Opinie Zorgplicht

‘Haal de kinderen van IS-strijders terug voor het te laat is’

Juist het tijdig terughalen van kinderen van IS-strijders dient ons veiligheidsbelang op de lange termijn, betogen Willem van Genugten, Bibi van Ginkel en Christophe Paulussen van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Internationaal Recht (KNVIR).

Kinderen van voormalige IS-strijders in al-Ayadiya, Irak. Foto Reuters

Van de ongeveer 175 Nederlandse kinderen die zich in Syrië en Irak bevinden, zitten velen − voor het merendeel jonger dan 4 jaar − vast in kampen. Normaliter zou dat leiden tot massale verontwaardiging onder bevolking en politici. Zo niet in dit geval, en wel om één reden: de kinderen zijn geboren uit de ‘verkeerde’ ouders: (voormalige) IS-strijders.

Juridisch kan er geen misverstand over bestaan dat de Nederlandse regering een zorgplicht heeft voor deze kinderen − immers Nederlandse onderdanen − en de taak heeft hen begeleid naar Nederland te laten terugkeren. En, voor alle duidelijkheid: als zij samen met hun ouders terugkeren, dan wacht deze laatsten een justitieel onderzoek. De juridische verplichtingen ten aanzien van de kinderen vloeien voort uit het internationale Kinderrechtenverdrag, het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en een flink aantal andere juridische instrumenten, waaronder die op het vlak van het nationaliteitsrecht. Ook noemen we de beginselen van het Global Counterterrorism Forum, mede opgesteld door Nederland, aangaande kinderen die ten prooi zijn gevallen aan terroristische organisaties, zowel als slachtoffer als als dader.

Zorgplicht

De juridische verplichtingen en beginselen wijzen in de eerste plaats op de speciale zorgplicht van ouders, maar spreken de staat aan zodra de ouders in gebreke blijven. De staat heeft bij alle juridische instrumenten in beginsel ruimte om afwegingen te maken, maar wel dient hij te allen tijde uit te gaan van de belangen en het welzijn van het kind, en zijn afweging per geval te motiveren.

Bij die belangenafweging moet en mag rekening worden gehouden met staatsveiligheidsargumenten. De regering stelt dat het terughalen van de kinderen gevaar zou opleveren voor de Nederlandse samenleving. Omdat jongens vanaf 9 jaar mogelijk gevechtstraining hebben gekregen, is dat een reëel punt. Ook bestaat het risico van indoctrinatie en traumatisering en op langetermijneffecten als gevolg daarvan. Uit gegevens van de AIVD blijkt dat het cijfermatig echter om maximaal negen kinderen gaat met gevechtstraining van IS. Volgens de Raad voor de Kinderbescherming bevinden zich onder de bij hen bekende Nederlandse kinderen in de Noord-Syrische kampen momenteel geen kinderen die, gezien hun geslacht en leeftijd, mogelijk een gevechtstraining hebben gehad.

Terugkeerplan

Wel zijn volgens de Raad veel kinderen in de kampen ziek en ondervoed en is er geringe medische hulp. Bovendien zijn er meer en meer berichten dat vrouwen en kinderen worden uitgeruild tegen Koerdische strijders, wat zou betekenen dat kinderen worden (terug)gestuurd naar gebieden die in de praktijk nog altijd onder controle staan van IS, met een verhoogd risico op verdere traumatisering en gewenning aan de normen en waarden van hun omgeving.

Nederlandse gemeenten hebben samen met de Raad voor de Kinderbescherming inmiddels al het verzoek gekregen om voor ieder Nederlands kind in Syrië of Irak een terugkeerplan te maken. Denk daarbij aan opvang, scholing, traumabehandeling en veiligheidsmaatregelen. Met de voorbereidingen die aldus zijn getroffen, lijken de ‘praktische zaken’ die met terugkeer zijn gemoeid al goed (te) ondervangen.

De regering houdt ondertussen vast aan het beleid dat de kinderen en hun ouder(s) zich kunnen melden voor repatriëring bij een consulaat naar keuze. In de praktijk is dit nagenoeg een onmogelijke opgave, onder meer omdat de kampen waarin ze zich bevinden worden bewaakt en ze dus niet vrijwillig kunnen vertrekken. Verder gebruikt de regering het argument dat het te gevaarlijk zou zijn de kinderen actief uit de kampen te laten halen, maar wij schatten in dat dat praktisch valt op te lossen, zodra de wil daar is om dat te doen.

Oproep aan het kabinet

Nu het kabinet bezig is met de voorbereiding van een notitie waarin het beleid inzake deze kinderen wordt uitgelegd aan het parlement en daarmee aan de Nederlandse bevolking, doen wij de oproep geen toevlucht te nemen tot juridische en praktische argumenten die niet met droge ogen te verdedigen zijn. Zeker ook na de Europa-speech van premier Rutte, over ‘a Union of Rules in an Unruly World’ en zijn onderstreping van fundamentele waarden waarmee Europa groot is geworden, zou dat de geloofwaardigheid van de regering aantasten. Aan regels en waarden geen gebrek in de casus van de kinderen van voormalige IS-strijders.

Niet in de laatste plaats zou de regering daarmee eerst en vooral ook de langetermijnveiligheidsbelangen van ons land dienen, nu het risico dat de kinderen − of hun kinderen − later verhaal komen halen vele malen groter is dan de risico’s die zijn gemoeid met actieve en begeleide reïntegratie van de kinderen. Laten we niet achteraf hoeven zeggen: hadden we toen maar... Die horizon lijkt ons belangrijker dan de kortetermijnwinst van het uitvoeren van een regeerakkoord.

Willem van Genugten is voorzitter van de KNVIR en emeritus hoogleraar internationaal recht.

Bibi van Ginkel is senior onderzoeker bij Instituut Clingendael en het International Centre for Counter-Terrorism-The Hague, en was een van de inleiders van de KNVIR-avond.

Christophe Paulussen is bestuurslid van de KNVIR en senior onderzoeker bij het T.M.C. Asser Instituut en het International Centre for Counter-Terrorism - The Hague.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.