Jean-Claude Juncker, voorzitter Europese Commissie.
Jean-Claude Juncker, voorzitter Europese Commissie. © AP

Plan voor ingrijpende vernieuwing eurozone stuit op fors verzet - vooral uit Nederland

EC wil superminister en nieuw 'schokfonds' voor eurolanden in nood

De Europese Commissie wil de eurozone ingrijpend verbouwen met de komst van een nieuw Europees Monetair Fonds, een Europese minister van Economie en Financiën en een nieuw 'schokfonds' om eurolanden in acute problemen te helpen. De vanmiddag gepresenteerde voorstellen stuiten op fors verzet, niet in de laatste plaats van Nederland.

'Na jaren van crisis is het nu tijd om de toekomst van Europa weer in eigen hand te nemen', zei Commissievoorzitter Juncker vanmiddag bij de presentatie van de langverwachte plannen. In alle eurolanden groeit de economie weer, de werkloosheid daalt en het enthousiasme voor de euro bij de burgers neemt toe. De Commissie wil juist dit moment aangrijpen, vooral omdat volgend najaar de campagne voor de Europese verkiezingen (voorjaar 2019) begint. Daarmee valt het wetgevingsproces in Brussel namelijk stil.

De hoofdlijnen van de Commissievoorstellen waren medio september al door Juncker in zijn jaarlijkse State of the Union uiteengezet. Het huidige noodfonds (Europees Stabiliteits Mechanisme) werd middenin de eurocrisis (2012) door de eurolanden opgericht om met miljardenleningen een faillissement van Griekenland, Ierland, Portugal en Cyprus te voorkomen. Spanje ontving tientallen miljarden om zijn banksector te redden.

Vangnet

De lidstaten hechten aan de huidige structuur waarbij het noodfonds buiten de EU staat

De Commissie wil het noodfonds optuigen tot een Europees Monetair Fonds (EMF). Het blijft noodleningen aan landen verstrekken, maar krijgt een grotere rol bij de uitvoering van de hervormings- en bezuinigingsprogramma's die aan de lener worden opgelegd. Dat is nodig nu het IMF naar verwachting niet meer deelneemt aan toekomstige hulpprogramma's voor eurolanden.

Het EMF moet ook als vangnet fungeren voor het geval het faillissementsfonds van de banken (voor een ordelijke afwikkeling van wrakke banken) tekortschiet. Het vangnet zal maximaal 60 miljard euro bevatten; de banken moeten het geleende geld later terugbetalen. Voor het noodfonds is zo'n vangnet financieel geen probleem, het heeft nog ruim 400 miljard euro beschikbaar.

Politiek gevoelig is dat de Europese Commissie van het nieuwe EMF een echt EU-instituut wil maken, inclusief de plicht verantwoording af te leggen tegenover het Europees Parlement. De lidstaten - die het fonds van geld voorzien - hechten aan de huidige structuur waarbij het noodfonds buiten de EU staat en zij het beleid bepalen.

Grote schokken

Betrokkenen spreken over bedragen tot 280 miljard euro, twee keer het huidige EU-budget

Een voor Nederland omstreden voorstel is de introductie van een nieuw fonds om landen te steunen die geconfronteerd worden met grote schokken (economische crisis, natuurgeweld, afscheiding regio's). De EU zou met leningen en giften de investeringen in het getroffen land op peil moeten houden om te voorkomen dat de economische groei helemaal wegvalt. Nederland is hier tegen, omdat het vindt dat landen zelf hun problemen zouden moeten oplossen - en dan niet met Europees geld. 

De Commissie noemt nog geen bedragen, ze werkt haar voorstel komend voorjaar uit. Betrokkenen spreken echter over bedragen tot 280 miljard euro, twee keer het huidige EU-budget. Dat geld hoeft niet permanent beschikbaar te zijn - ernstige crises worden niet elk jaar verwacht - het zou een slapende reserve bij het EMF kunnen zijn. Nederland wijst een dergelijk fonds tot nog toe vierkant af.

Tot slot pleit de Commissie voor een Europese minister van Economie en Financiën. Die is zowel vicevoorzitter van de Commissie als voorzitter van de Eurogroep. Deze 'superminister' doet voorstellen voor het economisch en financieel beleid van de eurozone, opereert als coördinator tussen Brussel en de lidstaten en vertegenwoordigt de eurolanden bij internationale organisaties als het IMF, de G20 en de G7. Nogal wat landen, waaronder Nederland, zien het nut niet van zo'n Europese minister.