Alexander Pechtold (D66) op campagne in 2012.
Alexander Pechtold (D66) op campagne in 2012. © ANP

Onderzoek politicoloog: participatie moslims brengt Europese partijen regelmatig in gewetensnood

Rekrutering van moslims om verkiezingen te winnen is niet bevorderlijk voor hun maatschappelijke integratie, vrouwenemancipatie en de politieke integriteit van partijen. Tot deze bevindingen komt de Amerikaanse politicoloog Rafaela Dancygier in haar vorige week verschenen studie Dilemmas of Inclusion.

Het rekruteren van moslims om verkiezingen te winnen kan hun maatschappelijke integratie in de weg staan. Politieke partijen die jagen op de stemmen van de moslimgemeenschappen in de grotere steden van Europa spelen niet alleen rechtspopulisten in de kaart, maar dreigen ook zelf te bezwijken onder de tegenstellingen die ze in eigen kring oproepen. Bovendien schaadt het kandideren van behoudzuchtige stemmentrekkers uit de moslimenclaves de emancipatie van moslimvrouwen.

Tot deze bevindingen komt de Amerikaanse politicoloog Rafaela Dancygier in haar vorige week verschenen studie Dilemmas of Inclusion. Zij baseert zich op onderzoek naar de wederwaardigheden van tachtigduizend moslimkandidaten uit steden in Oostenrijk, Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk. Vooral sociaal-democratische partijen krijgen te maken met multiculturele dilemma's, omdat zij vanouds integratiepartijen zijn. Het negeren van de Pakistaanse kiezers in Birmingham, de Turkse kiezers in Berlijn of de Marokkaanse kiezers in Brussel zou vooral voor hen een wisse verkiezingsnederlaag betekenen. Maar het paaien van die kiezers door leiders uit die moslimenclaves te kandideren levert een botsing van waarden op.

Nauwe banden

Want die stemmentrekkers, die hun gezag ontlenen aan de moskee, mobiliseren juist het meest traditionele segment uit de moslimgemeenschap: de laagopgeleide ouderen met nauwe banden met het land van herkomst. Om hun positie in de gemeenschap te handhaven, zullen deze moslimkandidaten zich vooral inzetten voor de belangen van hun religieuze gemeenschap. De partijen die hen rekruteren zien zich vervolgens gedwongen standpunten en praktijken te adopteren die lijnrecht ingaan tegen hun beginselen en de seculiere opvattingen van hun oorspronkelijke achterban.

Zo kwam de Britse Labour Party vlak voor de verkiezingen van 2015 in de problemen na een campagnebijeenkomst in Birmingham waar de mannen en de vrouwen gescheiden van elkaar zaten. De meerderheid van de aanwezigen bestond uit moslims, die waren opgetrommeld om op Labour te stemmen. Onmiddellijk werd de partij ervan beschuldigd 'honderd jaar strijd voor vrouwenrechten de rug toe te keren'. Toen foto's van de bijeenkomst in de media verschenen, verklaarde een woordvoerder schaapachtig dat 'Labour seksegelijkheid in alle maatschappelijke geledingen en alle culturen ondersteunt'. Maar geloofwaardig was dat niet.

Dancygier constateert dat Labour de afgelopen decennia in zijn ijver om stemmen onder moslims te werven 'veel meer prioriteit heeft gegeven aan het ondersteunen van patriarchale en traditionele krachten dan aan egalitaire, progressieve geluiden'. Wat voor Labour geldt, is volgens haar onderzoek van toepassing op partijen van alle ideologische kleuren: wanneer ze een flink aantal moslimkiezers nodig hebben om zetels veilig te stellen, negeren ze de waardenconflicten die moslimkandidaten oproepen bij de rest van hun electoraat. De jacht op de moslimstem gaat zelfs zover dat in de betrokken partijen minder vrouwen kandidaat worden gesteld.

Linkse basisbeginselen

De PvdA accepteerde de 'pro-Erdogan'-mannen lange tijd in de fractie, waarmee ze een dubbelzinnige boodschap leek af te geven

Peter Kanne, I&O Research

'Als partijen voor de keuze staan tussen het winnen van verkiezingen en het bevorderen van seksegelijkheid, kiezen ze voor het eerste', stelt Dancygier vast. Moslimkandidaten die zodanig ingebed zijn in hun gemeenschap dat ze de benodigde stemmen kunnen leveren, zijn bijna altijd mannen. Terwijl zij beduidend conservatiever zijn dan de gemiddelde moslim, beschouwen niet-moslims deze kandidaten als representatief voor alle moslims. Het gevolg is polarisatie in plaats van integratie in de samenleving. Rechts-populistische partijen maken hiervan gebruik door vrouwen- en homorechten in hun verkiezingscampagnes veel aandacht te geven. En sociaal-democratische partijen moeten overal in Europa uitleggen waarom ze kandidaten en groepen kiezers in het zadel helpen die zo overduidelijk afwijken van sommige basisbeginselen van links. Deze ongerijmdheid heeft overal geleid tot het weglopen van de oorspronkelijke achterban - en tot scheuringen.

Volgens kiezersonderzoeker Peter Kanne van bureau I&O Research 'illustreert het uit de PvdA zetten van de Denk-mannen het punt van Dancygier perfect'. Kanne: 'De PvdA accepteerde de 'pro-Erdogan'-mannen lange tijd in de fractie, waarmee ze een boodschap leek af te geven die haaks staat op de doelstellingen van de progressieve partij die ze wilde zijn. Het uitzetten van de twee Turkse politici zorgde ervoor dat een groot deel van de conservatievere migrantenachterban mee vertrok. Denk was bij de verkiezingen in maart de grootste partij onder de niet-westerse kiezers. De PvdA haalde volgens onze meting maar 10 procent van de niet-westerse allochtonen binnen, waar dat ooit driekwart was.'

Migratieonderzoeker Floris Vermeulen van de UvA constateert daarentegen dat seculiere progressieve partijen als de PvdA en de Duitse SPD 'zich niet laten meeslepen door conservatieve migrantenpolitici'. Integendeel, stelt Vermeulen, 'we zien juist dat deze politici het moeilijk hebben in deze partijen en ze vaak (gedwongen) verlaten. Het gevolg is dat een deel van dit electoraat zich afzondert van de politiek en een ander deel haar heil zoekt in kleine migrantenpartijen.'

Rafaela M. Dancygier: Dilemmas of Inclusion. Muslims in European Politics, Princeton; 243 pagina's; €32,50.