Onrust
Jan Fontijn

Onrust

Non-fictie

Mooie biografie van Jacob Israël de Haan

Mooie biografie

Schrijver van twee schandaalromans, dichter, jurist, journalist, getrouwde homoseksueel, geëngageerde jood die door een zionist werd vermoord - in zijn mooie biografie van Jacob Israël de Haan laat Jan Fontijn de lezer zelf oordelen.

Zijn dood werd bekender dan zijn leven en werk. Een tragische, gewelddadige dood. Op 30 juni 1924, in Jeruzalem, maakten drie schoten een bruut einde aan het leven van de 42-jarige Jacob Israël de Haan. Enkele jaren eerder was de dichter, romanschrijver, jurist en journalist De Haan vol idealisme naar Palestina verhuisd. Hij raakte er snel ontgoocheld. Hij zag de haat die heerste tussen Arabieren en joden en tussen zionistische en orthodoxe joden.

Zijn moordenaar was Avraham Tehomi, een 21-jarige ondercommandant van de paramilitaire zionistische organisatie Haganah. De opdracht kwam van zijn baas Ben-Zwi, de latere president van Israël, en zijn betrokkenheid zou ontkennen. Het gevaarlijk element De Haan, die voor Nederlandse en Britse kranten stukken schreef waarin hij het zionisme scherp bekritiseerde, moest worden geliquideerd, vond men bij Haganah. De moord, de eerste politieke moord in Palestina, schokte de wereld.

In het jaar van zijn dood kwam De Haans bundel Kwatrijnen uit. De biograaf, Jan Fontijn, noemt de vierregelige gedichtjes het 'dagboek van zijn innerlijk leven'. Zo kun je deze melancholieke, heldere en soms spottende verzen zeker lezen. Ze brengen de gekwelde schrijver, altijd worstelend met schuld en boete, met God die al dan niet bestaat, met heimwee en verlangen, met zijn liefde voor mooie jongens, dichtbij. Het bekendst werd zijn kwatrijn 'Onrust', waaraan de biografie haar titel ontleent: 'Die te Amsterdam vaak zei: 'Jeruzalem' / En naar Jeruzalem gedreven kwam, / Hij zegt met een mijmerende stem: / 'Amsterdam. Amsterdam.''

Rusteloze ziel

Fontijn portretteert hem als een rusteloze ziel, op zoek naar liefde en harmonie, maar gedwarsboomd door het onrecht dat hij onderweg ontmoet en dat eerst rechtgezet dient worden. Een zachtaardige en toegewijde vriend, maar ook een compromisloos mens, iemand die makkelijk vijanden maakte. Hij had 'een groot hart, hijgend naar gerechtigheid', zei een vriend.

Hoewel de kroniek die De Haan schreef voor het Algemeen Handelsblad goed werd gelezen, en twee 'homoseksuele' romans , Pijpelijntjes (1904) en Pathologieën (1908) veel ophef veroorzaakten, bleef hij in de Nederlandse literatuur een randfiguur. Zijn zus Carry van Bruggen werd bekender. In de twee romans schreef de Haan, ongekend voor die tijd, openhartig over liefdesrelaties tussen jonge mannen. Echt reclame voor de herenliefde maakte hij niet: in de romans spelen sadisme en masochisme een grote rol.

De schrijver werd aan de schandpaal genageld. In de SDAP, waar hij als jonge onderwijzer actief was, werd hij uitgekotst. P.L.Tak, hoofdredacteur van het socialistische dagblad Het Volk, ontnam hem zijn kinderrubriek in die krant. Hij kreeg alleen nog maar tijdelijk baantjes in het onderwijs. De arts en schrijver Arnold Aletrino, die zich in een hoofpersonage herkende, was woedend en kocht de oplage op. De Haans beste vriend, de door hem verafgode schrijver en psychiater Frederik van Eeden, vond beide romans 'afschuwelijk', te vuil om uit te lezen.

Hype

Pathologieën heeft de weinig hoopgevende ondertitel 'De ondergangen van Johan van Vere de With'. In 1975 werd deze ongewone roman, waarin een satanische minnaar zijn kunstminnende vriendje kapot maakt, samen met Pijpelijntjes even een hype, vooral onder neerlandici. UvA-docenten Leo Ross en Rob Delvigne, die het werk hadden herontdekt, schreven er spannende artikelen over. Er zouden nog enkele herdrukken volgen van de twee romans, en ook van De Haans gedichten. Hij hield altijd bewonderaars; zijn leven en dood inspireerden andere schrijvers.

Hij was de zoon van een chazan, een voorganger in de synagoge, en groeide op in Zaandam. Een gevoelig, slim jongetje dat zijn wijze vader bewonderde en altijd optrok met zijn één jaar oudere zusje Carry. Fontijn laat zien hoezeer de schrijver terugverlangde naar de warmte van het gezinsleven en de vanzelfsprekende vroomheid van het ouderlijk huis. De Haan had graag vader willen worden. Hij trouwde, met de arts Johanna van Maarseveen; het was een vriendschapshuwelijk zonder kinderen. Hij vertrok zonder haar naar Palestina. Hoe De Haans liefde voor zijn vader, zijn kinderloosheid en liefde voor jongens samenhangen, analyseert Fontijn niet als een psycholoog, maar hij toont de samenhang wel.

Compassie en begrip

De biografie is geschreven met compassie en begrip voor de hoofdpersoon, zonder dat de biograaf te zeer in diens huid kruipt. Er is afstand nodig om dit leven vol tegenstrijdigheden in één greep te krijgen. Veel commentaar geeft Fontijn niet op het materiaal dat hij opdiept - brieven en krantenstukken, maar ook eerdere boeken over De Haan -, hij laat de lezer oordelen.

Het lijkt wel of niets goed mocht gaan in dit leven. De Haan was een drieste homoseksueel die zich later schaamde voor de bedreven 'zonde', een overtuigd socialist en zionist die zijn bentgenoten ging verafschuwen. Hij keerde terug naar het geloof van zijn jeugd, werd vroom, maar twijfelde toch aan God. Uiteindelijk waren een katholieke schrijver, een Arabische jongen en een orthodox-joodse arts zijn beste vrienden.

Met dit boek vervulde Fontijn een opdracht die het onderwerp van zijn eerste biografie, Frederik van Eeden, hem onbedoeld gaf. Na de Haans dood sprak Van Eeden de wens uit dat er 'een leevensbeschrijving van Jacob Israël, een diepgaande studie, den arbeid van een gevoelig schrijver waard' zou komen.