Dichter en hoogleraar Nachoem M. Wijnberg.
Dichter en hoogleraar Nachoem M. Wijnberg. ©

P.C. Hooftprijs voor dichter en hoogleraar Nachoem M. Wijnberg

De P.C. Hooftprijs voor 2018 wordt toegekend aan dichter en hoogleraar Nachoem M. Wijnberg, is vanochtend bekendgemaakt. In mei volgend jaar wordt hem de oeuvreprijs van 60 duizend euro overhandigd in het Haagse Literatuurmuseum.

Toen de jurist en econoom Nachoem Mesoelam Wijnberg tien jaar geleden aan de Universiteit van Amsterdam werd benoemd tot hoogleraar Cultureel ondernemerschap en management, greep hij prompt de gelegenheid aan om met een uitgestreken gezicht te stellen dat hij zijn academische carrière zag 'als één grote marketingcampagne voor mijn literaire werk'. Het zal de 56-jarige dichter, schrijver én de hoogleraar die als geen ander weet dat je aandacht moet genereren - want als je niet wordt gezien, doet de kwaliteit van je werk er niet toe - genoegen doen dat hem de prestigieuze P.C. Hooftprijs 2018 is toegekend voor zijn poëzie.

Nachoem M. Wijnbergs gedichten gelden als abstract en wonderlijk, doordat hij naar veel dingen kijkt alsof hij ze voor het eerst ziet. Toen hij in 2009 de VSB Poëzieprijs kreeg voor zijn bundel Het leven van, moest de juryvoorzitter bekennen dat sommige van de bekroonde gedichten zich aan de rand van ons begrip afspelen, 'en daar soms overheen tuimelen'.

Andere gedichten maken juist een verrassend heldere en hartverscheurend geestige indruk: 'Mijn vader zegt dat hij speciaal voor mij een middelmatig man/ geworden is, zodat niemand zou denken dat ik nooit zo goed als/ mijn vader kon zijn.'

Bevreemding en humor

Na zijn studies rechten en economie was Nachoem Wijnberg eerst van 2001 tot 2005 hoogleraar bedrijfskunde in Groningen. Al sinds zijn debuut De simulatie van de schepping (1989) manifesteert hij zich daarnaast als dichter, en sinds 1997 eveneens als auteur van opvallende romans als De joden (1999) en Alle collega's dood (2015), vol veel bevreemdende en hilarische dialogen.

Bevreemding, humor en eigenzinnige redeneringen typeren ook zijn poëzie, voor een groot deel bijeengebracht in de verzamelbundel Uit tien (2007). Zijn meest recente bundels zijn Van groot belang (2015) en Voor jou, van jou (2017).

Misschien omdat het in de Chinese traditie heel gebruikelijk was het dichterschap te combineren met een ambtelijke loopbaan, verwijst Wijnberg in zijn poëzie expliciet naar klassieke Chinese dichters, maar ook naar Perzische derwisjen, Japanse Zen-meesters en Meister Eckhart. Zijn bundel Divan van Ghalib (2009) is een hedendaags eerbetoon aan de gelijknamige bundel met filosofische liefdesverzen van de Indiase dichter Mirza Ghalib (1797-1869).

Een ingewikkeld literair spel, schreef Volkskrant-criticus Erik Menkveld destijds, maar de parallellen en uitwisselingen tussen poëtische tradities zijn ook adembenemend, en Wijnbergs gedicht 'Hier en daar' kan óók heel goed gelezen worden als het relaas van een Palestijn die elke dag de grens over moet om in Israël te gaan werken.

Laconieke en wijsgerige passages

Goede wetenschap en goede literatuur zijn geen wezensvreemde gebieden.

Nachoem M. Wijnberg

Soms is het passen en meten, de combinatie van schrijverschap en wetenschap, zei Wijnberg in een interview in 2009, maar het gaat: 'Ik schrijf zelfs zoveel dat mijn uitgever zich waarschijnlijk grote zorgen zou maken als ik besloot fulltime schrijver te worden. Goede wetenschap en goede literatuur zijn geen wezensvreemde gebieden. Je gebruikt een ander scala aan stijlvormen en bovendien schrijf ik bedrijfskundige artikelen in het Engels, met veilige standaardfrases.'

Laconieke en wijsgerige passages, veel ongewone vragen ('Ik had altijd al willen weten/ wat de betekenis is van/ met al'), gedichten met titels die uit die gans andere wereld lijken te komen ('Vervolgvragen over het verband tussen specialisatie en tijdelijke arbeidscontracten'), gedichten die eruitzien als pagina's lange prozateksten, een stortvloed aan vragen en raadsels ('Wie met wie in een behoudswet?'); de poëzie van Nachoem Wijnberg geeft haar geheimen niet zomaar prijs.

Maar je kunt ook op broze regels stuiten die de pijn laten zien van iemand die door omstandigheden zijn huis kwijt is, en die in de avond niets anders dan sneeuw heeft om hem gezelschap te houden.

'Tijd geven', gedicht uit Wijnbergs bundel Voor jou, van jou (2017)

Je wil trouw zijn/ aan wie jou en anderen tijd gaf,/ in het huis/ waar zoveel anderen waren,/ meer dan je ooit bij elkaar zag.// Je hoort dat dat huis er niet meer is,/ maar je gelooft de berichten niet.// Je reist van huis naar huis/ en deelt tijd uit om in herinneringen te zoeken.// Voor die elke dag een halfuur/ en voor die een hele dag om in één keer op te maken.// Maar de straten zijn leeg,/ in de huizen enkel twee of drie oude vrouwen,/ de anderen zijn weggevlucht,/ niet voor jou,/ maar voor al die die voorbijtrekken omdat ze niets meer hebben.// In de winter naar huis lopen,/ als het donker wordt/ en sneeuw begint te vallen.// Sneeuw ligt op je schouders en haar,/ je gezicht glanst.// Leren vallen op sneeuw,/ gevallen en liggen gebleven,/ trouw aan waar trouw aan kan