Sinterklaas: feest van goed en kwaad
© EPA

Sinterklaas: feest van goed en kwaad

Dagboek

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

6 december 1980

Sint-Nicolaas. Plotseling jeugdherinnering, heimwee. Dat bestaat niet meer. Geen angstige hoop in het duister van Advent en de vastentijd, dus ook geen triomfantelijke vervulling in het kerstlicht en het opgaan van de paaszon. En natuurlijk ook geen Sinterklaas. Wat waren wij als kinderen bang, en wat bleven we bang, ook toen we wisten dat Sinterklaas onze buurman was of de kapelaan.

Genade (noten, peperkoeken) en verwerping (in de zak gestopt en meegenomen worden), we beleefden het allebei

Waarom? Omdat we ons dat opwindende gevoel niet wilden laten ontnemen, dat ook. Maar vooral omdat de verschijning van Sinterklaas de zichtbare pendant was van een onzichtbare aanwezigheid: de weerspiegeling van een in de ziel gelegen werkelijkheid.

Wij beleefden het rondwaren van gevaarlijke duistere machten in de langste en donkerste nachten van het jaar, in december. Het geheim van de polariteit van licht en duisternis, van goed en kwaad, van de liefde en de strengheid van onze ouders, dat kreeg allemaal gestalte in twee zichtbare figuren: de heilige Nicolaas, in het wit gekleed, en zijn metgezel, Zwarte Piet, met de roe en met de zak waarin hij de stoute kinderen dreigde te stoppen.

We zagen de kostumering en we zagen het niet. We wilden onze droom. De heilige en de natuurdemon. Het licht en de duisternis, genade (noten, peperkoeken) en verwerping (in de zak gestopt en meegenomen worden), we beleefden het allebei.

Luise Rinser (1911-2002), Duits schrijver en activist. Ingekort fragment uit Bij de tijd - Dagboek 1967-1988. Vertaling Ria van Hengel. Nijgh & van Ditmar, 1991.