Vrouwen in Parijs eisen hun rechten op
© AFP

Vrouwen in Parijs eisen hun rechten op

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Parijs, 8 december 1880

Vanavond hebben de burgeressen Alexandrine Norskott en Pauline Orell de wekelijkse werkbijeenkomst van de vereniging Les Droits des Femmes bijgewoond. Deze wordt gehouden in de kleine salon van Hubertine.

Een lamp op het bureau, links, rechts de schoorsteenmantel, en in het midden, als je met je rug naar het raam staat, een tafel vol dossiers, en met een kaars, een bel en een president die er uitermate smerig en uitermate dom uitziet. Links van de president Hubertine, die telkens als ze spreekt de ogen neerslaat. Rechts een tanige socialiste, die woedend uitroept dat 'als er klappen moeten vallen, zij de eerste klap zal uitdelen'.

Een stuk of twintig oude tangen, en een paar mannen, van die jongens met lange haren en onmogelijke kapsels. Ik heb een roetzwarte pruik en roetzwarte wenkbrauwen.

De mannen hebben gekrakeeld over socialisme, collectivisme, en het verraad van de progressieve Kamerleden. De socialiste heeft de religie de oorlog verklaard.

Hubertine is overigens heel verstandig en begrijpt dat het niet om proletariërs of om miljonairs gaat, maar om de vrouw in het algemeen, die haar rechten opeist. Er zou voor gezorgd moeten worden dat iedereen zich tot dat gebied beperkte. In plaats daarvan wordt er over politieke nuances gediscussieerd.

We zijn ingeschreven, we hebben gestemd, betaald. Dat is dan gebeurd.

Marie Bashkirtseff (1858-1884), schilder. Ingekort fragment uit Waarom zou ik liegen? Vertaling Marianne Kaas. De Arbeiderspers, 1997.