Opinie

'Europa moet minder afhankelijk zijn van energieleveranciers'

Het gasconflict tussen Rusland en Oekraïne maakt, net als het controversiële Southstream-project, pijnlijk duidelijk dat een Energie-Unie nodig is, betoogt vice-voorzitter van de Europese Commissie Günther H. Oettinger.

Minister-president Rutte (M) neemt in 2011 met (VLNR) premier Fillon van Frankrijk, bondskanselier Angela Merkel van Duitsland, president Medvedev van Rusland en EU-commissaris Oettinger van Energie de eerste van de twee Nord Stream gasleidingen in gebruik. De Nord Stream gasleiding transporteert aardgas uit Rusland naar Europa. Beeld anp

Gaat Rusland het gas net voor Kerstmis afsluiten? En mogelijk miljoenen Europeanen in hun huizen laten vernikkelen? Geen andere zaak dan het dreigende gasconflict tussen Rusland en Oekraïne laat zo pijnlijk duidelijk zien dat Europa moet samenwerken en minder afhankelijk moet worden van externe energieleveranciers. Dit is precies de reden waarom vandaag de EU, en niet de individuele lidstaten, bemiddelt in de Russisch-Oekraïense gasbesprekingen in Berlijn.

Maar het idee van een 'Europese Energie-Unie', dat door veel regeringen wordt ondersteund, gaat verder dan zekerheid en formele coördinatie. Het is een nieuwe manier van denken, waarvoor sommige oude gebruiken moeten worden afgeschud en eensgezind moet worden samengewerkt om alle energiekwesties aan te pakken, of het nu gaat om klimaat, concurrentievermogen of banen.

Ten eerste gaat het om solidariteit tussen en vertrouwen in andere lidstaten: overheden moeten gemeenschappelijke planningsprocedures instellen om met noodsituaties om te gaan en ervoor te zorgen dat ze collectief een crisis kunnen weerstaan.

Ten tweede gaat het om echte coördinatie: Het staat ieder land vrij te kiezen welke energiebron het wil exploiteren. Maar een Energie-Unie impliceert dat geen regering aan haar parlement een wet voorlegt die het energiestelsel radicaal wijzigt, zonder eerst met haar partners over de gevolgen te overleggen en hen tot en met de invoering daarbij te betrekken. Natuurlijk krijgt niemand een veto, maar zo'n coördinatie zou helpen onderbrekingen te voorkomen en de energiezekerheid te vergroten.

Ten derde gaat het om gezamenlijke investeringen: regeringen moeten hun investeringsprogramma's en -voorwaarden veel meer dan nu coördineren. In een goed werkend energiestelsel is een moderne, veilige en sterke infrastructuur in het gehele continent van het grootste belang.

Ten vierde gaat het om de ontwikkeling van een echte energiemarkt: overheden moeten stoppen met het verstoren van de markt middels kunstmatige maatregelen ter bescherming van hun markten of bedrijven.

Ten vijfde gaat het om het spreken met één stem: We moeten tezamen over grote energiecontracten met naburige landen onderhandelen - zoals we dit al lang doen bij internationale handelsbesprekingen. Er is geen reden waarom dit voor energie anders is; integendeel, het is nog belangrijker. Het treurige blijk van verdeeldheid dat de lidstaten laten zien in het Southstream-project is een goed voorbeeld. Er moet op Europees niveau worden gesproken, wat moet leiden tot consensus en een mandaat voor de Commissie om namens de EU in haar geheel te onderhandelen.

Alle alternatieven leiden tot sub-optimale resultaten. Om dit alles te doen, hoeven de Europese verdragen niet te worden aangepast, hoogstens een paar Europese wetten. De tijd dringt, laten we eraan beginnen.

Günther H. Oettinger is vice-voorzitter van de Europese Commissie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.