Paard en wagen
Paard en wagen © ANP

Plensbuien, kapotte wegen, smerige steden en beroerde maaltijden

Dagboek

Amsterdam, 14 februari 1668.

Maandag 13 vertrokken we 's ochtend uit Amsterdam en kwamen na een rit over modderige en kapotte wegen - waarbij het paard van de hofmeester er in volle vaart vandoor ging - 's middags aan in Naarden.

In dit kleine stadje is aan levensmiddelen niet veel te krijgen, het is er smerig en de huizen zijn deels van klei, deels van stro gemaakt.

Dinsdag was carnavalsdag, maskers hebben we echter niet gezien

Dinsdag was carnavalsdag, maskers hebben we echter niet gezien, we reisden naar Amersfoort, waar we uitstapten om rond te kijken, daarna naar Barneveld, een klein dorp in Gelderland, waar we de avondmaaltijd gebruikten. Het was erg smerig en we hebben slecht geslapen.

Woensdag hielden de storm en regen aan, over zeer slechte wegen zijn we naar Deventer gereden, een smerige, doodarme stad. Donderdag aten we 's avonds in Goor, even ellendig als het stadje hierboven, het water in de straten kwam tot de buik van de paarden, begin en einde waren niet te zien, overal was moeras en ondergelopen land.

Vrijdag net zo, met water van boven en van onderen, we bereikten Delden, een klein stadje, arm en smerig. Zaterdag ging de reis met dezelfde hoeveelheid water en over dezelfde slechte wegen verder. We bereikten Bentheim in Westfalen en ook hier troffen we een miserabele situatie aan.

Filippo Marchetti; hofmeester van prins Cosimo de' Medici. Ingekort fragment uit Een Toscaanse prins bezoekt Nederland - De twee reizen van Cosimo de' Medici; bezorgd door Lodewijk Wagenaar, vertaling Bertie Eringa. Bas Lubberhuizen, 2014.