Pulitzerprijswinnaar Daniel Golden: 'Groot gevaar voor spionage op universiteiten'

Amerikaanse diensten gebruiken academische wereld voor het rekruteren van buitenlandse informanten

De CIA heeft wetenschappelijke nepcongressen georganiseerd om Iraanse kerngeleerden te lokken en China gebruikt universiteiten voor economische spionage en het stelen van patenten. De Amerikaanse Pulitzerprijswinnaar Daniel Golden beschrijft de activiteiten van inlichtingendiensten aan universiteiten in zijn recent verschenen boek Spy Schools.

De Amerikaanse inlichtingendienst CIA besteedde vanaf het jaar 2000 miljoenen dollars aan een reeks wetenschappelijke congressen met maar één doel: contact leggen met Iraanse kernfysici om ze te verleiden over te lopen, met de bedoeling het Iraanse kernwapenprogramma te vertragen. Op verschillende plaatsen in de wereld, altijd buiten de VS, kwamen wetenschappers zonder het te weten naar nepcongressen. De bezoekers en sprekers waren niet op de hoogte van de werkelijke bedoeling van de bijeenkomsten.

Spy Schools - How the CIA, FBI, and Foreign Intelligence Secretly Exploit America's Universities

Daniël Golden
ISBN: 9781627796354
352 pagina’s

Dat schrijft de Amerikaanse journalist en Pulitzerprijsinnaar Daniel Golden in Spy Schools, How the CIA, FBI, and Foreign Intelligence Secretly Exploit America's Universities. Sterk toegenomen internationalisering en de academische cultuur van openheid en het delen van kennis maken studenten en staf kwetsbaar voor inlichtingendiensten, aldus Golden. Amerikaanse diensten gebruiken de academische wereld voor het rekruteren van buitenlandse informanten. Buitenlandse diensten, met voorop China, Rusland en Cuba, gebruiken universiteiten voor economische-, politieke- en militaire spionage.

Inlichtingdiensten zijn sinds mensenheugenis actief op universiteiten - dat is nauwelijks nieuws. Wat is er nieuw aan de huidige situatie?

'Universiteiten zijn internationaler geworden. Kijk naar het aantal Chinese studenten: tot 1978 was er in de VS geen enkele Chinese student, nu zijn het er 300 duizend, plus duizenden en duizenden onderzoekers en hoogleraren. Als de CIA vroeger een buitenlandse student wilde rekruteren, moesten ze ook echt naar het buitenland. Dat hoeft nu niet meer.

De opstelling van universiteiten ten aanzien van veiligheidsdiensten is ook veranderd. In de jaren zestig en zeventig was de verhouding ronduit vijandig. Na 9/11 is die relatie in de VS veel welwillender geworden.'

U stelt dat openheid en internationalisering universiteiten kwetsbaar maakt. Hoe kunnen instellingen zichzelf beschermen?

De academische wereld is soms een beetje naïef en goedgelovig

Daniel Golden

'Laat ik vooropstellen dat ik een groot voorstander van die openheid en internationalisering ben, maar de academische wereld is soms een beetje naïef en goedgelovig.

Harvard heeft een gedragscode opgesteld over inlichtingenwerk op universiteiten, maar het is wel de enige instelling met zo'n code. Zo'n richtlijn houdt spionagediensten niet tegen, maar het kan individuele werknemers of studenten afschrikken omdat het de instelling mogelijkheid biedt tot disciplinaire maatregelen.'

U beschrijft hoe de CIA miljoenen dollars investeerde om via internationale wetenschappelijke congressen Iraanse kerngeleerden te benaderen, en hoe de dienst als dekmantel een aantal bedrijven heeft dat congressen organiseert.

'Dat zijn twee verschillende dingen. Het eerste was een serie nepcongressen om in contact te komen met Iraanse fysici met de bedoeling ze over te halen over te lopen naar de Verenigde Staten. Die nep-congressen werden gehouden in het buitenland, op neutraal grondgebied.

De bedrijven die congressen organiseren als dekmantel, houden wel degelijk echte, volwaardige wetenschappelijke conferenties. Het geeft wetenschappers de mogelijkheid om kennis te delen met inlichtingendiensten zonder dat ze dat direct op hun cv hoeven te zetten.

Neem bijvoorbeeld een hoogleraar gespecialiseerd in Zuid-Amerika. Die wil misschien niet rondbazuinen dat hij advies heeft gegeven aan de CIA - dat valt niet overal in Latijns-Amerika even goed. Die kan nu zeggen: ik heb daar-en-daar een keynote lecture gegeven.'

In uw boek schrijft u ook over buitenlands inlichtingendiensten. Daarbij ligt sterk de nadruk op China. Is dat land actiever dan andere regimes?

'Dat is wel de indruk die ik krijg uit mijn werk, al zijn de Russen in de VS ook vrij actief; kijk naar de bemoeienis rond de presidentsverkiezingen. Vaak gaat het om economische spionage - het binnenhalen van patentgevoelige informatie - maar het land houdt ook zijn eigen studenten in het buitenland de gaten.'

U schrijft dat universiteiten kwetsbaarder worden als ze in het actief zijn in het buitenland, bijvoorbeeld door uitwisselingsprogramma's of door het openen van een buitenlandse campus.

Ik ben een groot voorstander van internationalisering, maar universiteiten zouden hun mensen beter kunnen voorbereiden op dit soort risico's

Daniel Golden

'Vergelijk het met sport. Een buitenlandse dienst die geïnteresseerd is in bepaalde informatie, speelt dan ineens een thuiswedstrijd. Nogmaals: ik ben een groot voorstander van internationalisering, maar universiteiten zouden hun mensen beter kunnen voorbereiden op dit soort risico's. Als je studenten waarschuwt dat ze in het buitenland geen drugs moeten gebruiken en als je ze vertelt wat ze moeten doen als ze ziek worden, moet je ze misschien ook vertellen dat de kans bestaat dat ze tijdens een uitwisseling worden benaderd door iemand die niet is wat hij lijkt.'

In Nederland staat de Rijksuniversiteit Groningen op het punt een campus te openen in de Chinese stad Yantai. Wat zou u hun adviseren?

'Eén: hou scherp in de gaten dat de westerse waarden - vrijheid van meningsuiting en academische vrijheid - gewaarborgd blijven. Verschillende Amerikaanse universiteiten hebben een branchcampus in China en daar zijn toch zorgen over de vrijheid.

Twee: kijk heel erg goed wie je in dienst neemt. Wie komen er namens China op de sleutelposities? Waar komen die vandaan? Wat zijn hun affiliaties? Je moet ervoor zorgen dat je als instelling medewerkers hebt die goed weten hoe machtig het Chinese regime is en die weten hoe geraffineerd het te werk kan gaan.'

Hoe voorkom je dan dat er een McCarthy-achtige heksenjacht ontstaat op Chinese studenten en onderzoekers?

'Het laatste wat ik wil is dat mijn boek aanleiding vormt tot een heksenjacht. Het zou beter zijn als universiteiten duidelijke richtlijnen opstellen zodat ze als dat nodig is disciplinaire maatregelen kunnen nemen tegen medewerkers of studenten die zich inlaten met veiligheidsdiensten.'