Waarom spreekt San Suu Kyi zich wel uit tegen nepnieuws, maar niet tegen onderdrukking van de moslim-minderheid?

De politiek leider van Myanmar signaleert 'enorme ijsberg aan desinformatie'

Na wekenlang stilzwijgen sprak de politieke leider van Myanmar, Aung San Suu Kyi, zich woensdag dan toch uit over de Rohingya-crisis. Ze nam het niet op voor de vervolgde moslim-minderheid, maar zei dat terroristen de crisis opstookten met desinformatie over gruwelijk legergeweld.

Aung San Suu Kyi signaleert een 'enorme ijsberg aan desinformatie' over de Rohingya bedoeld om 'problemen te creëren tussen gemeenschappen' en 'de belangen van de terroristen te bevorderen'. Heeft ze een punt?
Rond de Rohingya-crisis woedt onmiskenbaar een socialemedia-oorlog. Vanuit de Rohingya-diaspora (bijna de helft van de 2 miljoen Rohingya woont in landen als Bangladesh, Pakistan, Maleisië, Saoedi-Arabië en de Golfstaten) wordt campagne gevoerd om de 'genocide op moslims' in Myanmar op de agenda te zetten. Onder meer met geregisseerde 'twitter storms'. Daar komt zeker desinformatie bij kijken, bijvoorbeeld via geënsceneerde foto's.

Suu Kyi voerde dinsdag in een telefoongesprek met de Turkse president Recep Tayyip Erdogan het voorbeeld op van de Turkse vicepremier Mehmet Simsek, die vorige week via Twitter foto's van zogenaamde Rohingya-slachtoffers verspreidde die in werkelijkheid gemaakt waren tijdens de cycloon Nargis in 2008 en bij eerdere conflicten in Atjeh en Rwanda. Overigens verwijderde Simsek die foto's na protesten weer van zijn Twitter-account.

Hoe belangrijk is de rol van sociale media?

Overigens is duidelijk dat ook de regering en het leger van Myanmar zelf desinformatie inzetten

Volgens een rapport van de International Crisis Group uit december 2016 spelen sociale media binnen de Rohingya-gemeenschap net als elders in Zuid-Azië een sleutelrol. Vrijwel alle contacten tussen familie, vrienden en geestverwanten in de Rohingya-diaspora en tussen de diaspora en het thuisfront verlopen via sociale media, met name via versleutelde apps als Whatsapp en Viper. Binnen Myanmar hebben chatgroups soms honderden leden. Zo kan fake news snel worden verspreid, zeker omdat veel deelnemers in Myanmar niet over andere informatiebronnen beschikken.

Overigens is duidelijk dat ook de regering en het leger van Myanmar zelf desinformatie inzetten. Zo werden afgelopen weken foto's verspreid van zogenaamde Rohingya-extremisten in training, die in werkelijkheid bleken te stammen uit de onafhankelijkheidsoorlog van Bangladesh in 1971.

De huidige crisis begon 25 augustus met aanvallen van militante Rohingya op legerposten. Volgens Suu Kyi gaat het om terroristen. Klopt dat?

De aanvallen werden gedaan door een nieuwe groepering, de Arakan Rohingya Salvation Army (ARSA), die zegt te strijden voor de rechten van de Rohingya in de westelijke deelstaat Rakhine. Regering en leger van Myanmar beschouwen ARSA echter als een jihadistische terroristische organisatie.

Nationaal veiligheidsadviseur Thaung Tun van Myanmar zei woensdag dat de groep een eigen moslimstaat wil vestigen in het overwegend boeddhistische Myanmar. Ook zou ze aanslagen willen plegen op doelen in Myanmar en een niet nader genoemd land, mogelijk ten tijde van de algemene vergadering van VN volgende week, om aandacht te vragen voor de Rohingya.

De analisten van ICG zagen ARSA vorig jaar nog niet als een jihadistische terroristische organisatie. De groep had zich nog nooit jihadistisch uitgelaten en zich nog niet tegen boeddhisten in Rakhine gericht. Inmiddels is wel duidelijk dat ARSA geld krijgt uit de Arabische Golfstaten en contacten heeft met islamitische terreurgroepen als Taliban en Islamitische Staat. Mogelijk hebben sommige ARSA-leiders daar ook militaire training ondergaan.

Werkt de terughoudende aanpak van Suu Kyi?

De kans lijkt groot dat de regering zo de rebellen alleen maar in de kaart speelt

Dat is twijfelachtig. Suu Kyi beweert dat de regering en het leger van Myanmar 'alle inwoners van Rakhine' tegen de islamitische extremisten van ARSA verdedigen, en daarbij gewone burgers zoveel mogelijk ontzien, maar ze heeft de schijn tegen. Niet alleen worden de Rohingya al decennia geknecht, ook lijkt het brute legeroptreden juist vooral gewone burgers te treffen. De kans lijkt groot dat de regering zo de rebellen alleen maar in de kaart speelt.

Schaadt de Rohingya-crisis Suu Kyi's reputatie?

Het is opvallend hoeveel Rohingya-sympathisanten zich nadrukkelijk richten tot Aung San Suu Kyi. Van haar wordt verwacht dat zij het leger in toom houdt en het legergeweld veroordeelt, vaak onder verwijzing naar de Nobelprijs voor de Vrede die zij in 1991 kreeg voor haar bijdrage aan de strijd tegen de militaire dictatuur in Myanmar. Dat deed deze week bijvoorbeeld mede-Nobel-laureaat Malala Yousafsai, de jonge Pakistaanse activiste voor vrouwenrechten.

Hoewel Suu Kyi feitelijk de politiek leider is van Myanmar is haar politieke speelruimte beperkt. De overgang van een militair bewind naar een democratie en de bijbehorende nationale verzoening zijn in het etnisch verdeelde land broze processen. Het leger is nog steeds heel machtig, en kritiek erop kan averechts uitpakken. Maar dat lijkt de demonstranten die Suu Kyi's foto verbranden en haar de Nobelprijs willen ontnemen niet te deren.

Internationale druk neemt toe

De Rohingya-crisis escaleert in hoog tempo, met volgens de VN nu al meer dan 1000 doden. Woensdag hadden bijna 150.000 Rohingya de grens met Bangladesh overgestoken, om zich te voegen bij de 500.000 Rohingya die daar soms al decennia verblijven. Het leger van Myanmar legt mijnen langs de grens, mogelijk om de terugkeer van de vluchtelingen te verhinderen.

De internationale druk op Myanmar om zijn leger in te tomen neemt toe. Vooral vanuit islamitische landen zoals Indonesië en Turkije, dat hulpgoederen naar Bangladesh stuurt en via de VN een permanente oplossing nastreeft. VN-secretaris-generaal Antónie Guterres vreest een humanitaire catastrofe en roept op tot beëindiging van het geweld en de 'etnische zuiveringen' die volgens hem de regio kunnen destabiliseren. Myanmar tracht intussen China en Rusland zo ver te krijgen dat ze een Veiligheidsraadresolutie blokkeren.

Enige uitzondering in het koor is de Indiase president Narendra Modi. India deelt de zorg over het 'extremistisch geweld' tegen leger en burgers in Rakhine, zei hij woensdag in de Myanmarese hoofdstad Naypyitaw, waar hij ten koste van rivaal China poogde India's invloed te vergroten in het land dat India als de poort naar Zuid-Oost Azië ziet. Modi hoopt op een vreedzame oplossing met respect voor 'de eenheid en de territoriale integriteit van Myanmar'.

Aung San Suu Kyi betoonde zich gisteren dankbaar voor Modi's steun in de strijd tegen de 'terroristische dreiging die enkele weken geleden naar ons land kwam'. Suu Kyi: 'Wij geloven dat we er samen aan kunnen werken om ervoor te zorgen dat we terrorisme zich niet in onze bodem laten wortelen.'