Verslaggeverscolumn Pim Fortuyn


Hoe de moord op Fortuyn de geschiedenis in dobbert



Toine Heijmans.

Elf mensen komen naar het oude graf van Pim Fortuyn, om daar de moord te herdenken. Bedankt dat u er was, zeggen ze na afloop. ‘Nog even en er komt hier niemand meer.’

De moord is van zestien jaar geleden, een aantal van niks, geen jubileum, geen lustrum, geen nieuwshaakje om iets aan op te hangen. Sprekers van naam die de fortuynisten vroegen voor de herdenking willen niet spreken vandaag, of kunnen niet, of laten niets van zich horen. Zo dobbert de moord kalmpjes de geschiedenis in. ‘Pim is’, zegt Mark, ‘al bijna helemaal weggeëbd.’

Herdenken aan Pims graf.

Herinner me het telefoontje, 18.10 uur, en iemand die door de nieuwszaal riep: ‘Pim Fortuyn is neergestoken’. De krant was eigenlijk al af, een loom exemplaar. Nu moest het opnieuw, en snel. Mensen trokken woedend naar het Binnenhof, riepen: ‘moordenaars, moordenaars’. We legden het lijk van Pim Fortuyn boven de vouw over acht kolommen, de krant was breed nog toen. Die foto won later een prijs. De autoriteiten hadden hem liever verborgen gehouden, en vorderden de geheugenkaartjes van fotograaf Robin Utrecht, maar die deed wat hij moest doen en hield er één in zijn zak.

Een politieke moord buiten beeld houden is onverstandig. Het moordwapen, de Star M-43 Firestar die Volkert van der G. kocht in een café, ligt al jaren semi-stiekem in het depot van het Rijksmuseum. Er komt vast een dag dat ze hem exposeren. Waarschijnlijk haalt iedereen dan zijn schouders op.

Herdenken aan Pims graf

6 mei tegen middernacht steggelden we over de openingszin van de krant. Gingen we dit zakelijk doen (‘Politicus Pim Fortuyn is doodgeschoten door een 32-jarige milieuactivist’), of gaven we er lading aan. We kozen voor de lading. Dit ging het land veranderen. ‘De eerste politieke moord in de moderne geschiedenis van Nederland heeft tot ongekende ontzetting geleid.’

Dat duurde niet heel erg lang. De heksenjacht die werd aangekondigd voor de dag dat Volkert vrij zou komen, bleef uit.

Het graf in Driehuis ligt er correct bij: Pims hondjes in steen, waxinelichtjes aangestoken, frisse bloemen. Hij ligt hier niet meer, hij ligt in Italië, maar de herinnering ligt hier wel. Zoals elk jaar toeren de fortuynisten op 6 mei met een busje door Nederland: Rotterdam-Driehuis-Mediapark-Rotterdam. En dan een stille tocht. Die werd vorig jaar gelopen door vijfentwintig mensen. Vandaag hopen ze op twintig.

‘Mensen denken dat het geen zin meer heeft’, zegt Mark. ‘Ze stemmen gewoon weer VVD.’

Minuut stilte. Sprekers. ‘Als Pim vandaag wakker zou worden, zou hij van de wereld schrikken.’ ‘Over niet al te lange tijd zal ook hier de shariawet heersen.’ ‘Er komt een Derde Wereldoorlog.’ ‘Iedereen deelt in de welvaart, maar niet de mensen met een lege portemonnee.’

Het was goed geweest, denk ik, als Mark Rutte vandaag iets over de moord op Fortuyn had getwitterd, of Sybrand Buma, of een van de andere politici die zijn gedachtengoed nu gebruiken. Omdat het de eerste politieke moord was in de moderne geschiedenis van Nederland. Ik denk niet dat ze het durven.

Inmiddels is er wel een Pim Fortuyn Prijs en een van de genomineerden dit jaar, schrijver Özcan Akyol, vertelt op de radio dat iedereen boos is over zijn nominatie. Voor links is het te rechts, voor rechts is het te links. Je zou maar genuanceerd zijn, in het Nederland van nu. Of buiten je eigen loopgraaf durven denken. Het land keurig in twee kampen, waar iedereen z’n eigen versie van de vrijheid verdedigt. Dat is de stand van zaken, zestien jaar later.

Mark Meurs bij de grafsteen

Mark Meurs was een jongen nog, toen het gebeurde. Hij is een Hagenees, een schilder, en herinnert zich ‘de sensatie, de chaos’. ‘Je voelde het toen op straat.’ Niemand kan tippen aan Pim, zegt hij, ook niet Wilders of Baudet. ‘Ze zijn het allemaal niet’.

Pim was een rare snuiter ook. Herinner me zijn telefoontje naar de krant, jaren negentig, een late zondagavond. Gedragen stem, groot nieuws: hij ging de nieuwe lijsttrekker worden van het CDA. Het heeft de krant niet gehaald.

Volkert aan de telefoon is trouwens ook bijzonder. Vanuit de gevangenis, met een bureaucratische stem, vertelde hij niets te vertellen. Tegen de rechtbank zei hij op te komen voor de zwakkeren. Maar wat er exact is gebeurd die dag, en waarom, blijft steken in losse eindjes. In boeken met vraagtekens, in een film en een documentaire vol complottheorieën.

Van de autoriteiten kreeg Volkert een mediaverbod, ook een manier de geschiedenis voor je uit te schuiven. En zo zitten we nog steeds met een onaf verhaal.

‘Toen het gebeurde’, zegt Menno Lieven, ‘wist ik even niet wat ik moest’. Hij was twintig, en aan het werk in het tankstation, de klanten vertelden hem van de moord. ‘Ik weet nog steeds niet wat ik ermee moet.’

Wat hij wel weet, is dat hij een van de laatsten is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.