Column Sander Donkers

‘Hé, pssst, weet jij waar je Kamagra kunt vinden?’

Een wandeling door Amsterdam krijgt een confronterende wending als twee jonge dealers uit het donker verschijnen.

Mijn fiets was weer eens gestolen, de 34ste als ik me niet vergis, en dus wandelde ik door het centrum van Amsterdam naar huis. Vreemd genoeg kon het me niet zoveel schelen. De nacht was heerlijk zwoel en kennelijk zaten die honderdduizenden toeristen allemaal op hun hotelkamer te blowen, want
de Oudezijds Achterburgwal lag er schitterend verlaten bij. Plotseling bekeek
ik de stad met verse ogen – iets wat zelden lukt als je er woont, maar als het gebeurt kan het een enorm geluksgevoel oproepen.

‘Hé, pssst, broer’, klonk het opeens vanuit een portiek. ‘Weet jij waar je Kamagra kunt vinden?’ Uit het donker kwamen twee jonge jongens tevoorschijn, allebei geheel in het wit, met op de heup hetzelfde Louis Vuitton-tasje. De een had vettige blonde krulletjes, de ander ingewikkeld voetballershaar. Drugsdealertjes, oordeelde ik instinctief. Types waar ik normaal in een grote boog omheen zou zijn gelopen. Maar ik snapte hun vraag niet. Om de een of andere reden dacht ik aan een vermist meisje. Hoe dan ook, ik stopte en vroeg: ‘Wie is Kamagra?’

Dit vonden de jongens zo’n kostelijke mop dat ze kromtrokken van het lachen en steun moesten zoeken bij een regenpijp. Aan hun grote, fonkelende pupillen zag ik nu dat ze de gulden regel van Tony ‘Scarface’ Montana – don’t get high on your own supply – ruimhartig aan hun laars hadden gelapt. ‘Kamágra, vriend’, hikte de krullebol en hij stak een strak gebalde vuist schuin de lucht in. Aha, het internationale symbool van een trotse erectie. Langzaam viel mijn kwartje.

Het bleek te gaan om een nieuw sekspilletje, en de boys popelden om de zegeningen ervan met mij te delen. ‘Bij Viagra staat-ie gewoon stijf, ja?’, begon de een, ‘al sta je een uur naar een lelijk flatgebouw te kijken. Zeg je: áf, ga liggen – helpt niet. Bij Kamagra moet je een trigger hebben. Gaat-ie pas de lucht in als je meissie zich uitkleedt.’

De ander: ‘En het mooiste is: jíj bepaalt wanneer je klaarkomt. Is voor je meissie ook fijn. Met Viagra is het gewoon pompen, pompen, pompen, tot je d’r maar weer afrolt. Zit je nog steeds met zó’n knoeperd. En probeer dan maar eens te pitten. Maar met Kamagra... zóóóhee!’

Zo gingen ze nog even door, in steeds explicietere woorden opbiedend tegen elkaar over hun ervaringen met dit nieuwe wondermiddel, waarnaar ze steeds heviger begonnen te verlangen. Ik stond er maar wat dommig bij, beetje bejaard ineens. Zoals je onvermijdelijk de aansluiting met de nieuwste hippe bandjes kwijtraakt, zo kan je op een dag ook de drugs niet meer bijhouden. Nu ja, maar beter ook. Dus knikte ik ter afscheid, klaar om mijn weg te vervolgen, en draaide me toen nog één keer om – Columbo-style. ‘Hé jongens’, zei ik. ‘Eén ding: waarom vroegen jullie dit eigenlijk in hemelsnaam aan mij?’ De krullebol begon te gnuiven. Zijn maat legde met onverwachte tederheid zijn hand op mijn schouder. ‘Omdat je eruit ziet als een gebruiker, ouwe.’

Eenmaal thuisgekomen ging ik maar eens héél lang in de spiegel staren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.