Opinie

'Geef topsporters hun doping via achterdeur en geef ons de droom'

Het imiteren van god door records te blijven breken, daar draait het om in de topsport. Geef topsporters daarom hun doping via de achterdeur en geef ons de droom. Blijf het gebruiken zonder het te legaliseren. En laten we ons vooral van de domme houden, schrijft journalist Bart Smout.

Lance Armstrong tijdens zijn bekentenis bij Oprah Winfrey Beeld ANP

Na de ontmaskering van Lance Armstrong is doping een hot topic deze Tour de France. Tenminste, in de media. Opvallend genoeg speelt het dopingschandaal amper een rol bij een aantal vrienden van mij die fanatieke Tourvolgers zijn. Getroffen door een plotselinge aanval van geheugenverlies willen zij maar één ding: genieten van de magie. Vreemd is dat niet, want verdringing en topsportbeleving gaan hand in hand. Sterker nog: de illusie dat sporters op natuurlijke wijze onnatuurlijke prestaties neerzetten willen we het liefst in stand houden, zelfs tegen beter weten in.

Stimulerende middelen horen bij topsport, schreef Tim Krabbé afgelopen zaterdag in het NRC: 'Het lichaam is verbeterbaar - er zullen altijd nieuwe manieren komen om dat te doen.' Het is daarom zinloos om het gebruik van doping rigoureus te bestrijden. 'De wedloop tussen gebruikers en bestrijders zal altijd zijn als die tussen het voor- en het achterwiel van een fiets.' Malou van Hintum deelde de mening van Krabbé. In de Volkskrant stelde zij daarom voor om doping niet langer te verbieden maar op een gecontroleerde manier te verstrekken.

Strijd tegen elementen
Krabbé en Van Hintum hebben gelijk wanneer ze stellen dat dopingvrije topsport niet bestaat. Maar dat wil nog niet zeggen dat je doping moet legaliseren. Daarmee zou je de illusie vernietigen die zo belangrijk is voor iedere sportliefhebber, namelijk dat de mens op eigen kracht de natuur kan overwinnen. In het beknopte boekje What is Sport? constateert Roland Barthes dat sport draait om competitie, niet om het conflict. In een conflict strijden mensen tegen elkaar; in een competitie strijden mensen tegen de natuur. In sport, schrijft Barthes, 'man's actions are aimed, not at the domination of other men, but at the domination of things.' Iedere wedstrijd draait het volgens de beroemde Franse semioticus maar om één ding: 'Which man is best able to overcome the resistance of things, the immobility of nature?' Denk aan de wielrenner die in de brandende zon een berg bedwingt: dat is eerst en vooral een strijd tegen de elementen.

Die strijd tegen de natuur wordt ook in het dagelijks leven gevoerd. Ze is zo menselijk als maar zijn kan. Alleen hebben we daar wel altijd hulpmiddelen bij nodig. Ouderdom bestrijden we met crèmes en cosmetische ingrepen; ziektes gaan we te lijf met medicijnen en ziekenhuizen; met onze architectuur en broeikassen zijn we minder afhankelijk van het klimaat, en ga zo maar door. Dat we afhankelijk zijn in onze strijd tegen de natuur merken we vooral als er iets mis gaat. Bijvoorbeeld wanneer je niet de juiste arts kan vinden, of simpelweg wanneer het dak lekt en er een klusjesman moet komen. Frustratie alom.

Armstrong, Messi of Bolt
Maar sport geeft ons de illusie dat het wel degelijk mogelijk is, in je eentje de natuur domineren. Daarom dichten we grote sporthelden als Lance Armstrong, Lionel Messi of Usain Bolt een goddelijke status toe. Omdat het simpelweg goddelijk ìs, boven de krachten van de natuur uitstijgen.

Die illusie is een levensbehoefte. We schreeuwen voortdurend om nieuwe records en betere topprestaties omdat die het geloof in onze onafhankelijkheid van de natuur verstevigen. Supporters delen zo in de goddelijkheid van de topsporter. Ook zij kunnen zich even vrij en zorgeloos voelen: dat is de magie waar mijn vrienden zich graag aan overgeven wanneer ze de Tour de France kijken.

Die magie is veel belangrijker dan een eerlijke strijd, als zoiets überhaupt al bestaat. Roland Barthes was overigens om die reden tegen doping: 'To dope the racer is as criminal, as sacrilegious as trying to imitate God,' schreef hij in essay over de Tour. Het imiteren van god door records te blijven breken, daar draait het juist om. Geef topsporters daarom hun doping via de achterdeur en geef ons de droom. Blijf het gebruiken zonder het te legaliseren. En laten we ons vooral van de domme houden en net doen alsof doping een vaag gerucht is. Uiteindelijk zijn we er helemaal niet mee geholpen om te weten wie er allemaal iets hebben geslikt en gespoten. Natuurlijk is dat tegen de regels. En ontzettend krom. Maar topsport is daarin net als theater: zodra de lichten op het podium aangaan gelden de regels van alledag niet meer.

Bart Smout is journalist en schrijver

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.