Een wild zwijn.
Een wild zwijn. © ANP

30 jaar na Tsjernobylramp duiken opeens radioactieve wilde zwijnen op in Zweden

Zwijnen eten truffels die straling bevatten van de Tsjernobylramp in 1986

Meer dan dertig jaar na de kernramp in Tsjernobyl duiken opeens radioactieve wilde zwijnen op in Zweden. Dit komt doordat de Zweedse zwijnen nu op plaatsen in de natuur komen waar ze zich tot voor kort niet waagden.

Natuurgebieden in het midden en noorden van Zweden kregen voorjaar 1986 vanuit Oekraïne een flinke radioactieve wolk over zich heen. Daardoor mochten er lange tijd geen bessen en paddenstoelen worden geplukt. De meeste planten en dieren hebben zich hersteld.

Met de wilde varkens gaat het juist van kwaad tot erger. De vrij in de natuur scharrelende zwijnen zijn namelijk pas recentelijk vanuit het zuiden van het Scandinavische land noordwaarts gemigreerd. Hun populatie groeit hard.

Cesium-137

Ik begrijp de angst, maar het gezondheidsrisico is laag

Pål Andersson, analist Zweedse stralingsautoriteit

De nieuwkomers steken hun snuiten diep in de aarde en verorberen truffels en paddenstoelensoorten die na al die jaren nog relatief hoge concentraties bevatten van de radioactieve stof Cesium-137. En door de grote hoeveelheid van deze paddenstoelen die ze naar binnen werken, laden ze zichzelf als het ware radioactief op.

De tot nu toe hoogst gemeten radioactiviteit in een wild zwijn bedraagt 16 duizend becquerel per 1.000 gram zwijnenvlees, meldde de Zweedse publieke omroep SVT. Bij 10 duizend becquerel per 1.000 gram acht de Zweedse voedsel- en warenautoriteit het eten van wild vlees onverantwoord.

'Ik begrijp de angst, maar het gezondheidsrisico is laag', reageert analist Pål Andersson van de Zweedse stralingsautoriteit. Je moet volgens hem onmogelijk veel van die radioactieve speklapjes eten wil je daadwerkelijk een verhoogd risico lopen op kanker.

Zwijnenjacht

Ook de beesten zelf zijn ondanks het eten van al die truffels en paddenstoelen nog steeds gezond. Ze leven te kort om er ziek van te worden. Bovendien neemt hun radioactiviteit snel af zodra ze stralingsvrije soorten eten.

Het is vooralsnog vooral een probleem voor de jagers in Zweden. Bij 1.500 becquerel per 1.000 gram mogen zij hun vlees al niet meer verkopen aan consumenten. Ze dragen bovendien zelf de kosten voor het laten testen van hun vlees. Daardoor stoppen ze mogelijk met de zwijnenjacht in het noorden.

In Zweden kwamen midden vorige eeuw nagenoeg geen wilde zwijnen voor. Daar waren boeren blij mee. Tegenwoordig zijn dat er naar schatting rond de 250 duizend. Agrariërs zien met lede ogen aan hoe het groeiende aantal varkens hun akkers vernielen.

De jacht is daarom essentieel om de 'zwijnenplaag' onder controle te houden, zegt Andersson: 'Want als de jagers stoppen met jagen omdat ze er niets mee verdienen, groeit de zwijnenpopulatie straks nog harder.'

Aanvullingen & verbeteringen
In een eerdere versie van dit stuk stond foutief 100 gram vlees, waar 1.000 bedoeld werd.