Syrië is na vier jaar oorlog een milieuramp in wording

PAX presenteert donderdag onderzoek naar milieugevolgen conflict

Na vier jaar oorlog, 210 duizend doden en zes miljoen vluchtelingen, is Syrië ook een milieuramp in wording. De helft van het aantal huizen, zo'n 1,3 miljoen, is vernietigd of beschadigd. Miljoenen Syriërs moeten leven tussen asbestresten, bouwafval, niet-ontplofte munitie en zware metalen. Vogels slaan zwart uit door de rook van krakkemikkige olie-installaties waarmee Islamitische Staat geld probeert te verdienen. Bestookte chemische fabrieken zijn tikkende bommen.

'De zorgen over de milieu-effecten van de burgeroorlog hebben nu niet de hoogste prioriteit van de organisaties die betrokken zijn bij de hulpverlening', zegt onderzoeker Wim Zwijnenburg van vredesorganisatie PAX. 'De milieu-impact van het conflict is een ondergeschoven kindje.'

Zwijnenburg is een van de auteurs van een internationaal onderzoek naar de gevolgen van de oorlog voor het milieu en de gezondheid van de miljoenen Syriërs dat donderdag wordt gepresenteerd in New York.

Zwijnenburg: 'Vergeleken met de oorlog in Irak, zijn de gevolgen van het conflict voor het milieu in Syrië veel erger. Zoveel vernietigde wijken, de ophoping van vuil en afval, chemicaliën die zijn vrijgekomen door de vernietiging van de farmaceutische industrie, ziektes als cholera en tyfus die weer opduiken door de ineenstorting van de vuilnisophaal. In Irak kwam door de bombardementen een enorme hoeveelheid chemicalïen vrij. Van Syrië weten we niet precies hoeveel dat is. Maar je kan ervan uitgaan dat het veel erger is.'

Het onderzoek brengt in kaart wat je kan verwachten, onder andere aan acute en chronische gezondheidsproblemen, na vier jaar burgeroorlog. Omdat onderzoek in Syrië niet mogelijk was, is met behulp van satellietfoto's, informatie van hulporganisaties en sociale media een momentopname gemaakt. Waar is er veel schade? Waar zijn fabrieken vernietigd? Aan de hand van soortgelijke conflicten in Irak en Gaza, kan goed worden ingeschat wat de Syriërs straks te wachten staat.

Enorme vernietiging

De vernietiging in Syrië is enorm. Volgens voorzichtige schattingen gaat het minimaal 140 miljard dollar kosten om het land weer op te bouwen. Zo is in Aleppo, tot 2011 de grootste stad, 52 procent van de huizen vernietigd of deels beschadigd. Van de 123 wijken, zijn 21 onbewoonbaar en functioneren 53 slechts gedeeltelijk. Op satellietbeelden is te zien dat het industriegebied Ar Ramouseh flink is beschadigd.

In Ar Ramouseh waren onder andere een cement-en kunstmestfabriek gevestigd, evenals opslagfaciliteiten voor olie-en gas. Zo'n 90 procent van de pharmaceutische industrie van het land was gevestigd in het zwaar gehavende Aleppo. De vernietiging en plundering van deze fabrieken en diverse militaire bases, onder andere bij de luchthaven, heeft gezorgd voor chemische vervuiling. Door de vernietiging in de stad zijn er miljoenen tonnen bouwafval ontstaan, vervuild met onder andere asbest en zware metalen.

In Homs, ooit de derde stad, is het niet veel anders. Maar liefst 26 van de 36 wijken zijn niet meer bewoonbaar, of slechts ten dele. De olieraffinaderij, een van de twee in Syrië, is diverse keren bestookt. Omdat IS nu 60 procent van de Syrische olieproductie in handen heeft, zijn de haastig opgezette IS-raffinaderijen in het noorden van het land regelmatig het doelwit van Amerikaanse luchtaanvallen. Met alle gevolgen vandien voor mensen en dieren. Ongelukken zijn er ook schering en inslag.

Vuilnisbelt

'Er is internationaal veel aandacht voor de opvang van de miljoenen Syrische vluchtelingen, en terecht', zegt Zwijnenburg. 'Maar dit komt er straks aan, dit zijn de gevolgen van vier jaar oorlog voeren. De impact van het conflict moet nu beter in kaart worden gebracht. Zodat we, als er een wapenstilstand is, weten hoe we de bevolking kunnen beschermen. We moeten anticiperen op het einde van de oorlog.'

Zwijnenburg: 'In Homs raakte de vuilnisbelt zo vol, dat de bewoners hun eigen vuilnisbelt creëerden waar een mix van industrieel -en huisafval werd verbrand. Wat voor gevolgen dit alles heeft voor de gezondheid van de miljoenen Syriërs, valt moeilijk te zeggen. Maar als je in een vrijwel vernietigde stad moet leven waar geen drinkwater meer is, geen elektriciteit, je afval niet wordt opgehaald en cyanide in het grondwater terecht is gekomen, dan mag duidelijk zijn dat dit niet gezond is.'

Lokale organisaties moeten in zijn ogen meer ondersteund worden om de bevolking beter voor te lichten over de milieugevaren. Zwijnenburg: 'Ik weet dat de Syriërs nu vooral druk bezig zijn te overleven. Maar meer voorlichting aan hen zou niet slecht zijn. Laat je kinderen bijvoorbeeld niet spelen bij kapotgeschoten tanks. Was je eten beter. Pak geen granaten op. Laat mondkapjes uitdelen. Dat is het minimale wat we nu kunnen doen, tot het einde van de oorlog.'