De Amerikaanse vice-president Joe Biden met de Turkse premier Binali Yildirim woensdag in Ankara.
De Amerikaanse vice-president Joe Biden met de Turkse premier Binali Yildirim woensdag in Ankara. © REUTERS

Biden: geen uitlevering, wel medewerking zaak tegen Gülen

De Amerikaanse vicepresident Joseph Biden gaf een staaltje hogere diplomatie ten beste, woensdag in de Turkse hoofdstad Ankara. Hij was gekomen om de schade te repareren aan de betrekkingen van de VS met Turkije, maar hij kon zijn Turkse gastheren niet geven wat ze hadden geëist: de uitlevering op stel en sprong van Fetlullah Gülen, volgens Turkije het brein achter de mislukte staatsgreep van 15 juli.

Biden had dus iets goed te maken en de Syrische Koerden fungeerden daarbij als wisselgeld. De belangrijkste geste was zijn mededeling dat de Koerden in Syrië de steun van de VS zullen verliezen als ze zich niet terugtrekken ten oosten van de Eufraat. Onlangs veroverden zij met Amerikaanse luchtsteun de stad Manbij (ten westen van de rivier) op Islamitische Staat.

Dit tot afgrijzen van Turkije, dat een aaneengesloten Koerdische enclave langs zijn gehele zuidgrens vreest. De aanval van het Turkse leger op Jarabulus is daarom niet alleen gericht tegen IS, maar minstens zozeer tegen de Koerden. Voorkomen moet worden dat zij nog meer terrein (Jarabulus met name) in handen krijgen.

Wespennest

Lees ook

Er is geen enkele reden voor Nederland om Turkije de les te lezen over mensenrechten, zei de Turkse minister van Economische Zaken, Nihat Zeybekçi dinsdag in Den Haag.

Niemand wil basketballer Enes Kanter nog kennen. Hij is namelijk openlijk aanhanger van Gülen. (+)

Dat ook de Turken daarbij op hulp van de Amerikaanse luchtmacht kunnen rekenen, tekent op welhaast ironische wijze de dilemma's van de VS in het Turks-Syrische wespennest: aan beide kanten van de scheidslijn tussen Koerden en Turken bieden zij nu luchtsteun. De Amerikanen blijven de Syrisch-Koerdische PYD zien als hun meest effectieve partner in de Syrische oorlog, maar de relatie met NAVO-bondgenoot Turkije mag daar niet onder lijden.

Voor eenzelfde dilemma staan de VS in de Gülen-zaak. Ook hier willen ze voorkomen dat de Turken worden geschoffeerd, zonder hen alles te kunnen geven wat ze verlangen. Dat Gülen niet ogenblikkelijk op een transatlantisch vliegtuig wordt gezet, stond al vast vóór Bidens bezoek aan Ankara. De Amerikanen willen eerst overtuigend bewijs zien dat de raadselachtige prediker inderdaad de staatsgreep heeft georganiseerd.

De Turkse president Tayyip Recep Erdogan had tevoren op hoge toon verkondigd dat de VS 'moeten kiezen tussen Turkije en FETO' (Gülens beweging) en 'niet het recht hebben nog langer te treuzelen'. Anders zou, zo zei minister van Justitie Bekir Bozdag, de anti-Amerikaanse stemming in Turkije wel eens in 'haat' kunnen omslaan.

Pijn verzachten

Daar moest wel iets tegenover staan. De vicepresident in eigen persoon (en niet minister van Buitenlandse Zaken John Kerry) was daarom naar Ankara gekomen om in gesprekken met Erdogan en diens premier Binali Yildirim de pijn te verzachten die was ontstaan door de in Turkse ogen zeer teleurstellende westerse reacties op de staatsgreep. De VS en de EU waren laat en lauw in hun veroordeling van de coup en toonden zich vervolgens vooral bezorgd over de massale arrestaties van vermeende coupplegers en Gülen-aanhangers.

De toon van Biden woensdag was duidelijk bedoeld om dit enigszins te corrigeren. Turkije kan na de staatsgreep blijven rekenen op de 'niet aflatende steun' van de VS en Washington, zei hij, en Washington heeft er 'geen enkel, geen enkel' belang bij lieden te beschermen die bondgenoot Turkije kwaad hebben berokkend. Hij zei de 'intense gevoelens' van de Turkse bevolking over Gülen te begrijpen en voelde zich 'schuldig' omdat hij niet eerder na de coup naar Ankara was afgereisd. 'Laten we het wat tijd geven', zei hij op een vraag over de excessen van de noodtoestand.

Intussen heeft ook de afhandeling van het Turkse uitleveringsverzoek tijd nodig, benadrukte Biden. Tot nu toe was dat verzoek gestoeld op andere feiten dan de staatsgreep en het meeste bewijsmateriaal had Turkije al opgestuurd vóór 15 juli. Minister van Justitie Bozdag kondigde gisteren aan dat er volgende week een nieuw uitleveringsverzoek uitgaat, ditmaal met betrekking tot de couppoging.

De uitleveringsprocedure kan maanden, zo niet jaren in beslag nemen. Eerst moet de Amerikaanse regering besluiten of er voldoende grond is om de zaak voor te leggen aan de federale rechter. Tegen diens uitspraak kan vervolgens beroep worden aangetekend. De finale beslissing is aan het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat een politieke afweging moet maken.

'De Amerikanen willen echt een duidelijke link zien tussen Gülen en de coup', zegt Simon Waldman van King's College in Londen. 'Ze willen niet iemand uitleveren om pas later vast te stellen dat er onvoldoend bewijs was.'

Volgens de meeste internationale uitleveringsverdragen (zo ook dat tussen Turkije en de VS uit 1981) kan van uitlevering geen sprake zijn in geval van een 'politiek vergrijp'. De vraag is of samenzwering tot een staatsgreep door de rechter als zodanig wordt gezien. Mogelijk komt Turkije met meer specifieke misdrijven, zoals aanzetten tot moord. Een verdachte kan alleen worden veroordeeld voor misdrijven die in het uitleveringsverzoek werden vermeld.