Column Sylvia Witteman

‘Het N-woord’: die term wordt in mijn gezin al heel lang gebruikt

Je hoort de laatste tijd veel over dividendbelasting. Ik weet niet precies wat dat is, maar het schijnt een gevoelig onderwerp te zijn; wellicht daarom wordt ‘dividendbelasting’ in de media geregeld vervangen door de term ‘het D-woord’. Het is wel verwarrend dat er in diezelfde media ook ándere prikkelende begrippen met ‘D-woord’ worden aangeduid, zoals ‘duurzaamheid’ en ‘doping’. Zelfs trof ik in HP/De Tijd een columnist aan die zo’n hekel aan Nico Dijkshoorn bleek te hebben dat hij hem opvoerde als ‘het D-woord’.

Ik kom steeds vaker van dit soort deels ontletterde eufemismen tegen. Autisme, allochtonen: ‘Het A-woord’. Brexit, bezuinigingen, bejaarden: ‘Het B-woord’. Corruptie: ‘Het C-woord’. Elfstedentocht: ‘Het E-woord’. Wie zich verveelt, kan zo het hele alfabet aan ingeslikte aanstoot bij elkaar sprokkelen.

Het is, geloof ik, begonnen met ‘het N-woord’. Ik moet daar altijd om lachen, want die term wordt in mijn gezin al heel lang gebruikt, niet om een (al dan niet) racistisch woord te omzeilen, maar om een minderheidsgroepering in ons eigen huishouden koest te houden, namelijk de katten.

Het woord in kwestie is ‘noepie-noepies’. Zo noemden onze kinderen, toen ze nog klein waren, de kattensnoepjes, die altijd in een verlokkend knisperzakje op de rand van de afzuigkap gereed liggen. De katten leerden het woord algauw herkennen. Zelfs bij een gefluisterd ‘noepie-noepies...’ ontwaken ze uit hun coma, rennen de keuken binnen, grissen het lekkers uit je hand en dutten vervolgens weer in tot het woord nogmaals valt.

Omdat de katten nogal dik dreigden te worden, besloten we de noepie-noepies te rantsoeneren en om ze niet voortdurend blij te maken met een dode mus, moest ook het schuldige woord uit ons vocabulaire verdwijnen. Zo spreken we dus in voorkomende gevallen diplomatiek van ‘het N-woord’. ‘Mama, mogen de poezen nog een N-woord?’ ‘Nou, nog eentje dan.’

Ik sluit trouwens niet uit dat die beesten uiteindelijk wijzer worden en ook gaan aanslaan op dat ‘N-woord’. Voor mensen geldt dat zéker. Autisten, bejaarden, corruptelingen, Dijkshoorn, Elfstedentochtliefhebbers; iedereen weet precies wat ze betekenen, die tactvolle afkortingen, die daarmee dus zinloos en potsierlijk zijn geworden.

‘Lezen jouw kinderen nog weleens een B-woord?’ ‘Nee, nooit. Ze maken niet eens hun H-woord voor school, ze zitten de hele dag F-woord te spelen, en ’s avonds doen ze dingen die ik helemáál niet wil weten. Z-woord, S-woord, B-woord, breek me de bek niet open.’ ‘Ja, hier gaat het al net zo. K-woord, hè?’

‘Nou! Súper-K-woord!’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.