Politiemensen hebben een cocaïnelab in brand gestoken.
Politiemensen hebben een cocaïnelab in brand gestoken. © REUTERS

Subsidiepot en sociale programma's worden ingezet in strijd tegen cocaïneproductie

De Colombiaanse regering en de Verenigde Naties intensiveren de strijd tegen de snel groeiende cocaïneproductie in Colombia. Ze beloven een gezamenlijke investering van 270 miljoen euro om boeren te helpen overstappen op andere gewassen. Maar er zijn nogal wat beren op de weg.

Colombia is wereldwijd de grootste producent van cocaïne. Het Zuid-Amerikaanse land telt naar schatting 146 duizend hectare cocaplantages, en volgens het VN kantoor voor Drugs en Misdaad (UNODC) is de productie vorig jaar met 50 procent toegenomen. 'Dit historische akkoord is een unieke kans om het tij te keren', zei Yury Fedotov, directeur van UNODC afgelopen vrijdag bij de bekendmaking van de samenwerking.

Het idee is om cocaboeren te verleiden over te stappen op gewassen als koffie en cacao. Om die overgang soepel te laten verlopen krijgen ze gedurende vier jaar technische steun en een uitkering ter compensatie van de coca-inkomsten. De regering wil zo jaarlijks 50 duizend hectares coca vernietigen. Het UNODC heeft jarenlange ervaring met soortgelijke programma's en gaat de Colombianen ondersteunen bij de uitvoering.

Subsidie

De ervaring leert echter dat het lastig is de cocateelt blijvend de kop in te drukken. Zolang boeren subsidies krijgen, zijn ze nog wel bereid koffie of cacao te verbouwen. Maar zodra het hulpprogramma ophoudt en de deelnemers op eigen kracht verder moeten gaan, grijpen de meesten weer terug op de cocaplant.

Het grootste struikelblok is de gebrekkige infrastructuur op het Colombiaanse platteland. De cocaboeren leven in grote armoede, vaak verstoken van elektriciteit, in afgelegen gebieden zonder verharde wegen. De kosten die ze moeten maken om hun gewassen naar de bewoonde wereld te brengen, wegen niet op tegen de opbrengst. Zonder subsidie kunnen ze zich onmogelijk staande houden op de wereldmarkt.

Gif

Coca daarentegen voorziet in een stabiel inkomen. De staat is grotendeels afwezig op het platteland waardoor guerrillabewegingen en criminele organisaties er hun gang kunnen gaan. De criminelen garanderen de boeren een afzetmarkt en komen de cocablaadjes bij hen thuis ophalen. Coca is daarbij een makkelijk gewas, dat niet snel ten prooi valt aan landbouwplagen. En met een constante vraag naar cocaïne is het vrijwel uitgesloten dat de prijzen instorten.

De Colombiaanse regering heeft lang ingezet op de vernietiging van cocaplanten, met steun van de Verenigde Staten. Vanuit vliegtuigen werden de plantages besproeid met het landbouwgif glysofaat. Maar sinds de Wereldgezondheidsorganisatie in 2015 waarschuwde dat het gif mogelijk kanker veroorzaakt, blijven de vliegtuigen aan de grond.

Sindsdien verwijderen politie en militairen de planten alleen nog handmatig. Het komt daarbij regelmatig tot hevige botsingen met de boeren. Vorige maand nog vielen zes doden toen de politie het vuur opende op cocaproducenten die protesteerden tegen de vernietiging van hun gewassen.

Sociale programma's

Het succes van het programma staat of valt bij een integrale ontwikkeling van het platteland

Een jaar geleden tekende de regering een vredesakkoord met de FARC, de grootste guerrillabeweging en spil in de nationale drugshandel. De guerrillero's hebben beloofd mee te helpen coca uit te bannen. De regering heeft toegezegd te investeren in plattelandsontwikkeling en meer werk te maken van armoedebestrijding.

De regering is in mei begonnen met sociale programma's voor cocaboeren. Zo'n 25 duizend geïnteresseerden hebben zich ingeschreven, maar de uitvoering is nog nauwelijks van de grond gekomen. Het akkoord met de UNODC moet het programma een zetje geven en garanderen dat subsidies niet in verkeerde zakken verdwijnen.

Het succes van het programma staat of valt bij een integrale ontwikkeling van het platteland. En juist op dat vlak zijn nog geen vorderingen gemaakt. Verschillende gewapende groepen vechten om controle van de gebieden waar de FARC zich heeft terug getrokken en de dorpen zijn nog altijd afgesloten van de buitenwereld.