Ethiopië: onmeetbaar begeerlijk Nieuw Jeruzalem

Aardse paradijzen

U denkt: woestijn, Live Aid, bittere armoede en een regime van boeven. Klopt. Maar deels, want niet alles wat een land een lusthof maakt, is meetbaar, weet paradijzenbezoeker* en Volkskrant-redacteur Olaf Tempelman na zijn verblijf in Ethiopië.

De gang naar het paradijs is uitgehouwen in rots. Wie de tocht door deze nauwe, aardedonkere tunnel al dan niet met schaafwondjes volbrengt, ziet het licht van het Nieuwe Jeruzalem - in een labyrint van rotskerken waarin geestelijken tevens percussionisten zijn, waarin wordt gedanst en gezongen en de ontkerkelijking nooit heeft ingezet. Het is 4 uur op zondagochtend en de rotskerken puilen uit. Op de vloeren geven moeders kinderen de borst en knielen adolescenten in witte doeken naast bejaarden in witte doeken.

* Dit is de twaalfde aflevering in de onregelmatig verschijnende serie Aardse Paradijzen.

De Middeleeuwen heb ik niet meegemaakt, maar dankzij rotskerken vol mensen die thuis geen sanitair bezitten, weet ik wat ik heb gemist

Ik heb heel wat bijzondere plekken gezien, 'authentiek' is een modewoord, maar weinig benadert de authenticiteit van deze plek. Het geurenpalet is er een van wierook, zweet en modder. Biologische wierook helpt hier ook al bijna duizend jaar tegen duizenden vliegen. De Middeleeuwen heb ik niet meegemaakt, maar dankzij rotskerken vol mensen die thuis geen sanitair bezitten, weet ik wat ik heb gemist, en waar wierook voor is bedoeld.

Stel dat dit Nieuwe Jeruzalem en het achtste Wereldwonder ergens anders had gelegen dan in dit land: dan was ik hier op zondagochtend voor zonsopgang vast niet de enige witte mens geweest met een witte doek om de schouders - dan hadden hier minstens zoveel pottenkijkers rondgelopen als bij de Taj Mahal of de Eiffeltoren.

Dit land: als inwoners de naam uitspreken, klinkt dat als Utopia. Het was al christelijk toen ze aan de Noordzee nog Wodan vereerden, het bleef christelijk toen het aan alle kanten werd ingesloten door de islam, het beitelde een Nieuw Jeruzalem uit zijn rotsen toen het oude in handen van mohammedanen viel. Dit land geldt als het enige in Afrika dat een wit Europees leger op de knieën wist te brengen en nooit werd gekoloniseerd. Het is het Beloofde Land van alle rasta's, waar alle zwarte mensen ooit naar zullen terugkeren.

Exodus is een bijbelboek én de titel van Bob Marleys beroemdste album: diens Exodus voert naar Ethiopië. In collages op de muren van barretjes in Addis Abeba hangt Bob Marley veelvuldig naast de laatste Ethiopische keizer Haile Selassie, waarin rasta's een reïncarnatie van Jezus Christus ontwaarden, en naast zulke uiteenlopende personages als Moeder Teresa en Che Guevara.

'Welkom in het paradijs', ze zeggen het er echt. Zo staat Ethiopië buiten Ethiopië niet bekend - daar heeft het veeleer het imago van inferno. Echt waar: tot op de dag van vandaag wordt er bij Ethiopian Airlines discreet geïnformeerd of er tijdens vluchten wel eten wordt geserveerd. Het valt goed te betogen dat geen ander land een imago heeft dat zo afwijkt van wat reizigers er vaak aantreffen - neem alleen al dat feit dat het goeddeels bestaat uit een groene vruchtbare hoogvlakte in plaats van een woestijn.

Jaren geleden kreeg ik post van een Ethiopische Nederlander naar aanleiding van een stuk over het contrast tussen Roemenië, waar ik woonde, en het imago van Roemenië in de media. Deze Ethiopiër schreef: aan mijn land kleeft pas écht een beroerd imago, iedereen denkt aan honger in de woestijn, gaat u er eens kijken.

Ethiopische soul en swing

Menig Ethiopiëganger wordt eerst gehypnotiseerd door Ethiopische soul en swing die in Europa steeds bekender is geworden

Noordelijke kleptocratie

De coup tegen Haile Selassie in 1974 betekende het einde van het keizerrijk Ethiopië. Het land werd nu een marxistisch-leninistische dictatuur onder leiding van kolonel Mengistu. Vanaf 1976 was er repressie op grote schaal. In de jaren tachtig kreeg een op de vijf Ethiopiërs te maken met hongersnood. In de regio Tirgray, in het noorden van Ethiopië, raakte Mengistu verwikkeld in een strijd met rebellengroepen die later het Ethiopisch Volksrevolutionair Democratisch Front (EPRDF) zouden vormen. Mengistu's positie verzwakte dramatisch toen de toenmalige Sovjet-president Gorbatsjov in de late jaren tachtig de Sovjetsteun stopzette. De EPRDF rukte op naar het zuiden en nam in mei 1991 Addis Abbeba in - Mengistu was toen al naar Zimbabwe gevlucht. Het was het begin van een tijdperk dat in Ethiopië 'de noordelijke kleptocratie' wordt genoemd. In de woorden van een Ethiopische Nederlander: 'Alsof Groningers overal in Nederland de dienst uitmaken, land annexeren en mensen uitpersen.'

Ik werd daar ook toe aangespoord door reizigers die ik door de jaren heen mocht ontmoeten op verschillende continenten, en die meer van de wereld hadden gezien dan ik. Als ik hun vroeg naar het allermooiste land, noemden ze Ethiopië het vaakst. Menig Ethiopiëganger wordt eerst gehypnotiseerd door Ethiopische soul en swing die in Europa steeds bekender is geworden. Ethiopische zangers klinken zoals James Brown had geklonken na een jaar van boetedoening in een rotsklooster, zangeressen als Aretha Franklin na inachtneming van de hele orthodoxe vastenperiode. Ethiopische blazers klinken als de blazers op de eerste platen van Chicago, áls die waren opgenomen in de 12de eeuw. Deze muziek is omschreven als de enige waarin zowel uit de allerhoogste als de allerlaagste chakra's energie stroomt.

Zo'n soundtrack helpt een mens op de minst comfortabele tochten. De blazers stromen uit de speakers van het Toyotabusje, door gaten in de vloer spuiten zwarte wolken stof en diesel. Op de zijruit van het busje tikt een bedelares, op de achteruit tikt ook een bedelaar, op de bank voor mij houdt een oude vrouw haar open hand in mijn richting. Zelfs haar kan ik geen geld geven, want ik zit klem tussen zakken graan, bundels suikerriet en een op elkaar gestapeld Ethiopisch gezin. Het was niet mijn plan met 25 man plus bagage een sardientje te worden in een minibusje, maar de touringcars van de veelgeprezen Ethiopische busmaatschappij Selam gaan altijd kapot - althans als ik er in zit.

Gelukkig kun je van pech profijt hebben. Enkele uren staan we op 2.600 meter hoogte naast de rokende touringcar in een adembenemend mooi berglandschap te wachten op Toyotabusjes die nooit kapot gaan. Langs het ravijn raak ik aan de praat met de jonge gedrongen Ethiopische arts Yohannis, vernoemd naar de gelijknamige 19de-eeuwse Ethiopische keizer. Die arts bekijkt spontaan mijn armen vol bulten. Bedluizen nemen mij in Ethiopische hotels vreselijk te grazen, vertel ik hem. De jonge dokter weet wel beter: dat is allergie, u ademt hier meer stofwolken in dan uw systeem aankan. Hij haalt pilletjes uit zijn tas waarvoor ik niet mag betalen, en die de rest van mijn verblijf in dit Beloofde Land jeukvrij zullen maken.

Dokter Yohannis noemt Ethiopië het mooiste land ter wereld, en vertelt daarna uitgebreid over een epidemische corruptie en hardhandig neergeslagen protesten - Ethiopië, dat is 'geen democratie maar een kleptocratie'. Ik beloof hem dat ik in mijn stuk over Ethiopië als paradijs geen lans zal breken voor de mensen die er tegenwoordig de macht hebben. In rapporten van mensenrechtenorganisaties doen die het ietsje minder slecht dan collega's uit buurstaten, maar dan heb je het ook over Soedan en Zuid-Soedan, Eritrea en Somalië. Het huidige Ethiopische regime profiteert ook nog van herinneringen aan het vorige, dat van de marxistisch-leninistische kolonel Mengistu. Dat was, veel meer dan jaren droogte, verantwoordelijk voor de hongersnood van de jaren tachtig van de vorige eeuw. Met de beelden die toen de wereld overgingen, wordt Ethiopië nog altijd geassocieerd, en met Band Aid en met Live Aid.

Dat is nu drie decennia geleden, honger lijden de meeste Ethiopiërs niet meer, maar de vette jaren laten hier nog op zich wachten. Voordat de bus kapotging, reden we door de mooiste landschappen die ik ooit mocht zien. Ronduit spectaculaire panorama's in vele nuances groen werden onderbroken door nederzettingen van hutten en krotten, en steden die voor 80 procent uit bidonvilles bestaan. Verkopers van quat en suikerriet drongen de bus binnen, en in hun kielzog vele bedelaars.

Als je kijkt hoe landen het doen in statistieken zoals die worden verzameld in de Human Development Index of de Social Progress Index, is dit land geen aards paradijs en ook geen beloofd land. Maar niet alles wat een plek begeerlijk maakt is meetbaar.

Guillaume Morel, elektrotechnisch ingenieur uit Parijs, thans woonachtig in Addis Abeba, werkte op vijf continenten. Een kwart eeuw geleden zat hij in het bloedhete Djibouti aan de Rode Zee. In de weekeinden zocht hij de koelte op van de aangrenzende Ethiopische hoogvlakte, waar hij de Ethiopische Marta ontmoette. Samen woonden ze daarna nog in een stuk of twintig andere landen, samen wilden ze al die jaren niets liever dan terug naar Ethiopië, want nergens is het klimaat zo fijn, het landschap zo mooi, de bevolking zo vriendelijk en de cultuur zo oud en zo oorspronkelijk.

Niet alles wat een plek begeerlijk maakt is meetbaar

Geen boosheid en rancune

Morel zegt: 'Ethiopiërs zijn de enige Afrikanen die mij altijd als individu benaderen en nooit als witte man, hun waardigheid is stevig als een rots, je hebt hier geen boosheid en rancune vanwege een koloniaal verleden, een witte man is hier precies gelijk aan een zwarte.'

Marta Morel: 'Ethiopiërs kunnen zich beklagen over hun regime en hun leefomstandigheden, maar over de Ethiopische cultuur zullen ze nooit slecht spreken. Niemand valt de essentie van Ethiopië af.'

De essentie van Ethiopië: de kogelronde mevrouw Tsehaye van het Ethiopische bureau voor toerisme in Addis Abeba formuleert het zo: 'Om de magie van Ethiopië te begrijpen moet je niet in jaren maar in eeuwen denken. De 20ste eeuw was voor Ethiopië tragisch. Maar de Ethiopische geest is ongebroken en de schoonheid onaangetast - in dit land lopen mensen even waardig op blote voeten als op schoenen.'

Maar wat zie je vanuit de lucht van 's werelds mooiste en meest oorspronkelijke land? 'U moet het zelf weten'

Van mijn plan die schoonheid per bus te gaan bekijken, is het Ethiopische bureau voor toerisme desondanks niet gecharmeerd. 'Er zijn tegenwoordig binnenlandse vluchten, monsieur!' Maar wat zie je vanuit de lucht van 's werelds mooiste en meest oorspronkelijke land? 'U moet het zelf weten', zegt mevrouw Tsehaye.

De tweede keer dat ik om 5 uur 's ochtends vertrek met een touringcar van de firma Selam is het al na 150 kilometer met de motor gebeurd. Opnieuw is dat een blessing in disguise, want de chauffeur slingerde in dermate fors tempo langs magistrale afgronden dat er in de bus al kotszakjes te voorschijn werden gehaald. Het forse aantal ezels en kamelen op het wegdek ontweek die bus maar ternauwernood, en bloedende ezels op het asfalt breken je hart.

Gelukkig dat die touringcar nu met rokende motor stilstaat. We gaan weer wachten op zo'n Toyotabusje dat nooit kapot gaat. Ditmaal heb ik aanspraak van de in leer gehulde Ethiopische rechercheur Abate, die door het hoofdbureau in Addis Abeba naar zijn geboortestreek is gestuurd om een kamelenroof te onderzoeken, en die mij uitnodigt om samen met nog twee agenten een copieuze maaltijd te nuttigen van zuurdesempannekoek met geitenvlees.

Eén groot bord voor vier man, je handen zijn je bestek, het krachtige bouquet van deze keuken blijft dagenlang op je vingers achter. De Ethiopische politie eet aanmerkelijk sneller dan ik, maar laat een genereuze portie op het collectieve bord voor mij over. Dan verschijnt er een Toyotabusje zonder buitenspiegel en zonder binnenspiegel, maar met drie iconen op het dashboard: van Christus, de maagd Maria en Sint Giyorgis die wij kennen als Sint Joris. Samen helpen die dit busje zonder pech en zonder botsing met ezels de eindhalte te halen: het Nieuwe Jeruzalem. Met vier mensen zitten we op een bankje voor twee in een lucht van zweet, diesel en wierook. De tegen mij aangeperste bejaarde vrouw valt met haar hoofd op mijn rechterschouder in slaap.

Francisco Alvarez over Lalibela in het jaar 1521: 'Het valt me zwaar er nog meer over te schrijven, want het lijkt me dat mensen in Europa mij niet zullen geloven...' Alvarez, Portugees missionaris en ontdekkingsreiziger, was waarschijnlijk de eerste Europeaan die het Nieuwe Jeruzalem in Afrika met eigen ogen zag. Deze schepping van de laat 12de-eeuwse Ethiopische vorst Lalibela, door tienduizenden middeleeuwers uit de diepe rotsen gebeiteld, was toen driehonderd jaar oud.

Het valt me zwaar er nog meer over te schrijven, want het lijkt me dat mensen in Europa mij niet zullen geloven...

Francisco Alvarez over Lalibela in het jaar 1521

Monolieten van kerken

Vijfhonderd jaar later zijn die labyrinten van rotskerken Unesco-monumenten en heeft het o zo geïsoleerd gelegen stadje Lalibela een vliegveldje voor toeristen. Desondanks vergaat het een auteur van nu niet zo gek veel anders dan Alvarez in 1521: zie maar eens geloofwaardig over te brengen wat je hier ziet tijdens afdalingen door aardedonkere gangen die de monolieten van kerken op wonderbaarlijke wijze met elkaar verbinden, en binnen in die duistere uitgeholde rotsblokken, met iconen waarop Christus, de apostelen en de heiligen een zwarte huidskleur hebben en kroeshaar en net zulke ronde donkere ogen als Ethiopiërs.

Nog iets: wereldwonderen à la de Borobudur of de Incatempels worden al lang niet meer gebruikt waarvoor ze ooit bedoeld waren. Déze rotskerken worden nog iedere zondagnacht overspoeld door hordes mensen in witte doeken uit de wijde omgeving. Ook de middeleeuwse handgeschreven bijbels van geitenhuid zijn nog gewoon in gebruik.

Black power

Tot de authenticiteit van Ethiopië behoort ook de jaartelling, gebaseerd op de Ethiopische liturgische kalender. De 21ste eeuw begon in Ethiopië op 11 september 2007, nu is het er 2009. Geen ander jaar dat Ethiopiërs zo vaak memoreren als 'hun' 1889, 'ons' 1896. In dat jaar trachtte het koninkrijk Italië na Eritrea en Somalië ook het keizerrijk Ethiopië met modern wapentuig te onderwerpen. Het Italiaanse leger werd verpletterend verslagen door een Ethiopisch leger dat het goeddeels deed met speren. De Slag bij Adwa (1 maart 1896) ging de geschiedenis in als de eerste waarin een zwart leger een wit leger op de knieën bracht. Veertig jaar later voegde het fascistische Italië het Ethiopische keizerrijk na maanden strijd alsnog toe aan de kolonie Italiaans Oost-Afrika, echter: al in 1941 werd Ethiopië door de geallieerden ontzet. Ethiopiërs spreken nadrukkelijk van vijf jaar bezetting in plaats van kolonisering.

Ik ben de Ethiopische scholieren Girma Alemu en Eshetu Sale Amlak niet alleen dankbaar dat ze mij een witte omslagdoek leenden waarin ik 'incognito' tussen duizenden Ethiopiërs het labyrint kon binnensluipen - ik ben ze óók dankbaar omdat ik dankzij hen iets heb geleerd over hoe het is om in 1999 geboren te zijn in een dorp met hutten van leem en stro zonder stromend water en elektriciteit in de Ethiopische hooglanden: een dorp dat alleen per voet bereikbaar is en waarin vrijwel alles hetzelfde is als duizend jaar geleden. In dat dorp leef je van wat je verbouwt. Eén keer per jaar eet je er vlees: met Kerst, wanneer de geit wordt geslacht. Behalve Girma, Eshetu en de dorpsonderwijzer kan niemand daar meer dan een paar woorden lezen.

De dorpsonderwijzer vond deze twee jongens buitengewoon begaafd, en drong er bij hun ouders op aan ze 30 kilometer verder, bij de rotskerken van Lalibela, te laten doorleren. Sinds hun 11de huren de jongens daar een ruimte van 3 bij 3 in een krot van leem en golfplaten. Er staat één bed waarin ze om de beurt slapen. Aan de muur een rood-geel-groene poster van Bob en Ziggy Marley. De wereld kent die kleuren als rastakleuren, op deze plek weten ze dat die kleuren van de Ethiopische vlag komen.

Marleys muziek kennen Girma en Eshetu uit het barretje hoger in Lalibela. Zelf hebben ze geen radio. Wassen doen ze zich eens per week in de rivier. Zijn rastahaar, zegt Girma, is een kwestie van geloof, maar het is ook makkelijk omdat het zo weinig onderhoud vereist. Deze Ethiopische 18-jarigen spreken beter Engels dan ik op mijn 18de, maar meer dan het stukje van 30 kilometer tussen hun geboortedorp en Lalibela hebben ze niet van de wereld gezien. Donald Trump kennen ze van de tv van de overbuurman, die op het golfplaten dak van zijn krot een schotelantenne heeft gemonteerd. Van een westerse verworvenheid als McDonald's hebben ze nog nooit gehoord.

Een hok van 3 bij 3 is eigenlijk te klein voor een Ethiopische koffieceremonie, maar koffie dronk de mensheid voor het eerst in het koninkrijk Kaffa in het huidige Ethiopië, en zonder koffieceremonie ontvangen Ethiopiërs geen gasten en sluiten ze geen vriendschap. In zo'n ceremonie worden koffiebonen ritueel vermalen op houtskool en wordt flink wat wierook gebrand - op het nippertje voorkom ik dat ik met mijn lange benen de ritueel bereide koffie in de hut van Girma en Eshetu omstoot. 'Welkom in ons heilige land', zeggen ze.

Van een westerse verworvenheid als McDonald's hebben ze nog nooit gehoord

Ras Tafari

Op de 7 rulle kilometers omhoog naar de bergtop met de oudste kerk die koning Lalibela uit de rotsen liet houwen, glijd ik een paar keer weg. Girma en Eshetu vertragen netjes het tempo. Ondertussen worden we ingehaald door ouden van dagen die in razend tempo op blote voeten omhoog lopen, en die mij eraan herinneren dat deze aarde méér olympische marathonwinnaars voorbracht dan enig andere. Wie hier ook liep: Haile Selassie van Ethiopië - voor zijn kroning in 1930 bekend als Ras Tafari. Zijn keizerschap vermochten die bedevaarten naar Lalibela niet te redden. Echter: buiten Ethiopië was Ras Tafari veel meer dan alleen een aardse keizer.

Als ze Haile Selassie op Jamaica geen goddelijkheid hadden toegedicht, was hij waarschijnlijk de geschiedenis ingegaan als een gewoon autoritair en corrupt heerser die zijn land feodaal hield, en dat moest bekopen met een afzetting in een bloedige coup.

Zo is dat niet voor rastafari's. Ras Tafari bleef zijn leven lang een trouw lid van de Ethiopische Orthodoxe Kerk, maar was op Jamaica een reïncarnatie van Jezus Christus. Girma en Eshetu weten dat het bij Selassie's bezoek aan Jamaica na een periode van droogte ineens ging regenen. Marcus Garvey, aartsvader van de rastabeweging, voorspelde in de vroege 20ste eeuw dat er in Afrika een strijdbare zwarte koning zou worden gekroond. Foto's van Ras Tafari's kroning in 1930, met hordes blanken die voor diens troon knielden, maakten op Jamaica diepe indruk. Hier had je die zwarte koning.

Geen andere artiest heeft fans die zo evenredig zijn verspreid over de eerste, tweede en derde wereld. Voor zijn armste fans is hij een steun en toeverlaat

Toen Bob Marley vroeg in 1977 in Londen zijn Exodus-album opnam, was Haile Selassie net dood, al dan niet vermoord door marxistische coupplegers in Addis Abeba. Opnamesessies van Exodus werden bijgewoond door Selassie's kleinkinderen die uit Ethiopië waren gevlucht. Van hen kreeg Marley een ring van de keizer die hij de rest van zijn leven zou blijven dragen, en die hem naar eigen zeggen naar grote artistieke hoogten zou stuwen.

Love is my religion, staat op de poster van Bob en Ziggy Marley in de hut van Girma en Eshetsu. Selassie hebben zij er niet bij gehangen. Laten we maar eerlijk zijn: zonder de rastafari's had Ras Tafari een plekje gerest in de vergetelheid, of op de vuilnisbelt van de geschiedenis.

Van Bob Marley kun je de betekenis nauwelijks overschatten. Wat zou de wereld zijn geweest zonder hem? Geen andere artiest heb ik in zo veel verschillende landen uit zo veel verschillende ramen horen komen - uit betonnen flats, hutten en krotten. Geen andere artiest heeft fans die zo evenredig zijn verspreid over de eerste, tweede en derde wereld. Voor zijn armste fans is hij een steun en toeverlaat. 'Bob geeft kracht', verklaart Eshetu dat. Tussen hem en miljoenen andere fans zit één verschil: Eshetu woont in het hart van het beloofde land, precies op de plek waar de Exodus naartoe voert.

Heilige aarde

Als ik hun vraag naar de rulle grond waarop we lopen, praten zij daarover als 'heilige aarde'

Girma en Eshetu vragen mij uitgebreid over Europa en Amerika. Als ik hun vraag naar de rulle grond waarop we lopen, praten zij daarover als 'heilige aarde'. Ondertussen moeten we goed kijken waar we onze voeten zetten en flink wat vliegen weg wuiven.

Alleen scholieren met de allerbeste eindexamencijfers mogen naar de universiteit. Als Eshetu daar bijhoort, wil hij ver weg in Addis Abeba diergeneeskunde gaan studeren, want bijna nergens heb je zo veel dieren en zo weinig dierenartsen als in Ethiopië. Als Girma daar bijhoort, wil hij watermanagement gaan studeren, want bijna nergens moeten mensen dagelijks zo veel kilometers afleggen voor water. Als het hem het lukt, ga ik proberen een lijntje te leggen met het boegbeeld van deze branche, de koning van Nederland.

Vlak bij de hoogste rots is een nederzetting waarin wierook wordt gebrand en waar oude mannen voor hun hutten door hun kleinkinderen worden bediend. Bij de aanblik twijfel ik even aan het fenomeen vooruitgang en vraag ik me af of ik nou liever hier een oude man zou willen zijn of op een plek met geplaveide straten en rollators en een vereniging voor een vrijwillig levenseinde.

De eerste e-mail die ik van Girma en Eshetu krijg, heeft een toepasselijke titel: Greetings from our Holy Land!!! Op de terugweg naar Addis Abeba gaat de touringcar van busmaatschappij Selam weer kapot. Om het wachten op een Toyotabusje te veraangenamen, laat de chauffeur de radio aanstaan. Uit de speakers stromen Ethiopische blazers met een meedogenloze intensiteit. In het tweede uur gaat het tempo fors omlaag, want dat zendt de radio een reggaeprogramma uit. De stem van Bob Marley klinkt langs de adembenemende groene afgronden die hij bezong. Het laatste woord over Ethiopië is aan hem:

We know where we're from.

We're leaving Babylon,

We're going to our Father land.

Exodus, all right!