Boekomslag van Jeroen Olyslaegers' Wil.
Boekomslag van Jeroen Olyslaegers' Wil. ©

Sterke oorlogsroman Wil is meer dan 'grootvader vertelt'

De Vlaamse auteur Jeroen Olyslaegers heeft iets waardevols toegevoegd aan de berg oorlogsliteratuur. Sterke roman laat de lezer zelf oordelen of agent Wils in oorlogstijd een held was of een lafaard.

Antwerpen, begin jaren '40, agent Wilfried Wils moet meewerken aan een razzia: 'Mensen brullen en janken. De kinderen gillen boven alles uit. Intussen doet ieder van ons alsof we nog altijd flikken zijn. We zetten de straten af en bewaken als bij een sportwedstrijd. Het effect is potsierlijk.'

Potsierlijk. Een klein maar veelzeggend woordje dat duidelijk maakt hoe goed schrijver Jeroen Olyslaegers zijn hoofdpersonage kent. Hoewel Wils diep in de oorlog zit, zou hij er nooit over vertellen in woorden die grote betrokkenheid impliceren. In 'potsierlijk' klinkt het oordeel van een cynische observator door. Dat is wat Wils geworden is, aan het eind van zijn leven. Zijn kinderen en kleinkinderen hebben zich van hem afgekeerd, zijn vrouw heeft zich van ellende dood gedronken, van zijn innig geambieerde dichterscarrière is alleen nog een klein lemma in een literaire encyclopedie over. Het enige dat er nog overschiet is Wils' nooit eerder vertelde verhaal over de oorlog.

Gore speelplaats

Jeroen Olyslaegers, Wil. Fictie. De Bezige Bij: 333 pagina's; euro 19,99.

Daarin schakelt hij moeiteloos tussen het Antwerpen van toen en nu. Het ene moment schuifelt Wils als bejaarde door een winkelcentrum waar commercie hoogtij viert, het volgende is hij op precies dezelfde plek, alleen worden er nu voedselbonnen uitgedeeld. Er ontstaat commotie omdat er mensen uit de rij gepikt geworden omdat ze joden zouden helpen. De politie grijpt niet in. Sterker nog, zij wordt juist door de Duitse bezetters ingezet voor het oppakken van joden. Niemand protesteert daartegen. Orders zijn orders en bovendien had toch al niemand veel op met 'dat volk'. 'Om een jood geeft niemand nog een kloot', wordt er gegrapt. De stad verandert in 'een gore speelplaats waar de pesterij door alle studiemeesters werd aangemoedigd in plaats van afgestraft'.

De enige die dat niet kan verkroppen is Wils' collega en vriend Lode, die het voor de joden probeert op te nemen. Wils staat hem daarin bij, niet in de laatste plaats omdat hij met Lodes zus Yvette gaat. Maar iets drijft hem óók in contact te blijven met zijn oude leraar Frans - een nijdige antisemiet - die hem bij zijn collaboratie met de Duitsers betrekt.

Held of lafaard, Olyslaegers laat de lezer zelf zijn positie bepalen

Een tweezak

Zo gebeurt het dat Wils geleidelijk aan in beide kampen een bepaalde positie begint te vervullen. 'Ik zat er middenin. Ik overweeg eens het een, dan weer het ander. Wat de een tegen me zei liet ik botsen met wat een ander me had toevertrouwd.' De dilemma's waarvoor Wils komt te staan zijn voor hem kansen om het leven een draai te geven, 'zo'n grote draai dat alles uit zijn hengsels vloog' óf slechts de 'goesting om simpelweg mee te doen, mee te zwansen, me gewaardeerd te weten'.

Wils is 'een tweezak': een jongen die ervan droomt dichter te worden enerzijds, een onbetrouwbare smeerlap die tot het ergste in staat is anderzijds. Held of lafaard, Olyslaegers laat de lezer zelf zijn positie bepalen. Net zoals hij de moderne neiging weerstaat bij de thema's oorlog en discriminatie de actualiteit er met de haren bij te slepen. De lezer legt de link zelf wel.

Sommige passages zijn welhaast exclamaties die niet stilletjes gelezen, maar een zaal in gebruld zouden moeten worden

Rauwe mannentaal

Dit betekent niet dat er aan engagement wordt ingeboet. Olyslaegers' achtergrond als theaterschrijver laat zich gelden. De rauwe mannentaal, die met zijn klauwen, kloten en klappen doet denken aan die van Louis Paul Boon, maakt van sommige passages welhaast exclamaties die niet stilletjes gelezen, maar een zaal in gebruld zouden moeten worden.

Deze sterke roman is meer dan 'grootvader vertelt', meer dan de zoveelste verkenning van goed en kwaad. Het is een bewijs dat er aan de overweldigende hoeveelheid oorlogsliteratuur nog altijd iets waardevols kan worden toegevoegd.