Opinie

'Beter goed in één taal, dan matig in twee talen'

Aan de ervaringen in India kunnen geen argumenten worden ontleend voor tweetalig onderwijs, schrijft Sebastian Grüschke.

Beeld anp

De discussie rondom het tweetalig onderwijs, zoals die onder anderen door Kees de Bot en Jaap Dronkers in deze krant is gevoerd, wordt bemoeilijkt door het verlangen om twee vragen tegelijkertijd te beantwoorden. Is het goed voor Nederlandse kinderen om op jongere leeftijd in contact te komen met het Engels? Draagt tweetalig onderwijs als vorm bij aan de kwaliteit van het Nederlands onderwijs? Vanuit mijn achtergrond van werken met kinderen met een leerachterstand in India wil ik graag een bijdrage aan deze discussie leveren.

In India is het tweetalig onderwijs al sinds de nationale onafhankelijkheid regel. Een vroege introductie van het Engels in het curriculum zal zeker bijdragen aan een betere kwaliteit van het Engels van de Nederlandse jeugd. Het is echter ook een uitbreiding van het takenpakket in het onderwijs.

De vraag of deze verbreding van het curriculum ten koste gaat van de onderwijskwaliteit is hoogst actueel. We maken ons tenslotte al langer zorgen over de kwaliteit van ons technisch onderwijs. Zwakte in de technische kennis van Nederlandse studenten leidt tot een achterstand in de concurrentiepositie van BV Nederland. Iets waarvoor de Nederlandse elite ons bijna dagelijks lijkt te waarschuwen.

Kerntaal
De kerntaal is de taal waarmee een kind vanaf zijn geboorte opgroeit en waarin het kind het meest creatief kan denken en het best rekenkundige en taalkundige problemen kan oplossen. Om het leervermogen van een kind te ondersteunen, dient het onderwijs gericht te zijn op het stimuleren van de kerntaal van het kind. Dit is de motor van zijn of haar creatieve vermogen. Voor de meeste kinderen in Nederland is de kerntaal Nederlands. Het doorgronden van de Nederlandse grammatica heeft derhalve prioriteit, en het jongleren met Nederlandse begrippen tijdens rekenkundige en taalkundige problemen dient de volledig aandacht van de leerkracht te krijgen.

Voor een aantal kinderen in Nederland is niet Nederlands, maar Chinees, Fries of Marokkaans de kerntaal. Voor de ontwikkeling van deze kinderen zou goed onderwijs in Chinees, Fries of Marokkaans centraal moeten staan. Tevens moeten deze kinderen goed leren communiceren en functioneren in het Nederlands.

Tweetalig onderwijs bij deze kinderen is een uitkomst: het onderwijs in het Nederlands wordt in zo'n geval gecombineerd met onderwijs in Chinees, Fries of Marokkaans-Arabisch. Deze vorm van onderwijs staat tegenwoordig helaas bloot aan hevige kritiek en wordt bestempeld als 'het doodknuffelen van allochtonen (of Friezen)'.

Door toenemende internationale interacties begint onder de Nederlandse elite een groep kinderen te ontstaan bij wie Engels een steeds belangrijker rol gaat spelen. Deze kinderen zullen zeker baat hebben bij onderwijs in het Engels.

Integratie
Opmerkelijk is dat er onder de Nederlandse elite een consensus lijkt te ontstaan tegen het Marokkaans-Arabisch of Turks en voor het Engels als tweede taal in het onderwijs. Het leren van Marokkaans-Arabisch zou de integratie in de weg staan, terwijl een redelijke beheesing van het Engels Nederland als geheel vooruit zou helpen. Men kan zich afvragen of de Nederlandse elite met de introductie van het Engels als tweede taal op school niet te veel bezig is met haar eigen belang. Verder moet worden opgemerkt dat de introductie van het Engels als tweede taal voor allochtonen en kinderen met een leerachterstand een extra obstakel zal vormen om het Nederlands goed te leren beheersen en te integreren in de Nederlandse samenleving.

Een te vroege introductie van het Engels als tweede taal houdt derhalve een risico in voor de sociale cohesie in Nederland, merkte Jaap Dronkers terecht op.

Leerlingen uit de Indiase middenklasse krijgen voor een groot deel onderwijs in het Engels en voor een kleiner deel in hun kerntaal. Tijdens mijn werk heb ik ervaren dat zowel onderwijzers als leerlingen er moeite mee hebben een academisch betoog in hun kerntaal te houden. Het academisch vocabulaire lijkt vaak te ontbreken. Ook zien we dat de creativiteit die nodig is om goed te kunnen redeneren in het Engels vaak ontbreekt. Het gevolg is dat India, ondanks een goede onderwijskwaliteit moeite heeft om in creativiteit en innovatie te concurreren met de VS en Groot-Brittannië. Dit in tegenstelling tot Japan en China waar het onderwijs nog steeds in de kerntaal plaatsvindt. Deze landen zijn in sommige opzichten innovatiever dan de VS.

'Engels versterkt ook kennis van het Nederlands', staat in een kop boven het opiniestuk van Kees de Bot (O&D, 20 juli). Het absurde van deze stelling wordt duidelijk als we het woord Engels vervangen door een willekeurige andere taal. Ook het leren van Swahili zal via een omweg bijdragen aan de kennis van het Nederlands. Maar is deze verzwaring van het takenpakket om via een U-bocht Nederlands te leren wenselijk?

Voor het kind zelf en voor de BV Nederland is het van belang dat een Nederlands kind op zijn achtste goed kan rekenen en redeneren. Een versje in het Engels opzeggen, hoe schattig ook, heeft in deze context geen prioriteit. Laten we ons daarom concentreren op de kwaliteit van het onderwijs en niet nodeloos de taakstelling van het onderwijs verder verbreden.

Sebastian Grüschke is als tropenarts verbonden aan de stichting Astitva, India

 
Door toenemende internationale interacties begint onder de Nederlandse elite een groep kinderen te ontstaan bij wie Engels een steeds belangrijker rol gaat spelen

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.