Dit is waarom de Denen zo gelukkig zijn: vooral normaal doen

Denk in godsnaam niet dat je beter bent dan een ander of überhaupt iets voorstelt

Hygge kent u inmiddels, lagom misschien ook al. Maar als u echt wilt meepraten, dan moet u dit lezen, het gaat over een typisch Deens begrip: janteloven.

Nu weten we het wel: wie niet in Scandinavië gaat wonen, is eigenlijk een beetje gek. Het zijn de gelukkigste volkjes ter wereld. Hun economieën draaien als een tierelier en zijn nog extreem duurzaam ook. Er is rust, ruimte, natuur en een jaar betaald ouderschapsverlof dat de ouders zelf mogen verdelen. Dan maken ze ook nog eens geweldige series, bloedmooi design en woont de wereldkampioen koken in Denemarken. Bovendien weten ze nergens het leven zo gezellig (hygge) of relaxt (lagom) te maken. En dan die wollen truien!

Denemarken is een soort Nederland in de jaren vijftig, maar dan hip

Ik weet dit overigens niet omdat ik zelf toevallig in Denemarken woon, maar omdat vrienden en familie me de laatste jaren linkjes naar artikelen, series, onderzoeken en boeken over Scandinavië en Denemarken in het bijzonder toesturen die allemaal neerkomen op één ding: hier is het leven het beste. Hier zijn ze gelukkig. En hier is het recept.

Het is niet helemaal onwaar. Ik heb bos en zee om de hoek, ik moet moeite doen om iets te vinden dat níét biologisch is, de Denen zijn rustig en bescheiden en er is altijd taart bij de koffie. Ze houden bovendien nog ouderwets rekening met elkaar en laten tijdens het boodschappen doen hun fietshelm gewoon in hun fietsmandje liggen. Een soort Nederland in de jaren vijftig, maar dan hip. Om mijn Deense geluk compleet te maken, breide mijn schoonzus vier wollen truien voor me.

We. Zijn. Allemaal. Gelijk.

Wat ook niet helemaal onwaar is, is dat er een keerzijde zit aan al dat ongebreidelde geluk. Een keerzijde waar ik nog nooit een artikel over toegestuurd heb gekregen en die je ook niet een-twee-drie ziet als je er een keer op vakantie gaat. De Scandinaviërs volgen janteloven.

Janteloven, oftewel de wet van Jante, bestaat uit tien regels die allemaal neerkomen op: denk in godsnaam niet dat je beter bent dan een ander of überhaupt iets voorstelt. Doe geen gekke kleren aan, begin geen grensverleggende start-up. Bedenk dat iedereen dezelfde rechten en plichten heeft. Verberg je rijkdom en talent. We. Zijn. Allemaal. Gelijk. In goed Nederlands: steek je kop niet boven het maaiveld. Doe normaal, dan doe je echt (echt) al gek genoeg.

De eerste keer dat ik Jante meende te ontmoeten, zat ik op mijn fiets. Ik had een afspraak met iemand die ik graag mocht en vanuit de verte begon ik te zwaaien, met mijn fietsbel te bellen en te roepen. Irritant, zeker. Maar gek genoeg bleven alle Denen in de straat stoïcijns in de pas lopen en voor zich uitkijken - ook de vrouw die ik zou ontmoeten. Mijn uitbundigheid werd genegeerd. De tweede keer was ik naakt. Ik was uit zeewater van nog geen 5 graden herrezen, ik merkte dat ik nog leefde en ik kon dus een bescheiden doch vrij luid 'I'm a hero' niet onderdrukken. Blij keek ik om me heen om de instemmende duimen omhoog te zien gaan. Maar dit keer werd ik niet alleen genegeerd, mensen begonnen ook haastig in kleedhokjes te verdwijnen.

Zijn wij Nederlanders al goed in onder het maaiveld blijven, een Deen kijkt van huis uit helemáál wel link uit om te laten zien dat hij meer is dan een ander

De wet van Jante

1 Je moet niet denken dat je wat bent.
2 Je moet niet denken dat je evenveel bent als wij.
3 Je moet niet denken dat je slimmer bent dan wij.
4 Je moet je niet inbeelden dat je beter bent dan wij.
5 Je moet niet denken dat je meer weet dan wij.
6 Je moet niet denken dat je meer bent dan wij.
7 Je moet niet denken dat je deugt.
8 Je moet niet om ons lachen.
9 Je moet niet denken dat iemand om je geeft.
10 Je moet niet denken dat je ons wat kunt leren.

De wet van Jante is opgetekend door Aksel Sandemose. In 1933 schreef hij een woedende roman over de bekrompen volksaard van de Denen, waarin iedereen weliswaar gelijkwaardig is, maar niemand aan de groepsdwang ontkomt. Zijn boek En flyktning krysser sitt spor is in het Nederlands vertaald als Een vluchteling kruist zijn spoor.

Nu ben ik qua maaiveld wel wat gewend. Ik hoor mijn hele leven al dat ik normaal moet doen, dat dat gek genoeg is. Ik neem het mijn Rotterdamse juf nog altijd kwalijk dat ze me nooit heeft uitgelegd dat het eigenlijk andersom is, want dan was ik misschien op een podium gaan staan en nu wereldberoemd geweest. Ik weet dondersgoed dat ik moet doen alsof ik iets niet zo goed kan als ik wel degelijk kan omdat ik mezelf daarmee namelijk sympathieker maak. Want hoogmoed komt voor de val en wie zichzelf óók maar een loser vindt, is oké in Nederland.

Primatoloog Frans de Waal stipte het onlangs nog aan in VPRO's tv-programma Zomergasten: in Amerika zijn je collega's blij voor je als je succes hebt. In Nederland loop je het risico dat ze je een kopje kleiner maken.

Zijn wij Nederlanders al goed in onder het maaiveld blijven, een Deen kijkt van huis uit helemáál wel link uit om te laten zien dat hij meer is dan een ander. Uitgebreid vertellen dat je naar Patagonië op vakantie bent geweest, dat je kind op school de allerhoogste cijfers haalt of dat je nieuwe Louboutins zo goddelijk hoog zijn - dat doe je niet. Doe je het wel, dan is de reactie respectievelijk 'Wat is er mis met een huisje in Noord-Jutland?' en: 'Gaat het wel goed met je, dat je dat aan je voeten doet'? (Waargebeurd, al waren het geen Louboutins.) Alles met die typisch Deense ironie uitgesproken natuurlijk.

Om je rot te schamen

Niets laat de bekrompenheid van een natie beter zien dan inwoners die elkaar naar beneden duwen

Niets laat de bekrompenheid van een natie beter zien dan inwoners die elkaar naar beneden duwen. Als ik het niet heb, wil ik dat jij het ook niet hebt. En als je het toch hebt, moet je het zelf maar uitzoeken. Of we nu Deens zijn of Nederlands: natuurlijk vinden we het leuk als iemand een mooi liedje zingt en juryleden aan het huilen brengt. Maar die gast die zo hoog van de toren blaast en er dan niks van bakt, daar genieten we pas écht van. Ooit hoorde ik mezelf iemand patser noemen omdat hij het huis van de buren had gekocht om te kunnen uitbreiden. En hij had al zo'n mooi huis. Tuurlijk, ik maakte een grapje. Maar nog steeds stijgt het schaamrood me naar de kaken als ik terugdenk aan die oprisping van jaren geleden.

Maaiveldcultuur of janteloven: het ís ook om je rot te schamen. Steek gewoon lekker je duim op in plaats van je middelvinger als er een gast in een matzwarte Audi RS6 voorbijstuift en je ontdekt dat er 'SUCCCES' op zijn nummerplaat staat. Hou op met zeggen dat je Louboutins geen Louboutins zijn, maar een uitverkoopje van de H&M. Hoewel de Deense maatschappij meer doordrenkt is van janteloven dan de Nederlandse, hebben de meeste Denen gelukkig wel genoeg zelfinzicht om de bekrompenheid ervan in te zien. 'Zelfs onze hygge is janteloven!', verzucht een bevriende fotograaf. 'Je moet namelijk wel op dezelfde manier hyggen als ik, anders is het niet hygge. Sterker, we hyggen ook om meningsverschillen uit de weg te gaan. Bedek het conflict onder wat hygge en we hebben het er niet meer over!' Hij vertelt verder over geslaagde onder-nemers die bij tegenslag volledig waren afgebrand in de media. 'Nu is de schatkist leeg!', lees je dan in de koppen. Walgelijk!' Saillant detail: in Denemarken is slechts 8,7 procent van de beroepsbevolking zelfstandig - het op drie na laagste percentage van Europa. Wie een bedrijf begint, denkt al gauw dat hij meer is dan een ander, nietwaar?

Tekst gaat verder onder de illustratie.

De gelijkheid in stand proberen te houden, betekent ook dat je tegen elkaar zegt: je hoort erbij

Politicoloog Peter Nedergaard

De Britse journalist en Scandinavië-basher Michael Booth legde al in zijn boek The almost nearly perfect people: the truth about the Nordic miracle uit 2014 uit dat dat hele geluk van Scandinavië een ballon is die erop wacht te worden doorgeprikt. Hij wijdt een heel hoofdstuk aan jante-loven. Het bijbehorende artikel in The Guardian werd op Facebook oneindig vaak gedeeld door niet-Denen. Óók een goed voorbeeld van janteloven trouwens.

Nederlanders hoeven zich dus ook weer niet zo heel erg te schamen. 'De maaiveldcultuur vind je in elke ontwikkelde maatschappij waar mensen het gevoel hebben dat ze bij elkaar horen, bijvoorbeeld door een gemeenschappelijke taal', zegt politicoloog Peter Nedergaard, hoogleraar aan de universiteit van Kopenhagen. 'Hoe homogener de samenleving, hoe sterker janteloven.' Van oudsher zijn de Scandinavische volkeren - en het Nederlandse - bijzonder homogeen. Het sociale landschap van de vorige eeuwen bestond uit kleine boerengemeenschappen, waarbij de arme boeren zich moesten verenigen om leningen of verzekeringen te krijgen. Nedergaard: 'Ook met een groot bedrijf had je één stem in de coöperatie. Niemand was beter dan een ander, je had elkaar nodig om de boel te laten functioneren en moest elkaar vertrouwen, dat is makkelijker als iedereen gelijk is.'

Dat is, zegt hij, het grote voordeel van janteloven. 'Het mes snijdt aan twee kanten. De gelijkheid in stand proberen te houden, betekent ook dat je tegen elkaar zegt: je hoort erbij. Janteloven gaat tegelijk over faelleskab oftewel gemeenschapszin, saamhorigheid. Broederschap, zo u wilt. We zijn in je geïnteresseerd, we staan naast je, het geeft niet wie je bent, arm, rijk, dom of slim. Dus daar hoef je het ook niet over te hebben. En als je het toch doet, herinneren we je er even aan dat je bij ons hoort, hier beneden.'

Deense universiteiten schreven over de teloorgang van janteloven ten gunste van X factor-loven: denken dat je méér bent dan een ander, waarbij persoonlijk succes boven saamhorigheid gaat

Intussen staat de wereld niet stil. Door de globalisering neemt de ongelijkheid tussen landen weliswaar af, maar binnen landen neemt hij toe. En daarmee brokkelt janteloven stiekem een beetje af. 'En dan gaan we van de ene ellende naar de andere', gaat Nedergaard verder. Niet alleen hij, ook andere collega's van Deense universiteiten schreven al een paar jaar geleden vlammende betogen over de teloorgang van janteloven ten gunste van X factor-loven: denken dat je in principe méér bent dan een ander, waarbij persoonlijk succes boven saamhorigheid gaat. 'Als we het succes van het individu verheerlijken, verliezen we de realiteit uit het oog', zegt Nedergaard. 'Veruit de meeste mensen zijn niet zo succesvol. Als je tegen een kind zegt dat al zijn tekeningen fan-tas-tisch zijn, raakt dat kind ongelukkig en gefrustreerd als hij erachter komt dat hij toch niet de nieuwe Picasso is. Zeg gewoon: 'Leuk dat je dit maakt. Zullen we eens een ander kleurtje gebruiken?' Daar krijg je gezonde mensen van. Gewoon meedoen in de gemeenschap is belangrijker dan erbovenuit steken, zeker voor je mentale gezondheid.'

En dan nog iets: in een samenleving waarin mensen ongelijk zijn en het individu verheven is boven de gemeenschap, is onderling vertrouwen niet meer vanzelfsprekend. Als je aan de gemeenschap - je buurman - minder verplicht bent dan aan jezelf, wordt het aantrekkelijk om te sjoemelen met sociale voorzieningen of om extra te betalen om sneller een woning te krijgen, of betere zorg. En dat is pas echt zorgelijk, want geluksonderzoekers zijn het erover eens dat juist dat onderling of sociaal vertrouwen een grote bijdrage levert aan het geluksgevoel van mensen.

Bron van geluk

Waarschijnlijk niet toevallig hebben de gelukkigste mensen ook het grootste vertrouwen in anderen. 78 procent van de Denen antwoordt 'ja' op de vraag of anderen te vertrouwen zijn, terwijl het gemiddelde in de wereld op zo'n 25 procent ligt. Dat schrijft politicoloog Gert Tingaard Svendsen in zijn boek Trust, waarin hij uitlegt dat sociaal vertrouwen de reden is dat die vreemde Deense samenleving zo goed werkt - en waarschijnlijk ook waarom Denen zo gelukkig zijn. Janteloven staat aan de basis van dat geluk.

De Deense schrijver en geluksonderzoeker Meik Wiking beaamt het, hij noemt janteloven in zijn in september verschenen Klein boek van geluk een bron van geluk. Een bronnetje: want mensen worden meestal ontevredener als ze meer succes of geld bij de buren zien. Wiking denkt dat er meer kans is op geluk in een samenleving waar gelijkheid belangrijker is dan succes; en waar het geld (dus) beter wordt verdeeld, zodat er een sterk sociaal vangnet is.

En zo kon het gebeuren dat ik in een hippe wijnbar een irritante man tot stilte maande

Eigenlijk precies wat Alain de Botton niet zo lang geleden schreef in zijn column in de Volkskrant over 'winnerslanden' en 'loserslanden'. (+) In winnerslanden zijn goede voorzieningen alleen toegankelijk voor, inderdaad, de winnaars en klinkt er luid applaus voor de mooie auto en carrière. Winnersland nr. 1: Amerika. Loserslanden zijn ingericht op de verliezers, die makkelijk toegang hebben tot openbaar vervoer, huisvesting en scholen en de consequenties van mislukken zijn er niet dramatisch, dankzij het belastingsysteem. Aangezien statistisch de kans het grootst is een loser te zijn, kun je stellen dat je vooral in een losersland gelukkig wordt. Losersland nummer 1: Denemarken.

En zo kon het gebeuren dat ik in een hippe wijnbar een irritante man tot stilte maande. Hij zat in een kring van vrienden en was in solo-gezang uitgebarsten. Wie hij wel niet dacht dat hij was, lag besloten in mijn ferme 'en nu je mond dicht'-gebaar. Hij stopte met zingen, knikte vriendelijk en riep dat hij zanger was. 'Wahaha!' riep ik nog terug. Mijn Deense vrienden keken me bewonderend aan. 'Dat was Rasmus Seebach', zei er tenslotte eentje. 'Een van de bestverkopende singer-songwriters van Denemarken.' Janteloven pur sang. Maar hij hield tenminste wel zijn bek.