Auto's in de binnenstad van Parijs.
Auto's in de binnenstad van Parijs. © ANP

Na de diesels moeten ook de benzineauto's vanaf 2030 Parijs uit

De gemeente Parijs wil in 2030 alle auto's die op benzine rijden uit de stad weren. Eerder maakte Parijs bekend dat diesels al in 2024 worden verboden. Vanaf 2030 mag in de Franse hoofdstad alleen met elektrische auto's worden gereden. Daarnaast hoopt de gemeente dat veel mensen met het openbaar vervoer naar Parijs komen. In het kader van het project Grand Paris moet het metronet dat Parijs met de banlieues verbindt de komende jaren sterk worden verbeterd.

Tot de maatregel werd besloten door een comité dat een klimaatplan voor de stad Parijs ontwikkelt. Net als Kopenhagen en Berlijn heeft Parijs beloofd dat het in 2050 klimaatneutraal zal zijn en louter hernieuwbare energiebronnen zal gebruiken. Met haar plannen loopt de gemeente Parijs vooruit op het beleid van de regering van president Macron. Minister van Milieu Hulot maakte in juli bekend dat er in 2040 geen auto's op benzine en diesel meer mogen rijden.

Ook andere landen werken aan een verbod op benzine en diesel. In Noorwegen mogen in 2025 alleen nog elektrische auto's rijden, in India in 2030. Groot-Brittannië mikt, net als Frankrijk, op een verbod in 2030.

Luchtvervuiling

Geflitst in de milieuzone: 99 euro boete

In steeds meer steden verschijnen milieuzones, die luchtvervuiling moeten tegengaan. Wat is daarvan het effect op het milieu, en op automobilisten?

Het beleid van Parijs is niet alleen ingegeven door het klimaat. De stad kampt met een enorme luchtvervuiling, grotendeels veroorzaakt door het drukke autoverkeer. Volgens het agentschap Santé Publique France is luchtvervuiling de derde doodsoorzaak in Frankrijk, na roken en alcoholisme. Het probleem is uiteraard het grootst in Parijs. Volgens onderzoekers van het Centre National de la Recherche Scientifique was de fijnstofconcentratie in Parijs op 13 december 2013, toen de vervuiling een piek bereikte, te vergelijken met die van een kamer van 20 vierkante meter waarin acht mensen zitten te roken.

Volgens het agentschap Santé Publique France is luchtvervuiling de derde doodsoorzaak in Frankrijk, na roken en alcoholisme

Volgens de gemeente zal het niet zo moeilijk zijn auto's op fossiele brandstoffen te weren. Inmiddels heeft 60 procent van de Parijzenaars geen auto, een aantal dat elk jaar stijgt. Het gemeentebestuur, een coalitie van socialisten, radicaal-links en groenen, voert al geruime tijd strijd tegen de auto. Zo werd een groot deel van de rechteroever van de Seine afgesloten voor autoverkeer. Ook zijn er plannen om de Rue de Rivoli, langs het Louvre en de Tuileries, te versmallen. De gedachte hierachter is simpel: op korte termijn zal het verkeer vastlopen, waardoor het onaantrekkelijk wordt om in Parijs te rijden en de automobilisten vanzelf het openbaar vervoer zullen nemen. 

Benadeelde banlieues

De Parijzenaars zelf hebben weinig moeite met het anti-autobeleid, maar veel verkeer komt uit de banlieues, waar mensen veel sterker gehecht zijn aan hun auto. Bovendien worden de voorsteden in meerderheid bestuurd door rechtse burgemeesters. Zo ontspint zich een klassenstrijd: de gewone werknemers uit de voorsteden voelen zich het slachtoffer van een beleid dat bedoeld is voor hippe, welvarende Parijzenaars.

Onlangs maakte het agentschap Airparif, dat de luchtkwaliteit in Parijs bewaakt, de balans op van de sluiting van de rechteroevers van de Seine. Zoals te verwachten viel, is de vervuiling op de afgesloten oevers afgenomen, met 25 procent. Op andere wegen nam zij echter toe, tot 15 procent. Al met al heeft de sluiting weinig effect, concludeert Airparif: de luchtkwaliteit is nog steeds beroerd.

Parijs staat niet alleen in zijn strijd tegen de auto. Ook andere steden, zoals Hamburg, Madrid en Oslo, weren de auto uit delen van de stad.

(Toekomstige) autoverboden in Nederlandse en grote Europese steden

Vervuilende stoffen in het verkeer

Drie stoffen spelen een belangrijke rol bij luchtvervuiling door het verkeer: fijnstof, stikstofoxiden en roet. Vroeger was koolmonoxide problematisch, maar moderne verbrandingsmotoren stoten nog maar weinig uit van deze giftige stof. Kooldioxide (CO2) speelt voor luchtkwaliteit geen rol, terugdringing daarvan is vooral bedoeld als klimaatmaatregel.

Roet en ultrafijnstof zijn vermoedelijk het schadelijkst voor de volksgezondheid. Vooral oude diesels zonder roetfilter braken veel van het zwarte spul uit. Roetvervuiling is zeer lokaal: omdat het relatief snel neerslaat, kunnen de concentraties van straat tot straat verschillen. Dat veel Europese steden oude diesels weren, is daarom begrijpelijk. Doordat er nog maar weinig diesels zonder roetfilter rondrijden, is het effect niettemin beperkt. Milieuzones hebben ook gering effect op de hoeveelheid ultrafijnstof en stikstofoxiden (NOx), schadelijke stoffen die vooral ontstaan in verbrandingsmotoren.

Dieselverkeer heeft het grootste aandeel in NOx. Hoewel moderne diesels op papier schoon zijn en aan de strengste Europese norm voldoen, zijn ze wat betreft NOx in de praktijk nog vaak een vuilspuiter. Dit gaat vermoedelijk pas vanaf eind volgend jaar veranderen, als alle nieuw verkochte diesels ook op de weg worden getest. Vanaf dan zal de uitstoot van NOx door autoverkeer geleidelijk verder afnemen, is de verwachting.

Dieselauto's vormen dus nog altijd een probleem voor de luchtkwaliteit. Benzineauto's in veel mindere mate. Het weren van benzineauto's heeft daarom nauwelijks effect op de lokale luchtkwaliteit. Een andere bron van fijnstof lijkt nog buiten schot te blijven: de autoband. Bandenslijtage leidt tot fijnstof, ook bij elektrische auto's. De bandenindustrie zal vermoedelijk de volgende zijn die aan de bak moet.