ben misselijk van dit nieuws", zei hij overstuur. "Ik ben nog steeds dezelfde kneuzin", stelde ik hem gerust.

Mijn vrome moeder reageerde naar verwachting geïrriteerd en afwijzend. Mijn inmiddels overleden vader heb ik het nooit verteld. Ik vond het nog te moeilijk om hem teleur te stellen, maar hij moet er van geweten hebben toen ik niet langer meer interesse toonde in de islam en stopte met bidden. Hij heeft me jaren later eens gevraagd of ik het gebed weer wilde oppakken, maar ik kon het niet opbrengen. Mijn vader leek te berusten in mijn antwoord: "Als je tijdens de Dag des Oordeels maar niet gaat beweren dat ik je niet gevraagd heb om te bidden." We hebben er nooit meer over gesproken.

 
Ik wilde niet gezien worden als een getormenteerde aansteller, zo ongeveer de reputatie van de gemiddelde afvallige.
Nadia Ezzeroili

Zonder schuldgevoel
Ik weet dat er mensen zijn bij wie hun afvalligheid gepaard ging met veel ellende, sommigen zijn zelfs getekend voor het leven. In Vonk (20 april, 2013) vertelde Halima Boutahar over de ernstige onderdrukking door haar (schoon)familie, gerechtvaardigd door orthodoxe islamitische overtuigingen. Haar verhaal brak mijn hart, maar ik werd ook overvallen door ongemak. Moest ik niet openlijk mijn steun betuigen? Met het risico dat ik de seculiere kruisvaarders van munitie voorzag? Of in stilte met gematigde moslims in mijn omgeving over het onderwerp praten? Ik koos voor het laatste, want veilig. Daar heb ik nu spijt van. Ik wil niet langer rekening houden met discutabele intenties van seculieren en gevoeligheden van moslims.

En tegelijk: mijn afscheid van de islam was geen vechtscheiding. Ik heb de islam verlaten met teleurstelling, maar ook met dankbaarheid, want ik ben meer dan ooit doordrongen van het belang van persoonlijke vrijheden. En er zijn islamitische tradities die ik nog steeds koester. Afvalligen in mijn omgeving herkennen het gevoel, ongeacht de religie waarmee zij gebroken hebben. Een atheïstische joodse vriend vertelde me eens over een Chanoeka-viering die hij met zijn vrouw en kinderen bij vrienden bijwoonde. Hij werd emotioneel toen er oude Chanoeka-liedjes klonken die hij nog kende uit zijn jeugd en al jaren niet meer had gehoord.

 
Ik wil niet langer rekening houden met discutabele intenties van seculieren en gevoeligheden van moslims.
Nadia Ezzeroili

Zoals de recitaties mij herinneren aan de overzichtelijkheid van mijn kindertijd. En de rust in huis wanneer het mijn vader was die uit de Koran voordroeg.

Van de zomer bezocht ik mijn moeder tijdens de ramadan. De zon was nog niet onder. Ik had zin om te eten en liep direct naar de keuken. Vanuit de woonkamer riep mijn moeder dat er nog eten in de koelkast lag, mocht ik trek hebben. Ik keek verbaasd op. Zou ze vergeten zijn dat het ramadan is?

Even later hoorde ik mijn moeder lachen aan de telefoon. "Waarom help ik haar eigenlijk om zondig te zijn?" vroeg ze de persoon aan de andere kant van de lijn. In de keuken keek ik even naar mijn bord met eten, zonder schuldgevoel jegens God of mijn ouders. Een last viel van mijn schouders.

Mijn moeder is nog altijd niet blij met mijn afvalligheid, maar ze voelt zich er minder verantwoordelijk voor. Ik kan me niet voorstellen dat dat niet even bevrijdend voor mijn moeder voelt als voor mij.

Nadia Ezzeroili (1983) is essayist en columnist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.