Is verdachte D. D. Bouterse schuldig aan 15-voudige moord?

Strafeis militair aanklager telt 31 pagina's

Om 14.00 kwam de krijgsraad in Suriname bijeen voor de strafeis tegen president Desi Bouterse voor zijn betrokkenheid bij de Decembermoorden. Met het requisitoir van militair aanklager Roy Elgin had het megaproces een mijlpaal moeten bereiken. Maar na een nieuwe procedure, is het uitspreken van de strafeis uitgesteld. Suriname blijft zich afvragen: wat staat er toch in Elgins stuk?

Op woensdag werd in Paramaribo nog een speciale kerkdienst gehouden in verband met de belangrijke krijgsraadzitting. Hierbij waren ook enkele vertrouwelingen van de ex-legerleider aanwezig.

Het requisitoir van Elgin is al jaren Surinames best bewaarde geheim. Hij kan bewezen achten dat Bouterse, de hoofdverdachte, schuldig is aan de moord op 15 politieke tegenstanders in 1982. Maar ook vrijspraak wegens gebrek aan bewijs is mogelijk. 

Omdat Bouterse sinds 2012 tot twee keer toe probeerde het uitspreken van de strafeis te voorkomen, is de vraag waarom hij toch zo bang is voor Elgins woorden. Alle ogen, tot in het buitenland, zijn daarom al jaren gericht op de auditeur militair. Militair aanklager zijn in een land waar je de president vervolgt voor 15-voudige moord en uitlokking tot moord, is de afgelopen jaren zeker geen pretje voor Elgin geweest. 

Vooral in een klein land als Suriname, waar je de verdachte en zijn familie zomaar kan tegenkomen op een feestje, bij een Javaans restaurant op Blauwgrond of bij 'omu Snesi', de Chinese supermarkt op de hoek van de straat. 'Hoe komt u aan mijn nummer?', vroeg Elgin vier jaar terug geschrokken toen hij zijn mobiele telefoon opnam. 'Ik kan écht niet met u praten.' De liefhebber van zangvogels, wonend in een zwaar beveiligd huis, kon en wilde niet praten over Surinames grootste moordzaak ooit. En over zijn strafeis van 31 pagina's.

Na een megaproces van bijna negen jaar, is nog maar één vraag belangrijk: vindt Elgin dat er genoeg bewijs is geleverd tegen de ex-legerleider voor diens betrokkenheid bij de executie van vijftien prominente tegenstanders van het toenmalige militaire regime van Desiré Delano Bouterse? De journalisten, advocaten, militairen, docenten en zakenlieden werden op 8 december 1982 terechtgesteld in het hoofdkwartier van de legertop. Ze waren betrokken bij een coup, werd toen gezegd.

Stel die vraag aan Hugo Essed, de advocaat van de nabestaanden die vrijwel geen zitting van het moordproces miste, en hij zegt meteen 'ja'. 'Er is geen twijfel dat het bewijs overstelpend is', betoogt Essed, die erop wijst dat de slachtoffers naar Bouterses kamer werden gebracht waar hij beschikte over hun lot. Een handjevol van de ruim honderd getuigen die zijn gehoord, zegt dat Bouterse aanwezig was in het oude Nederlandse fort in Paramaribo toen de executies plaatsvonden. Onder hen waren Bouterses secretaresse en enkele lijfwachten en militairen.

Maîtresse Bouterse

Getuigenis 

Evert Vrede, soldaat van de dag: 'Nadat ik het soldatenverblijf verlaten had, hoorde ik dat er met tussenpozen geschoten werd, tot omstreeks 17.00...Aangezien Bouterse, Bhagwandas over het lot van de slachtoffers beschikten, was Bouterse in elk geval tot nadat de slachtoffers werden neergeknald in het fort aanwezig...Hij had over deze operatie de algehele leiding... Wat ik zeker weet, is dat zowel lijfwachten van Horb als van Bouterse hebben geschoten...Het was mij opgevallen dat de latere slachtoffers eerst in de kamer van Bouterse werden gebracht, waarna de executie plaatsvond... Indien Bouterse, of wie dan ook, verklaart dat hij zich niet in het fort bevond, dan is dit bezijdens de waarheid.'

Essed: 'Hij was als legerleider voor de volle honderd procent verantwoordelijk voor wat er toen is gebeurd. Enkele getuigen hebben verklaard dat hij in Fort Zeelandia was. Eén getuige is eigenlijk al voldoende, zoals in elke strafzaak. Personen die nog leefden gingen naar boven, naar zijn kamer, en 15 minuten later was die persoon dood. Die kamer had maar één uitgang. Hoe kan hij dan zeggen dat hij niets heeft gezien? Zijn schuld is bewezen en daar hoort een zware straf bij.'

Maar leg dezelfde vraag voor aan Irwin Kanhai, Bouterses advocaat, en hij zegt met droge ogen dat hij tot op heden niets belastends heeft gezien in het lijvige dossier. Tientallen militairen hebben immers verklaard dat ze hun bevelhebber toen niet hebben gezien in Fort Zeelandia, het hoofdkwartier van de legertop.

Anderen konden zich niet meer herinneren of hij aanwezig was. Bouterse beweert sinds eind jaren negentig dat hij die nacht bij zijn toenmalige maîtresse Rita Chin A Loi was. Kanhai: 'Elgin moet het bewijs maar voorleggen dat mijn cliënt schuldig is. Ik zie het niet.'

Vrijspraak
Net als Essed sluit strafpleiter Gerard Spong, geboren in Suriname, het echter niet uit dat Elgin tot de conclusie is gekomen dat een vrijspraak moet volgen, gezien Bouterses alibi. 'Het bewijs tegen Bouterse druipt van overvloed', zegt Spong die als adviseur van de regering-Venetiaan sinds 2000 hielp bij het strafrechtelijk onderzoek en het opzetten van het mega-proces. 'Een redelijk denkend mens zou verwachten dat hij schuldig wordt bevonden. Maar Elgin kan ook zeggen dat er, vanwege de alibi, voldoende twijfel bestaat om vrijspraak te eisen. Ik sluit niet uit dat hij tot dat oordeel is gekomen.'

Maar Henry Does, oud-hoofdredacteur van de krant Mokro van de geëxecuteerde journalist Bram Behr, noemt Bouterses alibi onzin. Behr was een goede vriend van Does. 'Uit al het bewijs, waaronder de getuigenverklaringen, blijkt dat de executies al hadden plaatsgevonden voordat Bouterse naar haar ging', zegt Does, bekend als publicist onder de naam Theo Para. In 2009 legde hij een verklaring af voor de krijgsraad. Does: 'Deze mevrouw heeft verklaard dat Bouterse rond 22.00 naar haar is gegaan. Dit is ook bevestigd door de kennis waar ze toen logeerde. Maar de executies vonden overdag al plaats. De alibi is vals.'

Twintig jaar cel

15 slachtoffers

De 15 slactoffers van de Decembermoorden waren de journalisten Lesley Rahman, Bram Behr, Frank Wijngaarde en Jozef Slagveer, de advocaten John Baboeram, Eddy Hoost, Kenneth Gonçalves en Harold Riedewald, de militairen Surindre Rambocus en Jiwansingh Sheombar, ondernemer Robby Sohansingh, oud-minister en eigenaar van radiostation ABC André Kamperveen, universiteitsdecaan Gerard Leckie en oud-parlementariër Sugrim Oemrawsingh.

Spong berekende vier jaar geleden, vlak voordat Bouterse het moordproces in de ijskast stopte door een Amnestiewet in het parlement aan te nemen, dat het belastend bewijs tegen de ex-legerleider voldoende was voor zeker twintig jaar cel. Dat vindt hij nog steeds.

Spong: 'De executies staan vast. Dat ze zijn voltrokken door militairen, staat ook vast. Evenals de plek. Maar was Bouterse ook persoonlijk betrokken? Daar gaat het om. Was hij aanwezig en gaf hij het bevel? En, op de tweede plaats, lag het in zijn macht om de executies te beletten? Op grond van de 'command responsibility', die door alle internationale tribunalen wordt gebruikt, was hij als bevelhebber straatsrechtelijk aansprakelijk voor de executies.'

Dat Bouterse toen zelf de trekker niet overhaalde, maakt volgens Spong niet uit. Slechts één militair, Bouterses medecouppleger Ruben Roozendaal, verklaarde voor de krijgsraad dat de legerleider die nacht ook had geschoten. Maar: Roozendaal zou dat niet hebben gezien. Hij zei het van Bouterse te hebben gehoord na de terechtstellingen. De gevluchte Surinaamse oud-minister Jan Sariman schreef in zijn boek 'De Decembermoorden in Suriname', dat Bouterse op vakbondsleider Cyrill Daal en de officier Surindre Rambocus had geschoten.

Daal zou zijn ontmand met een bajonet. Sariman zou dit indertijd hebben gehoord van Bouterses tweede man, Roy Horb, die na de Decembermoorden in ongenade viel en begin 1983 dood in zijn cel werd gevonden. Sariman kon nooit voor de krijgsraad verschijnen om te worden gehoord. Hij pleegde in 2000 zelfmoord in Nederland. Spong: 'Zelfs als Bouterse niet aanwezig was kan hij, gezien het bewijs, als medepleger veroordeeld worden. Hij werkte nauw samen met de personen die hebben geschoten.'

Overwinning

Als de kans bestond dat Elgin vrijspraak zou eisen, waarom ontregelde Bouterse dan medio 2016 voor de tweede keer het moordproces? Zou vrijspraak niet zijn grootste overwinning ooit zijn? 'Hij had nog zoveel opties om de dans te onspringen', betoogt Harish Monorath, deken van de Surinaamse Orde van Advocaten. 'De beslissing kon nog alle kanten opgaan. Hij kon worden ontslagen van rechtsvervolging wegens vormfouten of wegens gebrek aan bewijs. Hij kan nog in hoger beroep gaan of gratie vragen. Ik weet niet waarom hij dit doet. Misschien wil hij gewoon niet veroordeeld worden.'

Spong: 'Het kan een veiligheidsstrategie zijn. Safety first! Hij wedt op twee paarden. Al dit gedoe heeft een intimiderend effect op iedereen, inclusief Elgin en de krijgsraad. Het is een sinister spel dat nu wordt gespeeld. Maar ik heb goede hoop dat de krijgsraad zich toch niet van de wijs laat brengen.'

Voor Sunil Oemrawsingh, voorzitter van het Comité Nabestaanden 8 December, is het klip en klaar. Desi Bouterse wil 36 jaar na zijn staatsgreep, die hem van sergeant tot Surinames machtigste man maakte, niet eindigen in een cel in de Santa Boma-gevangenis. Spijt heeft Bouterse nooit betuigd over '8 December'.

Wel liet hij zich vorig jaar opvallend openhartig uit over de moorden.  'Ik weet niet of u het op dit moment wil horen, maar weet dat ik uw pijn en verdriet en dat van uw ouders, het hele gezin, alsook van andere nabestaanden begrijp', schreef de president twee jaar geleden in een brief aan Dew Baboeram, die zijn broer verloor op 8 december.

Oemrawsingh: 'Ik verwacht dat Elgin zijn werk naar eer en geweten doet. Dat hij deze aanvallen pareert. Elgin heeft ooit in de rechtszaal gezegd dat de Surinamers hem niet zien als iemand die durft. We zijn het niet altijd eens met hem geweest. Maar hij heeft een hele goede job gedaan. We vertrouwen op zijn integriteit. We hopen niet dat hij zijn integriteit op het spel zet.'

Dit is een versie van een artikel dat in juni 2016 werd gepubliceerd.