Deze Nederlander bezit misschien wel 's wereld grootste verzameling propagandakunst uit Noord-Korea

Staatskunst: dappere strijders, blakende arbeiders en een onthoofdingstafereel

Net nu de spanning tussen Noord-Korea en de VS verder oploopt, opent in Goes een tentoonstelling met de hoogst ideologische Noord-Koreaanse schilderijen die Ronald Groen sinds de eeuwwisseling heeft verzameld.

Ronald de Groen wijst zaterdagmiddag in de Grote of Maria Magdalenakerk te Goes naar een angstaanjagend schilderij, met daarop een stel Amerikaanse soldaten met hoekige koppen en duivelse blikken. De soldaten staan rondom het bloederige lichaam van een Koreaan, die ze met een bonkige zaag aan het onthoofden zijn.

'Deze wilde ik in de slaapkamer hangen', zegt hij. En dan, lachend tegen zijn vrouw: 'Maar dat mocht niet van jou.'

De Groen (56) is de eigenaar van de 51 schilderijen die momenteel ter gelegenheid van het Goes-Aziëjaar in de kerk hangen. De titel van de tentoonstelling: 'Gelukkig in Noord-Korea - de Utopie verbeeld'. In een depot ergens in Nederland heeft de verzamelaar nog circa 3500 schilderijen liggen. Een uit de hand gelopen hobby, zo noemt hij het. Mogelijk is het de grootste verzameling Noord-Koreaanse kunst ter wereld.

Nee, gevoel voor timing kan de gemeente Goes niet ontzegd worden. Net in de week dat de spanning tussen Noord-Korea en de Verenigde Staten tot ongekende hoogte opliep en een kernoorlog opeens tot de mogelijkheden leek te behoren, stond de opening van deze tentoonstelling op de agenda.

'Ik denk wel dat er nu extra bezoekers naar de tentoonstelling zullen komen', zegt Cock van den Wijngaard, coördinator van het Goes-Aziëjaar, die twee jaar geleden op het idee kwam om deze tentoonstelling naar Zeeland te halen. 'Maar het is wel erg wat er allemaal gebeurt. Van mij had dit niet gehoeven.'

Het publiek lijkt inderdaad geïnteresseerd in een portie Noord-Koreaanse propaganda. Nog voordat de burgemeester de officiële opening heeft verricht, zijn al een paar honderd mensen komen kijken naar de schilderijen die er weliswaar realistisch uitzien, maar niet noodzakelijkerwijs de realiteit weerspiegelen. Vrijwel allemaal vertonen ze de kenmerken die we kennen van de staatskunst uit China en de Sovjetunie: dappere strijders, indrukwekkende dammen, blakende arbeiders, dampende fabrieken.

En daarnaast zijn er dus werken die de Noord-Koreanen nog maar eens inpeperen wie de vijand is. Soms luguber, zoals het onthoofdingstafereel, soms ook subtiel, bijvoorbeeld op een schilderij met een Koreaanse sporter die wordt toegejuicht na het behalen van een overwinning. Onder in beeld druipt een Japanse sporter huilend af.

'Geen toeval', aldus De Groen.

En neem nou dat tafereel met twee heren die het wapenstilstandsverdrag ondertekenen dat de Koreaanse Oorlog beëindigde. Links zit een ineengedoken vertegenwoordiger van de Verenigde Naties, geflankeerd door een Zuid-Koreaanse generaal met een wanhopige blik in de ogen. Rechts zetelt een trotse Noord-Koreaan met de koele blik van een overwinnaar.

'In werkelijkheid', zegt De Groen, 'was het precies andersom.'

Zijn eerste schilderij verwierf hij rond de eeuwwisseling. Hij belegde toen nog niet in vastgoed maar was postzegelhandelaar. Een collega uit Utrecht ging regelmatig naar Noord-Korea, op zoek naar zeldzame poststukken uit de jaren vijftig. De Groen vroeg hem of hij geen schilderkunst kon meenemen. Geen landschapjes en tijgers, maar van die sociaal-realistische werken, van die ideologische schilderijen. Niet lang daarna keerde Willem van der Bijl met een stuk of tien doeken terug.

De twee besloten ze samen te gaan verzamelen. 'Omdat het verschrikkelijk goed geschilderd is', zegt De Groen. 'En omdat het toen te koop was en later waarschijnlijk niet meer. We waren de eersten die naar die schilderijen vroegen. Dat had nog nooit iemand gedaan.'

Van der Bijl, die als een van de weinige westerlingen een handelskantoortje in Noord-Korea had, huurde een paar mannen in die het land konden afstruinen op zoek naar bijzonder werk. Ze bezochten tentoonstellingen, fabriekshallen, hotels - alle plekken waar zulke schilderijen konden hangen.

Een paar keer ging De Groen met Van der Bijl mee naar Noord-Korea. Dan meldden de mensen die schilderijen te koop hadden zich in hun hotelkamer in de hoofdstad Pyongyang. 'We kozen uit wat we wilden hebben: die, die, die. En dan kwamen we een prijs overeen. We betaalden contant, in dollars of in euro's.'

Aanvankelijk kostten de schilderijen hooguit een paar honderd euro, herinnert De Groen zich, maar na een paar jaar kregen de Noord-Koreanen in de gaten dat ze meer geld konden vragen. De Nederlanders rekenden soms 10 duizend euro per schilderij af.

'Dat geld ging naar de eigenaar', zegt De Groen. 'Dat mocht gewoon. We hadden ook toestemming om de schilderijen te exporteren. Er waren officiële uitvoerpapieren.'

In 2011 liep hun avontuur ten einde, toen Van der Bijl werd opgepakt door het Noord-Koreaanse regime. Hij zat bijna twee weken vast, werd verhoord en uiteindelijk vrijgelaten met de mededeling dat hij nooit meer terug hoefde te komen.

'Hij heeft geluk gehad', zegt De Groen, die vanuit Nederland probeerde te bemiddelen. 'Anderen belanden in een strafkamp.'

Over de huidige politieke situatie wil hij niet veel kwijt. Hij heeft te weinig kennis, zegt hij. En bovendien weet hij dat ze in Pyongyang ook de Volkskrant lezen, 'want dit soort stukken worden allemaal keurig vertaald'. Misschien brengt hij hun voormalige medewerkers nog in gevaar, als hij onwelgevallige dingen zegt.

En wat hoopt hij dat mensen leren nadat ze deze schilderijen hebben gezien? 'Dat de ideologie in dat land overal mee verweven is, dat die tot op het bot is doorgevoerd in alles. Daar kun je je eigenlijk geen voorstelling van maken.'

De tentoonstelling 'Gelukkig in Noord-Korea' is nog tot en met maandag 4 september te zien in de Grote of Maria Magdalenakerk van Goes. De toegang is gratis.