Column Sylvia Witteman

‘Dat is toch zielig, een vogel in zo’n klein kooitje?’

Bij de uitbreiding van het Amsterdamse metronet hebben archeologen ­allerlei voorwerpen ­gevonden die in de loop der eeuwen door Amsterdammers in (voor­malige) grachten zijn gegooid. Die spullen zijn nu te zien in het Huis Marseille aan de Keizersgracht. Het loopt vooralsnog niet storm: afgelopen zondagmiddag liep ik op mijn dooie eentje langs de lichtbakken vol tinnen soldaatjes, hoefijzers, pispotten en mobiele telefoons; die laatste waren weliswaar pas twintig jaar oud, maar deden toch achterhaalder aan dan de nabijgelegen 18de-eeuwse schoenen. Vertederd bekeek ik een bleekrood, plastic ijslepeltje dat zo te zien uit mijn jeugd stamde. Ze knapten vaak in tweeën, kon ik me herinneren, als je de eerste hap wilde nemen. Was het ijs toen harder, het plastic ­brozer, of allebei?

Er kwam een echtpaar binnen van rond de ­zeventig, met van die welvarende Zwitserlevenhoofden. De man droeg een kaki linnen jasje met een chokertje rond zijn gebruinde strot, de vrouw had een blauwe shantoeng robe-manteau om haar – ongetwijfeld dankzij niet-aflatende ­inspanningen – slank gebleven gestalte.

‘Ach, gos, een vogelkooitje’, sprak de vrouw, te hard. Ze wees op iets dat eruitzag als een bosje verfrommelde notenbalken, maar met enige verbeeldingskracht best een vogelkooitje geweest kon zijn. ‘Leuk!’, antwoordde de man welwillend. ‘Niks leuk’, hernam de vrouw. ‘Dat is toch zielig, een vogel in zo’n klein kooitje?’

Ik keek nog eens. Gróót kon het inderdaad niet geweest zijn.

‘Ja, en dan denk jij natuurlijk weer, wat zeurt ze nou, dat is toch iets van vroeger’, zei de vrouw. ‘Maar dat gebeurt nog steeds hoor, vogels in kooitjes!’ Haar lippenstift was een beetje uitgelopen in de rimpels om haar mond.

‘Zeg. Dat was toch een beroemd boek?’, zei de man. ‘Ik weet waarom gekooide vogels zingen, ofzo.’ De vrouw kneep haar lippen geërgerd op elkaar. ‘Dat gaat niet over vogels, hoor’, zei ze stellig. ‘Heb je het gelezen?’, vroeg de man, met een leep glimlachje. Hij wist het antwoord al. ‘Jij wel dan?’, knarste ze. ‘Nee’, antwoordde hij. ‘Maar ik ben nu wél benieuwd. Waarom zingen vogels, als ze het in zo’n kooi niet leuk vinden?’

De vrouw zweeg. ‘Ik denk eigenlijk’, vervolgde de man opgewekt, ‘dat die vogeltjes er gewoon het beste van proberen te maken.’ De vrouw haalde diep adem en liet een sissende zucht ontsnappen. ‘Herman! Dat. Boek. Gíng. Dus. Niet. Over. Vogeltjes!’, riep ze.

‘Maar ze zíngen toch?’, lachte de man. ‘Zeg, ik heb trek in een glas wijn. Kom...’

Met een jolige zwaai greep hij haar arm en trok haar mee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.