Britse tuinsnob: geen kabouters, wel hangmat

Britse tuinetiquetten

Engelsen zijn dol op tuinen en op klassenonderscheid. Soms vallen deze twee interesses samen, zo bewijst een 'tuinsnob'.

Een geasfalteerde oprit voor de auto, een hangende mand met afrikaantjes bij de voordeur en een broeikas in de achtertuin. Laat het William Hanson niet zien. Volgens het tuinadvies van de Engelse etiquettedeskundige zijn het tekenen dat de bewoner van deze woning behoort tot, God verhoede, de lagere middenklasse. Om over tuinkabouters maar niet te spreken, ook niet als ze ironisch bedoeld zijn. Ook de hedendaagse variant op de tuinkabouter, het Boeddha-beeld, is not done.

Heel behulpzaam is Hanson de lezers van The Daily Mail tegemoet gekomen middels enkele praktische tips. Het is volgens deze vroegoude heer niet de bedoeling dat de tuin kenmerken vertoont van de 'lower middle-class'. In het kader van de sociale mobiliteit zou iedereen moet streven naar, op z'n minst, 'upper middle-class', naar een tuin die een eervolle vermelding zou kunnen krijgen bij de Chelsea Flower Show of in de wekelijkse tuinbijlage van The Daily Telegraph.

'Ground'

Tuinadvies komt veelvuldig voor op het eiland. Rudyard Kipling dichtte over proper tuinieren ('Oh, Adam was a gardener, and God who made him sees / That half a proper gardener's work is done upon his knees') en Alan Titchmarsh was de nationale leermeester met zijn programma Gardener's World.  Bankier en hovenier Lionel Nathan de Rothschild beweerde in de jaren dertig eens 'dat geen tuin, hoe klein ook, minder dan twee 8.000 vierkante meter wild bos dient te hebben'.

En nu is er dus Hansons handleiding voor een klassenwaardige 'garden, of  'ground' zoals hij het liever noemt. Het begint bij de flora zelf.  'Een upper-class tuin is een overdaad aan natuurlijk leven, zonder zichtbare aarde en met planten die voor hun plek vechten.' Na deze darwiniaanse ouverture komt hij met een lijst planten die non-U zijn (non-upper class): asters, begonia's, chrysanten, fuchsia's, gladiolen en petunia's. Het is dat u het weet, als u bij het tuincentrum staat.

Een beetje tuin moet er niet piekfijn uitzien. Laat strakke lijnen en bloemen die als pelotons staan opgesteld maar aan de Fransen over. De natuur is niet netjes. Een Engelse tuin is een georganiseerde chaos, net als de rest van het land. Een gazon is prima - al is het maar om croquet op te spelen - maar dient elegant over te lopen in een bloemenbed of een meertje dan wel vijver. In die bedden mogen overigens geen narcissen staan. Die horen thuis in het lange deel van het gras.

Wat tuinmeubilair aangaat is een gietijzeren zitbankje veroorloofd. Een houten plateau is volgens Hanson 'te jaren negentig' en een broeikas een doorn in het oog, hoe lekker de zelfgekweekte tomaten ook kunnen smaken. Op houten potten rust zijn zege, alsmede op urnen. Helemaal top is een zonnewijzer, al heb je daar in grote delen van Engeland weinig aan. Dan de oprit. Asfalt is uit den boze, betegeling kan nét, maar gravel of grond hebben de voorkeur. Of gewoon zand. 

Hangmatten

Een barbecue is noodzakelijk kwaad en dient na gebruik, zo weet Hanson, te worden opgeborgen in de schuur. Hoe roestiger, hoe beter. Verrassend genoeg zijn hangmatten welkom in Hansons Hof van Eden, mits opgehangen tussen bomen. Mensen met kinderen kunnen voetbaldoelen neerzetten, maar zodra de kinderen de deur uit zijn, gaan deze doelen er meteen achter aan. Wat een zwembad betreft pleit Hanson voor een gedoogbeleid. Niet over opscheppen, luidt het devies.

Over het moderne fenomeen 'tegeltuin' laat Hanson zich niet uit, net zoals de Victorianen lesbische seks nooit strafbaar hebben gesteld. Simpelweg omdat het bestaan ervan onvoorstelbaar was.