Interview Gerben Bakker en Gert Jan Geling

‘Foute’ stemmen in het publieke debat willen smoren, werkt averechts

Doorgeschoten politieke correctheid, betogen de docenten veiligheidskunde Gerben Bakker en Gert Jan Geling, is schadelijk voor de democratie.

Beeld Illustratie Hans Klaverdijk / foto Freek van den Bergh

‘Kijk, dit is precies wat ik bedoel’, zegt Gert Jan Geling terwijl hij zijn telefoon omhoog houdt. ‘Ons boek is nog niet eens verschenen en we worden al uitgescholden voor ‘white privilege alt-right’ers’ op Twitter. Oftewel, witte, rechtse mannen met een goede maatschappelijke positie die minderheden wel eventjes zullen uitleggen hoe het zit. Maar dat is precies niet wat Geling (31) en co-auteur Gerben Bakker (36) zeggen te beogen met hun boek Over politieke correctheid, dat vandaag verschijnt.

Concrete aanleiding voor hun zorg is de stroom aan twitterruzies over foute termen in het publieke debat, van de ‘kechs’-uitglijder van rapper Boef tot de uitspraken van minister Stef Blok over de multiculturele samenleving. Kun je echt niets meer zeggen in dit land, zoals de klacht aan de borreltafel luidt? Of is politieke correctheid eerder een vorm van hoffelijkheid om het debat leefbaar te houden, zoals schrijver Arnon Grunberg stelt? In een kaal vergaderzaaltje op de Haagse Hogeschool, waar de twee integrale veiligheidskunde doceren, geven Geling en Bakker hun visie.

Is politieke correctheid eigenlijk wel een probleem in Nederland? Ik bedoel: hoeveel mensen nemen nou actiegroep de Grauwe Eeuw, die een standbeeld van ‘genocidepleger’ J.P. Coen bekladde en aangifte deed tegen een ‘cowboy-en-indianenfeest’, serieus?

Geling: ‘Dat is waar, maar toch kan een kleine lobbyclub van social justice warriors (een laatdunkende term die wordt gebruikt voor progressieve activisten, red.)  veel invloed krijgen met hun morele hervormingsagenda. In de politiek, het bedrijfsleven of de culturele sector gaat men aan damage control doen. Dat noemen wij conformistische politieke correctheid. Zo heeft het Rijksmuseum een paar jaar geleden besloten om alle verwijzingen naar woorden uit de koloniale tijd en ouderwetse aanduidingen die verwijzen naar huidskleur te verwijderen. Kijk, het is logisch dat onze beoordeling van die periode verandert, maar we kunnen de geschiedenis zelf echt niet uitwissen.’

Bakker: ‘Ook halen we in ons boek het voorbeeld van een Nederlandse multinational aan, die we niet bij naam kunnen noemen. Daar werd een medewerker op het matje geroepen omdat hij bij het vaste potje tafeltennis met zijn Chinese collega – genaamd Ping – hem voor de grap Pingpong noemde. Die collega had daar geen moeite mee, maar op basis van het diversiteitsbeleid van dit bedrijf kon dit opeens niet meer door de beugel.’

Gerben Bakker (36)

2009 master filosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen.
2009-heden: zelfstandig fotograaf.
2011 docent integrale veiligheidskunde aan de Haagse Hogeschool.
2014 promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam; onderwerp: veiligheidsfilosofie en ethiek.

Gert Jan Geling (31)

2012 master Internationale betrekkingen aan de Universiteit Utrecht.
2012-2014 diverse studies in het buitenland, onder meer aan King’s College te Londen.
2014 docent integrale veiligheidskunde aan de Haagse Hogeschool.
2016 promovendus aan de Universiteit Leiden; onderwerp: ex-moslims en horizontale godsdienstvrijheid in Nederland.

Op sommige Amerikaanse universiteiten eisen studenten dat ze niet geconfronteerd worden met kwetsende uitlatingen, die geluiden hoor je hier toch nog niet?

Geling: ‘Misschien, maar ook in Nederland zijn al debatten aan de universiteit afgelast omdat tegenstanders vonden dat de mening van een spreker niet door de beugel kon. Zo werd vorig jaar een lezing van een Canadese hoogleraar bij het centrum voor Gender & Sexuality aan de UvA gestaakt omdat demonstranten het niet eens waren met haar visie. En ik ken een onderzoeker die bij het Centrum voor Islamitische Theologie wilde promoveren op het verband tussen religie en radicalisering, en te horen kreeg dat islam toch niets te maken kan hebben met terrorisme. Die moest uitwijken naar het buitenland voor zijn proefschrift. We zien dat in veel wetenschappelijke modellen het geloof niet eens wordt meegenomen als mogelijke oorzaak voor radicalisering.’

Andersom heb ik eens van een bekende arabist gehoord dat hij bedreigingen ontvangt, zodra hij zich iets te positief over de islam uitlaat.

Bakker: ‘Dat heeft te maken met de Fortuynrevolte: in de jaren nul werd vanuit de rechterzijde heftig geageerd tegen allerlei taboes rond de multiculturele samenleving en de islam. De pijnpunten moesten kunnen worden benoemd. Inmiddels zijn die in het publieke debat zo vaak benoemd, dat je niet meer kunt zeggen dat het taboes zijn. Sterker nog, het komt voor dat je juist het omgekeerde niet meer mag zeggen, zoals in jouw voorbeeld. Soms zie je dat bepaalde ideeën die lange tijd politiek incorrect waren, opeens de nieuwe politieke correctheid zijn geworden.

Geling: ‘De journalist Rutger Bregman heeft daar een goed stuk over geschreven, aan de hand van vier stellingen. Neem het idee dat Marokkanen, Turken en Antillianen zwaar oververtegenwoordigd zijn in de misdaadstatistieken. Dat mocht je vroeger niet zeggen, nu is het bijna omgekeerd. De criminoloog Frans Bovenkerk, die als een van de eersten wees op het verband tussen etniciteit en criminaliteit, klaagt dat tegenwoordig bijna alleen nog maar naar die ene factor wordt gekeken.’

Kent de financiële wereld niet evengoed een vorm van politieke correctheid, namelijk het neoliberalisme? Als je niet denkt in termen van economische groei, wordt je onderzoek minder serieus genomen.

Bakker: ‘Elk domein heeft zijn eigen taboes, in de geesteswetenschappen komen die vaker uit de linkse, progressieve hoek, bij de economische wetenschappen zal het eerder uit de rechtse, neoliberale hoek komen. En ook op andere plekken speelt dit. Iedereen denkt weleens: is het wel zo handig als ik dit nu zeg? Dat is op zichzelf niet meteen problematisch, want taboes hebben ook een sociale functie. Het wordt wel een probleem als daardoor het debat gesmoord wordt, want dat is cruciaal voor de democratie.’

Laten we een voorbeeld bespreken. Na kritiek van Volkskrant-columnist Loes Reijmer op vrouwonvriendelijke aspecten van GeenStijl, plaatst die website haar foto met de oproep: ‘Zou u haar doen?’ Dan is het toch geen politieke correctheid om te protesteren, maar een kwestie van fatsoen?

Geling: ‘We zijn het erover eens dat GeenStijl een morele grens overschreed met die oproep. Het is terecht dat ze daarop worden aangesproken. Maar wat wij als doorgeschoten politieke correctheid beschouwen is dat er door tegenstanders, onder wie NRC-columnist Rosanne Hertzberger, werd opgeroepen tot een adverteerdersboycot vanwege die vrouwonvriendelijkheid. Daarmee leg je ze het zwijgen op, want zonder adverteerders kunnen ze niet overleven. Dat betekent het einde van het debat zelf. Zonde, want GeenStijl heeft soms ook goede journalistieke stukken, als een soort luis in de pels.’

Hun ‘reaguurders’ gingen anders nog wel een stap verder, in hun uitlatingen over de desbetreffende vrouwelijke journalisten. Moeten media niet harder worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid?

Geling: ‘Jazeker, maar ik wil eraan toevoegen dat veel onlinemedia – waaronder GeenStijl – al sinds lange tijd reacties die over de schreef gaan, dus bedreigingen, laster, smaad enzovoort, weghalen.’

Maar dit keer liet GeenStijl de reacties, waarin het zelfs ging over verkrachtingsfantasieën, wel staan. Afgezien van de juridische grens, zo worden vrouwen toch geïntimideerd waardoor ze misschien geen deel meer durven nemen aan het publieke debat?

Bakker: ‘Anonieme haattekst kan inderdaad iemand dwingen om zich terug te trekken, en leidt tot aarzeling om deel te nemen. In de praktijk is het lastig om een medium verantwoordelijk te stellen voor haatreacties. Maar er bestaat wel een morele verantwoordelijkheid om online haatcampagnes te ontzenuwen: alle vormen van karaktermoord, waar seksuele intimidatie er een van is, zijn uiteindelijk destructief voor de vrijheid van denken. Dus wat ons betreft geen boycot, maar dat soort heftige uitlatingen moeten ze wel meteen verwijderen.’

Is de actie tegen GeenStijl een incident,  of zien jullie een trend? Wordt de verontwaardiging groter?

Geling: ‘Wij zien het toenemen. Neem bijvoorbeeld de controverse rond rapper Boef, die drie vrouwen die hem een lift hadden gegeven op sociale media uitmaakte voor ‘kechs’, hoeren. Er volgde meteen de oproep tot een boycot van zijn muziek op de radio. Dat is tamelijk hypocriet. Ik luister aardig wat hiphop, en daar vind je allemaal van dat soort teksten – die artiesten worden wel gewoon gedraaid. Dat verschijnsel van ‘no platforming’, het proberen te verhinderen dat iemand een podium krijgt voor foute opvattingen, is overgewaaid vanuit de VS.’

Oké, maar hoe kan een minderheid de dominante meerderheid wijzen op vooroordelen, of het nu gaat om vrouwonvriendelijkheid, racisme of homofobie? Taal kan wel degelijk kwetsend zijn.

Geling: ‘Het is volkomen legitiem om zo’n punt te maken. Een woord als ‘neger’ gebruiken we terecht nu niet meer, omdat het als kwetsend wordt ervaren vanwege de associatie met slavernij.’

Bakker: ‘Maar het is riskant als deze argumentatie vervalt in identiteitspolitiek, waarin mensen zich identificeren met bijvoorbeeld hun huidskleur, gender of seksuele geaardheid. Dan sluiten mensen zich op in hun eigen, eendimensionale identiteit, en willen ze niet meer naar anderen luisteren, omdat die tot een bevoorrecht clubje behoren en geen recht hebben om zich over hun positie uit te laten. Dan zit iedereen in zijn eigen bubbel op sociale media, en krijg je een enorme verschraling van het publieke debat.’

Geling: ‘Bovendien, een knappe, intelligente zwarte vrouw is misschien wel geprivilegieerder dan een lelijke, niet al te snuggere witte man. Zelf kom ik uit Oost-Groningen, waar ik op een van de slechtste drie basisscholen van Noord-Nederland zat. Kortom, je kan weliswaar blank zijn, of wit, zoals de politiek correcte variant tegenwoordig luidt, maar dat wil niet zeggen dat je het in alle opzichten automatisch beter hebt.

‘Wat social justice warriors vaak onderschatten, is dat hun acties averechts kunnen uitpakken. Als een kleine club met luide stem gaat eisen dat verwijzingen naar ‘foute’ figuren uit de koloniale tijd niet meer kunnen, zie je bijvoorbeeld, zoals onlangs in Urk, stemmen opgaan om nieuwe straten juist te vernoemen naar zeehelden uit de Gouden Eeuw. Terwijl je misschien meer mensen had meegekregen als je je niet zo absoluut opstelt.’

Misschien wel het belangrijkste voorbeeld van zo’n averechts effect, zeggen Bakker en Geling, is de verkiezing van Donald Trump in de VS. In navolging van de Amerikaanse historicus Mark Lilla stellen ze dat de Democraten jarenlang voor vrijwel elke minderheidsgroepering opkwamen, maar de witte arbeidersklasse leken te vergeten – en toen stemde die groep ineens op de outsider die lak had aan alle politieke correctheid. Zo werd de kloof tussen weldenkend Washington en de rest van het land ineens schrijnend zichtbaar. Een kloof die, zo betogen de twee, ook te maken heeft met de representatieve democratie, waarin een bovenlaag van progressieve, politiek correcte hoogopgeleiden de besluiten neemt voor de vaak wat politiek incorrectere kiezers.

Maar is die kloof ook niet heel nuttig? We hebben toch weloverwogen besluitvorming nodig om een complex, modern land goed te kunnen besturen?

Bakker: ‘Op zichzelf heb je gelijk, en die spanning is ook inherent aan de politiek, zoals de oude Grieken al begrepen. Politiek brengt altijd een zekere mate van theater met zich mee, de naakte, botte waarheid kan er nooit helemaal worden uitgesproken, dan wordt het onwerkbaar. Het wordt in onze ogen pas een probleem als die bovenlaag een dedain voor de onderbuik van het volk ontwikkelt, iets wat wij aanduiden met de term ‘demofobie’, angst voor het volk. Alsof die mening niet gehoord mag worden. Dan nemen de spanningen in de maatschappij toe.’

En wat kunnen we eraan doen om dat te voorkomen, zonder het parlement te veranderen in een dorpscafé waar je alles eruit kunt slingeren?

Bakker: ‘Een van de instrumenten daarvoor is het referendum. Dat werd ook gezegd door vrijwel alle experts in de hoorzitting in de Eerste Kamer, dat juist het referendum een brug kan slaan tussen kiezers die zich niet vertegenwoordigd voelen, en de politiek. Mensen die dan zeggen: nu wordt mijn stem wel gehoord.

‘Persoonlijk denk ik dat we ook moeten nadenken over hoe we internet kunnen meenemen in de politieke processen. Wat we ook van de onlinewereld vinden, internet gaat niet meer weg, dus laten we het op een positieve manier inzetten.’

Zolang we sociale media maar niet te veel waarde gaan toekennen. Bij veel Twitterfitties of Facebookophef is het maar de vraag hoe representatief ze zijn voor de mening van de gehele bevolking.

Bakker: ‘Uit ons boek blijkt dat veel van dit soort controverses rond politieke correctheid beginnen in de onlinewereld, vaak in kleine kring. Maar dan worden ze opgepikt door de traditionele media, kranten en televisie, en krijgen ze momentum. Dan gaat het alleen maar over de toon, zoals toen Stef Blok zijn omstreden uitspraken deed over Suriname als failed state. Terwijl ik bijna nergens een goede analyse las over wat dat nu eigenlijk is, een failed state. Daar ligt dus evengoed een taak voor de gevestigde media.

‘Een ander probleem met sociale media is de anonimiteit waarmee mensen hun meningen de wereld in kunnen slingeren: dat staat op gespannen voet met het idee van de mens die zich in het openbaar politiek engageert. De vrijheid van meningsuiting, waarmee rechtse critici van politieke correctheid al snel schermen, betekent weliswaar dat je alles kunt zeggen, maar voor een goed debat is dat niet voldoende.’

Hoe moet het dan wel?

Bakker: ‘In ons boek verwijzen we naar het werk van de Duits-Joodse filosoof Hannah Arendt. In lijn met het Verlichtingsideaal om altijd zelf te blijven nadenken, verkondigt zij het persoonlijk ideaal van een enlarged mentality: je hebt de politieke verantwoordelijkheid je standpunt kritisch te staven, juist door het blijvend af te meten aan radicaal andere perspectieven, alsof die de jouwe zijn. Dit vereist moed en een oprecht kritisch vermogen. Pas dan krijg je een goed geïnformeerd publiek debat, in plaats van een kakofonie van stemmen, waarin niemand naar elkaar wil luisteren.’

Gerben Bakker en Gert Jan Geling: Over politieke correctheid
Boom; 260 pagina’s; € 24,90.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.