We voeren mee op wat tegenstanders de 'pont naar Europa' noemen

Aan boord bij Save the Children: 'In een ideale wereld was dit werk niet nodig'

Organisaties die migranten oppikken uit de Middellandse Zee, liggen onder vuur. Ze zouden een veerdienst zijn voor mensensmokkelaars. Reddingsschepen worden beschoten, de bemanning geïnfiltreerd. Bericht vanaf de Vos Hestia.

Romain Lasjuilliarias is afgepeigerd als hij om drie uur 's nachts naar zijn hut loopt. Hij zet zijn witte helm af en klikt de clipsluiting van zijn blauwe zwemvest los. Voor de laatste maal vandaag wast hij zijn handen met antibacteriële zeep. Hij mag eindelijk slapen.

De afgelopen zes uur heeft de Fransman meer dan driehonderd vluchtelingen aan boord gehaald van de Vos Hestia, het schip dat door hulporganisatie Save the Children wordt gebruikt om bootmigranten te redden. Sinds negen uur 's avonds was het: migrant aan boord, reddingsvest af, volgende migrant aan boord. Migrant aan boord, reddingsvest af, volgende migrant aan boord. Om het kwartier hadden hij en zijn collega's even de tijd om het zweet uit hun ogen te vegen en twee slokken water te nemen, maar daarna kwam de volgende reddingsboot alweer aan, en daarna de volgende, en daarna weer de volgende.

Halverwege de nacht arriveerden ook de acht lijken die anderhalf etmaal daarvoor uit zee waren gevist door een koopvaardijschip. Ze hadden de geur van oud afval in de zon.

Opeens zit je in het oog van de storm. Je wordt een taxiservice genoemd, een mensensmokkelaar, een crimineel

Romain Lasjuilliarias

'Ik heb twintig jaar in conflictgebieden gewerkt', zegt Lasjuilliarias. 'In landen als Irak, Somalië en Zuid-Soedan. Maar zoiets als deze week heb ik nog nooit meegemaakt.'

Lasjuilliarias is teamleider van het twaalfkoppige Save the Children-team dat bootvluchtelingen uit de Middellandse Zee redt. Er was altijd wel kritiek op zijn werk - maken jullie de oversteek naar Europa niet te makkelijk voor migranten die toch geen kans hebben op asiel? - maar hij schonk er nauwelijks aandacht aan. Dat was een discussie die zich op land afspeelde en werd gevoerd door politici. Hier, op zee, draaide het om mensen die hulp nodig hadden omdat ze, ongeacht hun afkomst of motieven, op het punt stonden te verdrinken.

Maar de afgelopen dagen veranderde alles, zegt Lasjuilliarias. 'Opeens zit je in het oog van de storm. Je wordt een taxiservice genoemd, een mensensmokkelaar, een crimineel. Je wordt gedwongen overeenkomsten te tekenen, boten van collega's worden aan de ketting gelegd, er wordt geschoten, er zijn berichten in de media over afgetapte telefoongesprekken, over een undercoveragent aan boord.'

Defend Europe

Tot zo'n acht jaar lang geleden was het stukje Middellandse Zee tussen Italië en Libië relatief overzichtelijk. Er waren koopvaardijschepen, vissersboten en marineschepen. Maar toen kwam de vluchtelingenstroom op gang en verschenen in zijn kielzog eerst de rubberbootjes van mensensmokkelaars en vervolgens de boten van hulporganisaties als Save the Children. Net als een aantal andere ngo's kon de club het niet langer aanzien dat er soms honderden vluchtelingen tegelijk verdronken.

Momenteel zijn er acht ngo's actief. De bekende organisaties als Artsen zonder Grenzen, maar ook speciaal voor dit doel opgerichte stichtingen zoals MOAS, Sea-Watch, het Spaanse Proactiva Open Arms, het Britse Sea-Eye en het Duitse Jugend Rettet. Gezamenlijk voeren hun schepen 30 tot 40 procent van alle reddingen uit.

Maar de afgelopen weken kwamen daar opeens twee grote spelers bij. Het Italiaanse parlement stemde in met de inzet van Italiaanse marineschepen om, samen met de Libische kustwacht, migranten te onderscheppen en terug te brengen naar Libië.

De tweede nieuwkomer is het schip van Defend Europe. Dat is een groep die zich beroept op de culturele en historische identiteit van het Europese volk en vindt dat massamigratie daarvoor een bedreiging vormt. Net als iedereen die massamigratie in hun ogen mogelijk maakt, zoals de twaalf medewerkers van Save the Children.

'Hulporganisaties zijn de drijvende kracht achter de mensenhandel op de Middellandse Zee', zei een woordvoerder van Defend Europe eerder deze week in een telefoongesprek met de Volkskrant. 'De beste reclame voor smokkelaars zijn de migranten die na hun overtocht vanuit Europa contact zoeken met familieleden en vrienden.'

Gedragscode

Het is maandagavond, ruim twee dagen voordat de eerste vluchtelingen aan boord komen, en op de Vos Hestia ritsen de bemanningsleden hun rode fleecetruien dicht tot ver over hun kin, al is het 38 graden op zee. Ze zitten in Alaska. Niet het echte Alaska, maar in een kajuit die zo heet omdat de airconditioning er een eigen leven leidt. Hier, tussen de dozen calorierijke groentestamppot en de blikjes cola, vinden alle vergaderingen van het Save the Children-team plaats. 's Ochtends om negen uur de eerste, 's avonds om acht uur de laatste.

Teamleider Lasjuilliarias is met zijn 39 jaar een van de oudsten. De meesten zijn rond de dertig. Er is een arts uit Italië, een verpleegkundige uit Engeland, een kinderpsychologe uit Kroatië. Er zijn tolken uit Amsterdam-West en uit Syrië. De logistiek medewerker is een bonkige Ier.

Lasjuilliarias praat aan boord liever niet over politiek - 'Als wij onze rode T-shirts aanhebben, is ons enige werk mensen redden van een verdrinkingsdood. Punt' - maar deze week ontkomt hij er niet aan. Midden op zee is internet, dus ook hier komt al het nieuws live binnen.

Een kleine samenvatting: op dinsdag weigeren vijf van de acht actieve ngo's een gedragscode te tekenen van de Italiaanse overheid. Diezelfde avond laat het extreemrechtse Defend Europe weten naar Libië te varen om het illegale werk van de ngo's te stoppen. Op woensdag stemt het Italiaanse parlement in met militaire inzet in Libische wateren om samen met de lokale kustwacht bootjes te onderscheppen voor ze aankomen bij ngo-schepen.

Ook op woensdag: het schip van de Duitse ngo Jugend Rettet, dat weigerde de gedragscode te tekenen, wordt in de haven van Lampedusa aan de ketting gelegd. Donderdag blijkt waarom: er zijn geluids- en video-opnamen die zouden bewijzen dat Jugend Rettet direct contact had met Libische smokkelaars. De club wordt beticht van mensenhandel. Zondag kondigt justitie op Sicilië aan ook het reddingswerk van Artsen zonder Grenzen te onderzoeken op mensensmokkel. Een dag later wordt een Spaans ngo-schip beschoten door de Libische kustwacht en geweigerd in de havens van zowel Italië als Malta.

Lange tijd konden de ngo's op applaus rekenen van de meerderheid van de Europeanen, maar eind maart begon de stemming om te slaan. Toen beschuldigde de openbaar aanklager van Siciliaanse havenstad Catania een aantal hulporganisaties ervan bewust een 'humanitaire hulpbrug' te vormen. Smokkelaars zouden reddingsschepen direct benaderen om hun bootvluchtelingen te laten ophalen. Voor de smokkelaars scheelde dat tijd en geld, voor de hulporganisaties, die daarmee een veredelde taxidienst werden, scheelde het mensenlevens.

Hoewel de ngo's die beschuldigingen 'complete onzin', 'bespottelijk' en 'ongegrond' noemden - 'er is nooit direct contact met smokkelaars' - gingen vrijwel alle Italiaanse politici met het nieuws aan de haal. Met de landelijke verkiezingen in zicht weten zij allemaal dat er maar één thema is dat de Italianen echt interesseert: de almaar verder uit de hand lopende migratiecrisis. De eerste ferme ruk naar de rechtse anti-migratiepartijen bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen werd gezien als een veeg teken.

In een poging de regie weer in eigen hand te nemen, besloot de regering in Rome vorige maand een gedragscode op te stellen. Daarin staat dat schepen van hulporganisaties onder geen beding Libische wateren meer mogen binnenvaren. Dat hun transponders bovendien te allen tijde moeten aanstaan zodat hun positie op zee steeds te volgen is. Ook moeten organisaties openheid geven over hun financiën om de vermoedens over banden met Libische mensensmokkelaars te ontzenuwen.

De meeste clubs vonden die eisen prima, op een voorwaarde na: de verplichting om gewapende politieagenten aan boord toe te laten. Volgens Italië is dat nodig om tijdens een onderzoek naar specifieke mensensmokkelaars geen extra vertraging op te lopen, maar 'de aanwezigheid van gewapende agenten druist in tegen fundamentele humanitaire principes van onafhankelijkheid, neutraliteit en onpartijdigheid', aldus Artsen zonder Grenzen in een verklaring. De organisatie besloot de gedragscode niet te tekenen.

Save the Children tekende de gedragscode als een van de weinige wél, omdat het koste wat kost wilde doorgaan met zijn reddingsoperaties. De angst bestaat dat organisaties die niet tekenen voortaan niet meer in Italiaanse havens mogen aanmeren.

Pervers systeem

Het is woensdagochtend en Lasjuilliarias zit in Alaska. Hij legt uit dat er vannacht om half twee, terwijl een bijna volle maan de Middellandse Zee liet glinsteren, opeens een bericht binnenkwam van het Maritieme Reddingscoördinatiecentrum (MRCC) in Rome. Een schip van Artsen zonder Grenzen heeft acht doden aan boord; of de Vos Hestia die kan overnemen. Aangezien orders van MRCC altijd worden opgevolgd, maakt de boot nog diezelfde nacht een draai naar het zuiden.

'Wij zitten nu in deze zone ten oosten van Tunesië', wijst Lasjuilliarias naar een zelfgetekende kaart. 'En Artsen zonder Grenzen is nu hier.' Zijn vinger gaat helemaal naar de onderkant van het whiteboard, richting het lijntje dat Libië moet voorstellen.

'Weten we waarom wij de lichamen moeten overnemen?', vraagt een van zijn teamleden.

'Nee.'

'Vaar drie uur die kant op en je komt vanzelf iemand tegen', is de instructie die smokkelaars de migranten meegeven

'Hebben ze gezegd of we ook de vluchtelingen die ze aan boord hebben moeten overnemen?'

'Nee.'

'Is het omdat Artsen zonder Grenzen niet meer naar Italië mag varen vanwege die gedragscode?'

'Luister, jullie weten hoe het werkt. We zijn afhankelijk van de informatie die Italië ons geeft, en Italië geeft ons over het algemeen weinig informatie. Ik zal de andere ngo's vragen of ze meer weten, maar belangrijker: het is dertien uur varen naar Libië, dus het wordt waarschijnlijk nachtwerk. Probeer vanmiddag wat slaap te krijgen.' Lasjuilliarias opent de Whatsappgroep die hij deelt met teamleiders van de andere ngo's en begint te typen.

Een belangrijk onderdeel van de kritiek op ngo's richt zich op de plek waar zij hun reddingen uitvoeren: in de zogenoemde Search and Rescue-zones (SAR-zones). Die beginnen al op zo'n 25 kilometer uit de Libische kust - daar waar het internationale water begint. Hoe sneller de migranten worden gered, redeneren de hulporganisaties, hoe groter de kans dat ze hun tocht overleven.

Volgens het groeiende leger critici echter wordt het hierdoor voor mensensmokkelaars steeds aantrekkelijker en winstgevender om veel te smokkelen. Omdat ze weten dat migranten toch binnen een paar uur worden opgepikt, gebruiken ze steeds goedkopere, en dus onveiliger rubberbootjes, die ze steeds minder brandstof meegeven. 'Vaar drie uur die kant op en je komt vanzelf iemand tegen', is de instructie die ze de migranten meegeven.

Die trend blijkt ook uit cijfers van de Italiaanse kustwacht: in 2015 werden er 676 rubberbootjes gered op de Middellandse Zee en 216 grotere houten schepen. Een jaar later waren dat 1.094 rubberboten tegenover 71 houten schepen. Een andere belangrijke trend is dat de rubberboten steeds voller zitten. Mede daarom lijkt 2017 het dodelijkste jaar op de Middellandse Zee te worden sinds de vluchtelingencrisis begon. Tot 6 augustus stierven er in totaal 2405 mensen; elke twee uur een dode.

Vanwege die trends noemen niet alleen rechtse groeperingen ngo's inmiddels een 'taxidienst', ook volgens het Europese douaneagentschap Frontex maken smokkelaars 'onmiskenbaar' misbruik van de aanwezigheid van reddingsschepen. 'We zien dat de bootjes van steeds slechtere kwaliteit zijn en steeds voller met net genoeg benzine en drinkwater de zee op worden gestuurd om de internationale wateren te bereiken waar de reddingszone is', zei een Frontex-woordvoerder eerder dit jaar in de Volkskrant. Zelfs hulporganisatie Artsen zonder Grenzen, die al sinds 2015 vluchtelingen redt op de Middellandse Zee, geeft toe dat zij 'ongewild een rol spelen in een pervers systeem'.

'Wij zijn echter zelf niet het probleem noch de oplossing', schrijft Artsen zonder Grenzen op zijn website. 'Wij geloven niet dat we een pullfactor zijn voor migranten omdat wij de pushfactoren vanuit Afrika maar al te goed kennen: wreedheden in Libië, oorlogen en structurele armoede. Maar moeten we nu dan eerst duizenden mensen op zee laten verdrinken om dit te bewijzen?'

Ook Lorenzo Pezzani, die namens de Universiteit van Londen het rapport Blaming the Rescuers schreef, concludeerde vorige maand dat de migratiegolf ook zonder de ngo-schepen zou zijn toegenomen. 'Het argument tegen de ngo's houdt bewust geen rekening met de steeds erger wordende economische en politieke crisis in verschillende Afrikaanse regio's', schreef hij. 'Het geweld tegen migranten in Libië is bovendien zo extreem dat ze de oversteek wagen met of zonder reddingsoperaties.'

Toch laten sinds de opgeschroefde acties van de Libische en Italiaanse marine de meest recente migratiecijfers in Italië een daling zien. Afgelopen juli kwamen er 11.459 migranten aan, een maand daarvoor waren dat er nog 23.524. Dat kan drie dingen betekenen: de pushfactoren zijn toch niet groter dan de pullfactoren, de acties van de Italiaanse en Libische marine hebben effect of de smokkelaars verleggen hun routes.

Contact met smokkelaars

Om tien voor negen kraakt opeens het Franse accent van Lasjuilliarias over de boordradio. 'All stations, all stations. Om 21 uur verwacht ik iedereen in volle uitrusting aan dek. Ik herhaal: om 21 uur in volle uitrusting aan dek.'

Inmiddels heeft MRCC in Rome gesommeerd dat Save the Children ook de ruim 280 vluchtelingen van Artsen zonder Grenzen aan boord moet nemen, om vervolgens terug te varen naar Sicilië. De boot van Artsen zonder Grenzen blijft op zee. Of dat te maken heeft met de gedragscode, zegt Rome er niet bij.

In Alaska licht Lasjuilliarias zijn team in. Het nieuws dat hij vlak daarvoor te horen krijgt houdt hij op dat moment expres voor zich. Volgens de Italiaanse krant La Stampa heeft een undercoveragent geluids- en video-opnamen gemaakt die aantonen dat de Duitse hulporganisatie Jugend Rettet direct contact heeft gehad met Libische mensensmokkelaars. Sommige ngo's die als taxidiensten opereren: het lijkt opeens de waarheid.

Te horen is hoe de Duitsers tegen de smokkelaars zeggen waar en wanneer hun volgende missies zijn, zodat de mensenhandelaren hun schema's daarop kunnen aanpassen. Op de beelden is bovendien te zien hoe een smokkelaar een buitenboordmotor losschroeft van een vluchtelingenbootje, terwijl de migranten overstappen op een boot van Jugend Rettet, die er direct naast ligt.

Lasjuilliarias heeft bovendien gehoord dat de agent die het nieuws heeft gelekt een door Save the Children ingehuurde beveiliger was die de afgelopen missies meevoer op de Vos Hestia. Dat betekent dat zijn eigen team, de mannen en vrouwen die nu voor hem zitten, wekenlang hebben ontbeten, geluncht en gedineerd met een undercoveragent.

Wat voor impact heeft dat op zijn eigen team? Op de missies van Save the Children? Of op de rol van hulporganisaties in het algemeen?

De langste dag

Het zijn vragen voor morgen, besluit Lasjuilliarias. Eerst is er werk te doen.

Het eerste rubberbootje brengt een groep kinderen aan boord die elkaars hand vasthouden alsof ze onderweg zijn naar gymles. Dan volgt een groep vrouwen zonder schoenen. Dan een groep jonge mannen uit Eritrea. Dan nog een boot met 18 mannen, dan eentje met 27, dan eentje met 14. Eenmaal aan boord ondergaan de migranten hun lot gedwee. Gezondheidscheck, veiligheidscheck, leeftijdscheck? Check. Daar zitten? Ze gaan daar zitten.

Negen uur wordt tien uur en tien uur wordt elf uur. Op de shirts van het reddingsteam verschijnen langzaam donkerrode strepen van het zweet. 'Sigaretten inleveren, telefoon niet gebruiken', klinkt het meer dan driehonderd keer.

Dan is het opeens drie uur 's nachts en is de lange dag van Lasjuilliarias eindelijk voorbij. 'Kijk', zegt hij terwijl hij naar het afgeladen achterdek wijst. De meeste migranten zijn tegen elkaar aan in slaap gevallen. Als een jongen zich omdraait, en de jongen die op hem lag daarom ook moet verliggen, net als de jongen daar weer naast, trekt er een langzame golfbeweging door de groep die pas stopt bij het noodmortuarium met de acht lijken erin.

'Hier op zee maakt het niet uit of ze zijn gevlucht vanwege armoede of oorlog', zegt Lasjuilliarias. 'Drijvend in een rubberboot loopt iedereen hetzelfde gevaar. En natuurlijk begrijp ik de kritiek, en soms ben ik het er zelfs mee eens: in een ideale wereld was dit werk niet nodig. Maar die ideale wereld bestaat niet. We leven in een wereld waarin kinderen verdrinken op zee. Daarom weet ik: wat wij hier doen - en daar heb ik ondanks alles absoluut geen twijfel over - is iets goeds.'